*

 
dossier

Archief

Uitvinden vereist kennis, wijsheid en levenservaring

MAARTEN VAN LAARHOVEN − 13/05/95, 00:00

Tijdens een vakantie in het buitenland zomaar 25 000 gulden rijker worden. Uitvinder Theo Kortsmit (42) uit Breda overkwam het. Twee weken geleden, na een drieweekse trektocht door Turkije, stapte hij zijn sober ingerichte appartement binnen en vond tussen de stapel post een briefje waarin stond dat zijn vier ogenschijnlijk simpele ideeën op het gebied van schone energievoorziening hem in de wedstrijd 'Inspirerend Denkwerk' de eerste prijs hadden opgeleverd.

De wedstrijd, georganiseerd door het Haagse ingenieursbureau Tebodin, geeft wetenschappers, uitvinders en ontwerpers de kans om 'op een vrijblijvende manier' hun ideeën aan de man te brengen. De jury, aldus de toelichting, let bij de beoordeling vooral op de kracht en originaliteit van de ingezonden werkstukken, en minder op praktische uitvoerbaarheid. Economische onhaalbaarheid en een wirwar aan wettelijke regels en juridische constructies drukken, aldus de organisatoren, namelijk veel creativiteit de kop in. Honderdzeventig ontwerpen dongen aldus mee naar een plaats in de finale.

De hoofdprijs zou vier weken geleden in Delft worden uitgereikt, maar Kortsmit, van beroep “produktontwerper en uitvinder, maar ook wereldreiziger, levensgenieter en kunstschilder”, was op reis, een gegeven dat juryvoorzitter prof. dr. ir. H. Schlösser uitlegde als creativiteit op zich. “Hij legde zijn idee te vondeling en wandelde weg naar een ver en warm land, op zoek naar nieuwe ontwerpen”. Kortsmit, die zijn rugzak net heeft uitgepakt, moet erg lachen als hij dit hoort. Afgelopen maandag nam hij in Groningen zijn prijs alsnog in ontvangst.

Met een simpel schetsje wist hij de uit louter hoogleraren samengestelde jury te overtuigen van de ideale waterkrachtcentrale. Plaats nu eens, zo suggereerde hij, een reusachtige container in een stromende rivier, zet om de beurt een luik aan de stroomzijde en aan de achterzijde open, plaats een turbine in een pijp aan de bovenkant, en je hebt door uitstromend water en weggedrukte lucht een duurzame, goedkope, maar vooral ook schone energiebron. “Sommige ideeën”, aldus Kortsmit, “liggen zo voor de hand dat je denkt, tjonge, dat had ik ook wel kunnen verzinnen. Het is net als met kunst. Vaak hoor je: 'dat kan ik ook'. Maar tegelijkertijd is er geen mens die het doet.”

Werken tot je erbij neervalt lijkt niet het devies waarmee Kortsmit door het leven stapt. “Ik ben een creatieve vogel die zoveel mogelijk doet wat hij zelf leuk vindt”, zegt hij ontspannen onderuitgezakt op de bank. In de tien jaar dat hij zich nu met uitvinden en produkt-innovatie bezighoudt, vindt hij zijn ideeën er stukken beter op geworden. “Jaren geleden zocht ik het bijvoorbeeld, net als praktisch alle beginnende uitvinders, in alternatieve manieren om fietsen te laten rijden. In plaats van een goedgesmeerde ketting bracht ik dan een hefboom aan. Ik zou het nu niet meer in mijn hoofd halen om met zoiets naar een bedrijf te stappen. Ik weet intussen wel wat een goede en wat een slechte uitvinding is.”

Uitvinden is volgens Kortsmit een moeilijk vak dat kennis, wijsheid en levenservaring vereist, Na de MTS bezocht hij de sociale academie en de kunstacademie. Tegelijkertijd verslond hij op technisch gebied alles wat los en vast zat en dat doet hij nog steeds. De buitenwacht beziet zijn activiteiten met enige reserve. Begrijpelijk, meent hij. “Mensen die het woord 'uitvinder' horen hebben meestal een Willy Wortel-figuur voor ogen, een zonderling die altijd maar in zijn eentje in de weer is met ingewikkelde apparatuur. Zo zwaar moet je het allemaal niet zien.”

