*

 
dossier

Archief

Bosnische kinderen leren op school weer normaal te leven

HILARY APELMAN (AP) − 12/01/96, 00:00

TEOCAK - De zeven jaar oude Jasmin wordt achtervolgd door herinneringen aan de oorverdovende bommenregen op zijn stad en het geluid van kapotslaande ramen. Drieëneenhalf jaar lang zagen de kinderen van Teocak hun wereld in vlammen opgaan. Van een paar kilometer afstand voerden de Bosnische Serviërs hun verwoestende aanvallen uit op hun stad. Honderden verloren hun ouders of familieleden.

Nu de gevechten zijn opgehouden in Teocak, gelegen in de bergen van Noordoost-Bosnië, moet een ontredderde generatie oorlogskinderen weer normaal leren leven. Jasmins school werd in augustus 1992, tijdens het begin van de oorlog, getroffen door een bom die een diepe krater in het schoolplein sloeg. Gedurende het grootste deel van de oorlog werden de lessen in kelders gehouden. Nu er hoop op vrede is zijn sommige klassen teruggekeerd naar het gehavende schoolgebouw. Plastic zeil vervangt de stukgesprongen ramen en moet de warmte binnen houden, de enige decoratie op de muren zijn de littekens van het granaatvuur.

Voor veel kinderen is de school de enige hoop om hulp te krijgen bij het verwerken van hun trauma. Maar er zijn niet genoeg onderwijzers die getraind zijn in hulpverlening - velen zijn in hun eigen trauma's verwikkeld.

“De situatie is werkelijk ernstig”, vertelt Besima Catec, een psychologe die met onderwijzers in Teocak werkt. “Leerkrachten vragen om hulp. Ze constateren een hoop problemen bij de kinderen en zijn niet in staat om hulp te bieden.” De problemen waar de kinderen mee te maken hebben zijn flashbacks, nachtmerries, slaapstoornissen, bedplassen, flauwvallen, huilbuien, concentratiegebrek, agressie en slechte schoolresultaten. Catec werkt voor Unicef met als doel onderwijzers alert te maken op de symptomen en de kinderen te begeleiden bij de verwerking daarvan - door ze te stimuleren om hun gevoelens te uiten, hun belevenissen te vertellen of op te schrijven. Vergelijkbare programma's worden in andere delen van Bosnië opgezet.

Alleen als de kinderen hun emoties, die tijdens de oorlog vaak onderdrukt zijn, de vrije loop laten, kan het genezingsproces beginnen, zegt Catec. Ze noemt het voorbeeld van een kleine jongen die een onvoldoende kreeg omdat hij op een tekening een bos rood had ingekleurd. “Het probleem was dat de onderwijzer niet vroeg waarom het kind die kleur gekozen had.”

Ina Bilalic, die in de kelder van een huis in Teocak les geeft, vertelt dat haar leerlingen dingen tekenen als tanks, wapens, vlaggen, verwoeste moskeeën. “Ik probeer ze over te halen om bloemen of rivieren te tekenen maar ze grijpen steeds terug naar de wapens.”

Bilalic vertelt het verhaal van een driejarig kind dat tijdens een belegering van de stad telkens een zak aardappelen tekende. Het was een uiting van het bestaande voedseltekort. Veel onderwijzers zitten zelf met een oorlogstrauma, zegt dr. Pasagic Irfanka, een psychiater in Tuzla. Tijdens trainingssessies barsten sommigen in tranen uit. “Het is erg moeilijk van zo iemand te verwachten dat hij anderen kan helpen”, zegt Irfanka, die zelf in het begin van de oorlog door de Serviërs uit Oost-Bosnië werd verdreven. “Je kunt niet vier jaar oorlog zonder trauma doorkomen. Iedereen heeft wel iemand verloren. Voor ze de kinderen kunnen helpen moet iemand hen helpen.” Irfanka vreest dat er te weinig en te laat hulp voor de kinderen komt, maar ze is ervan overtuigd dat de school het middel bij uitstek is om de kinderen te bereiken. Toen Srebrenica in juli in handen van de Serviërs viel, vluchtten duizenden kinderen naar Tuzla. De eerste vraag die velen stelden was 'wanneer begint de school?' “Het is het enige deel van hun leven dat hetzelfde is als voor de oorlog. Ze hebben geen huis, ze verloren hun familie - de enige plaats waar ze iets van een normale omgeving vinden is de school.”

mailIcon print |