Bij zijn komst naar Ajax, als opvolger van Michels, zegt de Roemeense trainer Kovacs: “Ik wil van deze diamant een briljant maken.” Na zijn eerste jaar bij de Amsterdamse club kan Kovacs maar tot één conclusie komen: “Het is gelukt.” In het seizoen 1971-'72 verovert Ajax de landstitel, de KNVB-beker en de Europa Cup 1, een unieke trilogie.
Aan de vooravond van de Europa Cup-finale tegen Inter Milan werkt Ajax een merkwaardige oefenwedstrijd af. Met tegenstander Beerschot is afgesproken dat er risicovrij wordt gespeeld, om de kans op blessures zo klein mogelijk te houden. Op één speler na, Emmerich, houdt iedereen zich aan die afspraak. De Duitser weet dat er op de tribunes een delegatie van FC Metz zit en gaat voluit. Ajax-spelers wijzen de Belgische scheidsrechter Schaut op het agressieve spel van Emmerich, dat zijn gang mag blijven gaan. De vlam slaat in de pan als Emmerich vanuit een indirecte vrije trap Beerschot op 2-2 zet. Ajax-doelman Stuy ziet de opgestoken hand van Schaut en laat de bal lopen. Doelpunt zegt Schaut en alle Ajacieden zijn woedend. Ajax dreigt van het veld te lopen, maar uiteindelijk weigert alleen Keizer verder te spelen.
Hij geeft de aanvoerdersband aan Cruijff, de Europees voetballer van het jaar, die zich vier dagen later in Rotterdam presenteert als een wereldtopper. Met twee treffers bezorgt hij Ajax de tweede Europa Cup 1 op rij. In de 47e minuut straft hij een misverstand tussen Inter-doelman Bordon en verdediger Oriali af en 26 minuten later kopt hij raak uit een vrije trap ('die bal was zwanger van effect') van Keizer. In de bomvolle Kuip legt Ajax de Milanezen voortdurend de wil op. Het is de omgekeerde wereld in vergelijking met de finale in 1969, toen Ajax in Madrid werd overklast door die andere club uit Milan, AC. Destijds klaagde Ajax over de hardheid van de Italianen; in Rotterdam blijven de gevreesde tackles uit.
Inter Milan lijkt zich al op voorhand te hebben neergelegd bij de superioriteit van Ajax. Het is alsof Ajax tegen Inter met een man meer speelt. Steeds duikt er een extra speler in de aanval op. De vleugelverdedigers Suurbier en Krol dienen zich aan de zijkanten aan als dreigende aanvallers. De openingstreffer van Cruijff vloeit voort uit een voorzet van Suurbier. De strateeg Mazzola wordt aan banden gelegd door Neeskens, de onstuimige breker die ruim een week voor de finale zijn splinternieuwe okergele Alfa Romeo in puin rijdt. Mazzola mist op het middenveld zijn maatje Corso, die in het duel Borussia Mönchengladbach-Inter Milan door Dorpmans uit het veld wordt gestuurd en een schorsing tot 1 januari 1973 moet uitzitten.
In tegenstelling tot na de winst op Panathinaikos besluit Ajax om ditmaal wel de wereldbeker-wedstrijden tegen de kampioen van Zuid-Amerika te spelen. Na de 1-1 tegen Independiente in Avellaneda (doelpunt Cruijff) wordt het in Amsterdam 3-0 voor Ajax met een treffer van Neeskens en twee van invaller Rep.
Ajax - Inter Milan 2-0 (0-0). 47. Cruijff 1-0, 73. Cruijff 2-0. Toeschouwers: 61 000. Scheidsrechter: Héliès (Fra).
Ajax: Stuy; Suurbier, Blankenburg, Hulshoff, Krol; Neeskens, Haan, Gerrie Mühren; Swart, Cruijff, Keizer.
Inter Milan: Bordon; Burgnich, Facchetti, Bellugi, Oriali; Giubertoni (Bertini), Bedin, Frustalupi; Jair (Pellizaro), Mazzola, Boninsegna.
Morgen: de finale van 1973
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.