“Ik werk vooral met pen en papier. Elk idee dat in mij opkomt, hoe klein ook, noteer ik onmiddellijk.” Tientallen bruikbare en minder bruikbare ideeën, zoals een paraplu met een handvat aan de bovenkant, staan in schetsboeken. “Ik ben natuurlijk wel een rare vogel, dat weet ik zelf heel goed,” bekent Kortsmit. Maar degenen die om mij het hardst hebben gelachen, komen nu zelf plotseling met ideetjes. Die prijs van 25.000 gulden spreekt toch aan.”

Kortsmit viel in het verleden al vaker in de prijzen. Vijf jaar geleden won hij zelfs de TNO-prijs op het gebied van micro-elektronica. Zijn vinding, een 'elektronische breistekenteller' (een apparaatje dat in een fractie van een seconde het aantal opgezette breisteken bepaalt) werd door de toenmalige jury unaniem als een fantastische vondst beschouwd. Dolgelukkig stapte hij met zijn uitvinding naar enkele Nederlandse bedrijven. Die vonden het technisch hoogstaande hebbedingetje, gezien de extreem hoge produktiekosten, echter nog niet rijp voor de markt. Kortsmit: “Het speeltje was erg leuk geweest als het vijftien of twintig gulden had gekost. Maar dat bleek bij lange na niet haalbaar.”

Graag had Kortsmit zijn uitvinding aan een eigen marktonderzoek onderworpen. Maar daarvoor ontbrak het benodigde kapitaal. Bovendien schuilt er een ander gevaar: “Voor je het weet, gaan anderen er met je vinding vandoor. En een octrooi is voor een uitvindertje zoals ik niet te betalen. Ik sluit dan ook niet uit dat mijn breistekenteller binnenkort ergens in het Verre Oosten opduikt. Daar kunnen zulke dingen wel voor een paar gulden worden gemaakt.” Tegenwoordig klopt Kortsmit eerst bij het bedrijfsleven aan, voordat hij zijn ideeën aan de grote klok hangt.

Lang niet al zijn bedenksels vinden dus een toepassing. ”Logisch”, vindt hij. “Sommige vindingen leveren in economisch opzicht nog veel te weinig op. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet interessant zijn. Met veel uitvindingen die vandaag als nieuw en uiterst bruikbaar worden gepresenteerd, werd al in de vorige eeuw of nog langer geleden geëxperimenteerd. Ooit komt een tijd dat men zegt: hé, die uitvindingen van die Kortsmit waren eigenlijk zo gek nog niet.”

Wellicht gaat dat op voor zijn 'aardlong'. Bij mooi weer en hoge luchtdruk sluit Kortsmit een ondergrondse grot vol met lucht af van de bovenwereld. Bij een depressie, en dus bij lage luchtdruk, zet hij de grot open. De lucht onder hoge druk stroomt naar buiten. Een turbine zorgt voor elektriciteit.

“Uitvinden is gewoon erg leuk. Daarom doe ik het. Daarnaast beschouw ik het als mijn plicht om na te denken over milieuproblemen. Als ik in China of in India rondloop, komt wel eens in me op: stel je voor dat straks al deze mensen een ijskast en een magnetron moeten hebben; dan is het binnen de kortste keren gedaan met deze wereld”, aldus Kortsmit, die benadrukt dat hij beslist geen doemdenker is. “Integendeel. Als ik dat was, zou ik niet zoveel energie stoppen in ontwerpen die het vaak toch niet halen.”

“De uitdaging voor mij zit 'm in blijven zoeken naar alternatieven. Je moeten durven spelen met ideeën. Een hoop techneuten kunnen dat niet. Die zien het allemaal veel te zwaar; zijn veel te veel verknocht aan hun specialisme, hun eigen vakgebied. Ik daarentegen heb de vrijheid om dwars door alle disciplines heen te wandelen. Letterlijk en figuurlijk. Wandelend door de natuur vraag ik me af of we niet meer en beter gebruik zouden moeten maken van de mogelijkheden die de schepping ons biedt. Met zulke dingen ben ik bezig. Het gewonnen geldbedrag is voor mij een stimulans. Ik weet dat ik op de goede weg zit. Miskend heb ik mij nooit gevoeld.”

mailIcon print |