Thomas Quasthoff treedt op 5 mei opnieuw op in het Concertgebouw, nu met Hans Peter Blochwitz, Birgit Remmert en Christiane Oelze in een Brahms-programma. Op 17 juni geeft Quasthoff daar voor het eerst een groot opera-recital met het Brabants Orkest olv Friedrich Haider.
Quasthoff en pianiste Maria Joao Pires zetten kordaat, nuchter in; alsof ze met het eerste lied uit die andere beroemde cyclus ('Die schöne Müllerin') begonnen: 'Das Wandern ist des Müllers Lust'.
Maar al heel snel, in de achtste regel van hetzelfde lied, waar dichter Wilhelm Müller schrijft dat 'der Weg gehüllt in Schnee' is en waar Schubert weer snel terug moduleert naar mineur, hebben Quasthoff en Pires duidelijk gemaakt dat hun 'Winterreise' zich over deze donker-kille, sneeuwbedekte weg zal voltrekken. Het voorspellende van 'fremd zieh ich wieder aus' werd in hun vertolking prachtig voelbaar in de voorlaatste regel van het afsluitende lied: 'Wunderlicher Alter, soll ich mit der geh'n?'. De vraag klonk uit Quasthoffs mond retorisch en ook hier weer die nuchterheid van iemand die zich in zijn lot schikt.
Zanger en pianist waren duidelijk niet uit op een heftig emotionerende of sentimentele uitvoering. Hun tred over de sneeuw was weliswaar traag (de cyclus duurde bij hen maar liefst meer dan tachtig minuten), maar zelfverzekerd, als van iemand die doelbewust, zonder twijfels zijn ontluisterend einde tegemoet loopt. Ondanks de uitgerekte speelduur was er tussen de liederen nauwelijks tijd voor reflectie (afgezien van het moment waarop Pires een kleine hoestaanval kreeg). De pianiste sloeg steeds zonder pardon meteen aan het eind van een lied de pagina om en zette op eigen initiatief in. Van enig zichtbaar contact tussen haar en Quasthoff was niets te merken. Het vertrouwen in en op elkaar moet groot geweest zijn.
Pires is al jaren een groot vertolkster van Schuberts pianomuziek. Als begeleidster van een liedzanger trad ze bij mijn weten niet eerder op. In Quasthoff vond ze een zanger (ze ontmoetten elkaar pas vorige zomer op een muzikale cruise) die ideaal bij haar past. Als je in zo'n korte tijd (nog geen jaar) zo naar elkaar toegroeit, moet je wel dezelfde muzikale genen hebben. Het uitte zich in ontelbare sprekende details. Toen Quasthoff zong: 'Will dich im Traum nicht stören', toverde Pires haar zachtste toucher tevoorschijn. Alle schijnbaar eenvoudige voorslagen, trillertjes en triolen vielen perfect op hun plaats. De begeleiding van het lied 'Tüuschung' was in alle simpelheid van een uitzonderlijke klasse.
Quasthoffs stem is groot en groots. Met gemak vulde hij de grote zaal van het Concertgebouw. Magnifiek sonoor klonk hij in de laagte, zonder een spoortje spanning of druk. In de hoogte krijgt zijn stem een uitbundige trilling, zaterdagavond extra benadrukt door de roekeloosheid waarmee hij de hoge noten te lijf ging. Quasthoff is niet in eerste instantie uit op het precies wegen van elk woord en dus ook niet op navenante kleuringen in zijn stem. Hij vertelde een verhaal, zakelijk haast, waarbij verstaanbaarheid op de allereerste plaats kwam. Letterlijk ieder woord kon het zeer geconcentreerde publiek (circa 850 bezette stoelen) volgen. Quasthoffs carrière als omroeper bij de Duitse omroep hebben wat dat betreft wonderen verricht.
Met zo'n schitterend viriele stem, klonk het begin van 'Frühlingstraum' ontwapenend. Quasthoff zong de tekst heerlijk, vibrerend uit: 'Ich trüumte von bunten Blumen, so wie sie wohl blühen in Mai'. Voor even leek de sneeuw en het ijs gesmolten, maar de zanger en de pianiste vertelden hun verhaal onontkoombaar verder om even later uit te komen bij: 'Da war es kalt und finster, es schrien die Raben von Dach'. Een letterlijk huiveringwekkende ervaring, waarbij niet alleen tekstdichter, componist, zanger en pianiste uit een droom ontwaakten, maar ook die 850 toehoorders. Zij beloonden Quasthoff en Pires op een langdurige ovatie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.