*

 
dossier

Archief

Tsjetsjenië en Ingoesjetië

Door: redactie − 06/11/99, 00:00

De grondoorlog in de Kaukasus is zes weken aan de gang en de humanitaire ramp wordt steeds ernstiger, zo melden nu inmiddels zelfs Russische kranten. Er staan 10 000 vluchtelingen al dagen te wachten aan de grens van Tsjetsjenië met Ingoesjetië, maar ondanks beloftes wordt de grens nog steeds grotendeels dichtgehouden door het Russische leger. Donderdag konden na langdurige controles negenhonderd mensen doorlopen, gisteren waren het er ruim tweeduizend.

Tsjetsjenië - in oppervlakte ruim de helft van Nederland - had vóór 1995 zo'n 865 000 inwoners. Een deel daarvan, met name de etnische Russen, is tijdens de vorige oorlog al vertrokken. Van degenen die overbleven, vermoedelijk zo'n 600 000, zijn er de afgelopen weken zo'n 200 000 naar Ingoesjetië gevlucht. Betrouwbare cijfers zijn er echter nauwelijks.

De republiek Ingoesjetië - in grootte vergelijkbaar met de provincie Noord-Brabant - heeft van zichzelf slechts 270 000 inwoners. De gevolgen van de vluchtelingenstroom zijn dan ook groot. Het verstoort de etnische balans in Ingoesjetië, waar de Tsjetsjenen al 13 procent van de bevolking uitmaakten. Er wonen daarnaast nog 9 procent Russen. In Ingoesjetië is grote werkloosheid en de levensstandaard ligt op de helft van het Russische niveau.

Net als de Tsjetsjenen zijn de Ingoesjeten na 1944 gedeporteerd in opdracht van Stalin, wegens 'collaboratie met de nazi's'. De overlevenden mochten na 1957 terugkeren. Politiek gesproken is het redelijk stabiel. President Aoesjev, een voormalige Sovjet-generaal die nog vocht in Afghanistan, kreeg bij verkiezingen vorig jaar 95 procent van de stemmen. De relatie met het naburige Ossetië is moeizaam.

mailIcon print |