AMSTERDAM - De wereldhandelsorganisatie WTO heeft het bananenbeleid van de Europese Unie op hoofdlijnen onderuit geschoffeld. De WTO honoreert daarmee een klacht van de VS, Ecuador, Guatamala, Mexico en Honduras tegen de EU. De vijf klagers vinden dat zij benadeeld worden door het Europese beleid dat de bananenproducenten in voormalige kolonies van de lidstaten beschermt.
De uitspraak van het WTO-panel is een gevoelige slag voor de EU. Vooral omdat het de eerste keer is dat een panel van de Wereldhandelsorganisatie in Genève een uitspraak doet in een zaak waar zeer veel landen (ruim 120) bij betrokken zijn.
Brussel wil nog geen commentaar geven op de uitspraak die gisteren is uitgelekt. En ook op het WTO-hoofdkwartier in Genève wil niemand de veroordeling uitleggen noch bevestigen. De Europese Unie krijgt nog de gelegenheid commentaar te geven op wat nu nog heet een 'interim-besluit' van het WTO-panel. Over een maand wordt, eventueel na aanpassing van het besluit, de beslissing van het WTO-panel definitief. Mocht de veroordeling intact blijven, dan kan de EU nog in hoger beroep gaan.
Volgens betrouwbare bronnen in Nederland en de Verenigde Staten heeft de EU op drie cruciale punten verloren en is slechts één pijler van het zeer ingewikkelde beleid overeind gebleven. Binnen de Unie zijn sinds 1 juli 1993 drie soorten bananen te koop. Voor zogeheten Euro-bananen, afkomstig uit kolonies van de lidstaten, geldt geen enkele invoerbeperking. Datzelfde geldt voor de zogeheten ACS-bananen uit de voormalige kolonies in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
Alle overige bananen, de zogeheten dollar-bananen, vallen onder aparte regels. Zo mag er per jaar niet meer dan 2,5 miljoen ton aan dollar-bananen in de EU worden geïmporteerd, wordt op die bananen 20 procent invoerrechten geheven en geldt voor dat segment van de markt ook nog eens een ingewikkeld vergunningenstelsel.
De zwaarste kritiek van de WTO betreft die vergunningen. Er zijn er drie speciaal voor dollarbananen. Een A-licentie geldt voor de handelaren die voor 1 juli 1993 - de dag dat het EU-bananenbeleid van kracht werd - al dollarbananen importeerden. Onder die licentie komt 70 procent van de toegestane 2,5 miljoen ton dollarbananen de Unie binnen.
Een B-licentie (goed voor 600 000 ton dollarbananen) is bestemd voor de (voornamelijk Europese) importeurs van ACS-bananen. De C-licentie tenslotte is voor nieuwkomers op de markt. Die laatste, goed voor ongeveer een vrachtwagen bananen per jaar, heeft in de praktijk nieuwkomers eerder geweerd dan een kans gegeven.
De B-licentie snoepte tot zeer grote woede van vooral de Amerikaanse giganten Dole en Chiquita een deel weg van hun markt en geldt eigenlijk als hoofdreden voor de Amerikaanse klacht. Het panel van de WTO heeft dit licentiestelsel als strijdig met de regels van de wereldhandelsorganisatie verklaard. Het systeem zou, in de optiek van de WTO, niet alleen de producenten ordenen, maar ook de verhoudingen tussen de importerende bedrijven regelen. En vooral dat laatste is strijdig met de WTO-regels waar ook de EU zich aan heeft verbonden.
Binnen het blok van dollarbananen is verder een onderscheid gemaakt tussen diverse Latijns-Amerikaanse landen. Enige jaren geleden klaagden met name Costa Rica, Venezuela, Colombia en Nicaragua bij de Gatt (de voorganger van de WTO) al over het Europese bananenbeleid. Dat leidde tot een veroordeling van de EU. Die mocht de toen nog niet bindende uitspraak van de Gatt naast zich neerleggen en koos voor een afkoopregeling. Het beleid bleef intact, maar de vier mochten 49 procent van het dollarbanaan-quotum leveren, ongeveer 1 miljoen ton. Het onderscheid tussen de vier oudste klagers en Ecuador, Guatamala, Mexico en Honduras wordt nu als onwettig beschouwd.
De derde gehonoreerde grief betreft de volstrekt willekeurige vasstelling van de quota. Voor het ACS-volume voor de EU gold het hoogste invoervolume sinds 1972. Voor de dollarbananen werden echter de volumes van de laatste twee jaar voor de invoering van het nieuwe beleid als ijkpunten gekozen. Die keuzes worden door de WTO, volgens de bronnen, als willekeurig en onrechtvaardig gezien.
Wat wel overeind blijft, is dat de EU quota en invoerrechten als instrument van marktordening mag blijven gebruiken. De WTO is op zich tegen elke vorm van invoerbeperking en streeft op de lange termijn naar afschaffing van de tarieven, maar zou volgens de bronnen dit deel van het EU-beleid nog acceptabel vinden.
Over de effecten van de WTO-uitspraak wordt in de markt verschillend gedacht. Op korte termijn, zeker nog gedurende een jaar, gaat de prijs van bananen in de EU niet omlaag. Daar zijn de marktpartijen het wel overeens. Op de lange termijn echter moet volgens Solidaridad, de initiatiefnemer van de Oké-banaan, de prijs wel dalen. Nu nog moet Solidaridad, dat zelf geen vergunning heeft voor de import van dollarbananen, een licentie huren. Bij wegvallen van het vergunningenstelsel verdwijnen die huurpenningen en dat scheelt ongeveer twee tot drie dollar per doos van 18 kilo. Volgens een woordvoerder van Felleman en Tas, de importeur van het merk Turbana, daalt de prijs niet. En dat, omdat de vraag op de wereldmarkt is aangetrokken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.