Het debat over de rol en de legitimatie van Nederlandse politieke partijen keert regelmatig terug. Recent nog stelde de liberaal Paul Cliteur voor om het roer radicaal om te gooien. Politici moeten terugkeren naar hun ideologische wortels. Fractiespecialisten moeten worden vervangen door politieke filosofen. Communicatiemedewerkers moeten eruit worden gegooid (Podium, Trouw, 24 maart).
De ironie wil echter dat de politieke ideologie die Cliteur zelf aanhangt, indirect verantwoordelijk is voor de ontstane situatie. De pragmatische benadering in de politiek is weliswaar de laatste tijd explosief toegenomen, de eerste voortekenen waren al zichtbaar in de hoogtijdagen van het negentiende-eeuwse liberalisme, dat een scheiding tussen geloof en politiek voorstond.
Werd aanvankelijk alleen het geloof buiten de politiek gezet, vandaag de dag worden alle ideologische uitgangspunten de deur gewezen. Consequent doorgeredeneerd betekent de scheiding tussen geloof en politiek immers dat niet alleen christenen hun overtuiging op de samenleving binnenskamers moeten houden, maar ook socialisten en liberalen.
Wat overblijft is een politiek die enkel keuzen maakt op basis van opportunistische argumenten en meerderheidsstandpunten.
Vanuit de christelijke politiek is deze pragmatische benadering altijd afgewezen. Politieke partijen zijn in de negentiende eeuw ontstaan rond verschillende ideologische uitgangspunten. Kiezers sloten zich bij een partij aan, omdat ze zich herkenden in de principiële basis van een partij. Een partij op haar beurt had ook daadwerkelijk iets te bieden aan de kiezer, namelijk een visie op de samenleving, uitgewerkt in diverse actiepunten.
Van deze oorspronkelijke functie is weinig meer overgebleven. Partijen treden niet meer op als aanbieders van beleid maar enkel als uitvoerders. Enkele recente voorbeelden uit de politieke praktijk illustreren dat:
- Minister Wijers betoogde onlangs dat de 24-uurseconomie mede is ingezet op basis van een vermeende behoefte binnen de samenleving. Zijn eigen partijvisie op wat goed is voor die samenleving deed er kennelijk niet toe.
- De discussie om euthanasie uit het wetboek van strafrecht te halen, gaat niet gepaard met een principiële evaluatie. Het enige argument luidt dat het onbillijk is dat artsen die zich aan de regels houden, desondanks strafbaar zijn.
- Ook bij minder principiële zaken wordt de ideologische discussie gemist. De aanleg van de HSL-lijn destijds ging enkel om de vraag waar en hoe de spoorlijn moest liggen. Een inbedding in een principiële visie op ruimtelijke ordening vond niet plaats.
Uit alle drie de voorbeelden blijkt dat politici tegenwoordig hoofdzakelijk reageren op vermeende behoeften in de samenleving.
Wordt er genoeg druk op politici uitgeoefend voor een tunnel in het Groene Hart, dan komt er een tunnel.
Krijgen politici signalen dat artsen die op zorgvuldige wijze euthanasie toepassen niet langer strafbaar willen zijn, dan wordt de wet aangepast.
Krijgt men de indruk dat er genoeg animo is voor verdere openstelling van de winkels op zondag, dan komen er meer koopzondagen.
U vraagt, wij draaien, luidt het credo.
Deze tendens betekent niet alleen een verschraling van de politiek, maar kan ook tot onacceptabele situaties leiden. Hoe groter de lobby, hoe gemakkelijker personen, bedrijven en maatschappelijke organisaties hun wensen ingewilligd krijgen. Politici kwijten zich niet langer van een taak om een integrale afweging te maken voor het algemeen belang, maar reageren enkel op deelverzoeken vanuit de samenleving. Maar het bezwaar gaat nog dieper. Wanneer het pragmatisme het uitgangspunt wordt van de politieke besluitvorming, dan wordt het meerderheidsstandpunt tevens de norm voor datgene wat al of niet laakbaar is. Zoals al eens opgemerkt houdt dit in theorie in dat afkeurenswaardige en dictatoriale regimes die door de meerderheid aan de macht kwamen, dan niet meer te veroordelen zijn.
Terug naar Cliteur. Zijn pleidooi om fractiespecialisten te vervangen door filosofen, gaat te ver. Desondanks is het te hopen dat in de aankomende verkiezingscampagne het ideologisch debat niet wordt gemist. Niet alleen de kiezer, maar ook de samenleving als geheel heeft daar recht op.
Politici, van VVD tot GPV, zullen daarbij de moed moeten hebben kleur te bekennen. Ze moeten beleid aanbieden en niet enkel uitvoeren.
De kiezer heeft immers niet alleen recht op negatieve vrijheid (vrijheid om niet beknot te worden) maar ook op positieve vrijheid (vrijheid om iets te kiezen).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.