Aan de Oosterstraat in een pasverbouwd negentiende-eeuws pand op nummer 44 ligt het Paradiso van Groningen: Vera. Voor wie niet van popmuziek houdt is Vera al jarenlang een plek van hasj en bier, lamlendigheid, herrie en plezier. En dat terwijl er dertig jaar geleden in hetzelfde gebouw met dezelfde naam nog psalmen werden aangeheven.
Want zo was het, legt Peter Weening (43), programmeur, motor en nestor ('geen directeur!') van de vereniging uit: “Vroeger, sinds 1899, huisde hier de gereformeerde studentenvereniging Vera, Veri Et Recti Amici (Ware en Oprechte Vrienden). De vereniging had een eigen gebouw en ontwikkelde zich met de jaren tot een linkse activistische club vol passie en politieke gedrevenheid.” Zo gedreven zelfs dat de echte gereformeerde jongelingen zich langzamerhand niet meer thuisvoelden bij hun eigen vereniging en afhaakten. Dat gebeurde helemaal toen de hippies binnen de vereniging met meerderheid van stemmen besloten een open jongerencentrum te worden.
In het smalle kantoortje waar hij alles regelt, trekt Weening (gezellig Fries-Gronings accent, hoornen bril, zwart T-shirt, baseballcap op het hoofd) een van de eerste nummers van het Vera-krantje (inmiddels bekend in heel het land vanwege de eigenzinnige inhoud en vormgeving) tevoorschijn. “Hier”, wijst hij, “drie jaar lang hebben we toen moeten zeuren bij de gemeenteraad voor subsidie. In 1977 pas kwam dat los.”
Hoe hip Vera in navolging van vergelijkbare jongerencentra in het land zoals Paradiso, De Melkweg, Rasa (Utrecht) en De Effenaar (Eindhoven) was, blijkt wel uit het type band dat er speelde. Niks punk of alternatieve gitaarrock: Solution speelde er regelmatig en verder folkbands als Fungus. Weening: “Kraken was nog geen thema, dat was de strijd met de gemeente om een eigen huisdealer. Hasjiesj, daar ging het om. Het hele punkgedoe speelde zich hier, vanaf 1978, vlakbij af in Simplon en CafĂ© Maas. Eind jaren zeventig kwam de reggae op. Ook werden er regelmatig bluesbands en jazz-groepen geboekt. Punk leefde hier niet. Dat werd te snel commercieel. En wij waren politieke jongeren, dus dat ging moeilijk samen.”
Weening zelf raakte betrokken bij Vera in 1980. Hij stond achter de bar en draaide al snel als dj plaatjes voor de wekelijkse swingavond. Nog steeds vind hij 'plaatjes draaien voor anderen' het mooiste wat er is. Weening brak met de ouwe bestaande blues- en folktraditie door op de proppen te komen met nieuwe bands als Echo and The Bunnymen en niet te vergeten de Australische Saints. Weening: “Ik weet nog goed dat ik in de zomer van 1977 de hele tijd in Paradiso rondhing en daar The Saints hoorde. Het was de eerste band die ik zag. Ik was helemaal ondersteboven. Je moet weten, ik was een sportfreak, ik dronk niet, rookte niet. . . precies alles wat ik nu wel doe. Nou met dat soort groepen was de trend gezet.”
“Ik hoor vaak mensen zeggen dat Vera zich helemaal gespecialiseerd heeft op gitaarbandjes. Dat is onzin. Er staat hier nergens een bordje 'Verboden voor keyboards'. Ik heb niet een eenduidige smaak en zo programmeer ik ook niet. Je hebt goede blues en slechte blues, goede en slechte rock 'n roll en zelfs gabber vind ik soms te gek, al vind ik gabbers weer helemaal niks. Ik houd niet van groepsgedrag. Maar nee, een goede houseparty, daar heb ik niets op tegen. Ik herinner me nog dat hier dj Johanz op kerstavond 1990 zijn eerste houseparty draaide. Dat was meteen een succes. Maar echt overgeschakeld op house zijn we nooit.”
“Dat heeft met de Vera-cultuur te maken. Als een van de weinige jongerencentra of poppodia draait Vera nog helemaal op zijn eigen (130) leden. Die bepalen wat er gebeurt. Die geven Vera ook haar eigen gezicht. Wij hebben nu bijvoorbeeld net verbouwd. Wat je nu ziet als trend binnen de popcentra is schaalvergroting. Overal wordt met veel subsidie verbouwd en alles moet groter en professioneler. Dat is vreemd. Want als je het geheel dan overziet en je pakweg vijftien zalen hebt waar meer dan 1000 mensen in kunnen, dan vraag je je af: hoe krijgen ze die straks vol? Want tegenover die schaalvergroting staat dat buitenlandse acts in het Nederlandse clubcircuit hoogstens een à twee concerten geven.”
Wij hebben daarom gezegd: zorg dat de oude sfeer gehandhaafd blijft en laat de capaciteit maar voor wat-ie is: 500. Grote acts halen we toch niet hierheen. Nick Cave, Sonic Youth, die zijn hier geweest begin jaren tachtig en moeten dan verder groeien. Alleen met een band als Dead Moon hebben we een speciale band, die komen als ze enigszins in de buurt zijn hier langs, maar verder moet je als je klein bent een beetje avontuurlijk programmeren.''
Waar avontuurlijk programmeren toe leidt, is te zien in de jaarlijkse Vera-populariteitspoll. Niet Blur, Radiohead of The Verve staan bovenaan, maar Blonde Redhead, Unwound, The Oblivians en Shellac. Alle vier overigens Amerikaanse bands, pas op 11 en 12 volgen twee groepen uit Engeland: Red Snapper en The Propellerheads, maar dat terzijde. Het zoeken naar nieuwe wegen (vaak in overleg met Mojo's Willem Venema die Weening nog kent uit de tijd dat het circuit nog klein was) is een van de leukste dingen van zijn werk, vertelt Weening. De obscuurste Amerikaanse blaadjes uit Boston, San Francisco en L.A. leest hij om iets op te vissen. En vaak werkt het, al wordt het wel steeds moeilijker.
Weening: “Bij ons is de sfeer heel belangrijk. Een van de vervelendste ontwikkelingen van de laatste tijd is het lap-topje. Vroeger keken de muzikanten van kleine bandjes hier nog hun ogen uit. Ze waren voor het eerst op reis, buiten Amerika bijvoorbeeld en wilden van alles weten. Nu komen ze, installeren ze zich en zetten zich achter hun laptopje. Of ze gaan internetten met de vrienden thuis zoals The Shop Assistance dat een paar jaar geleden voor het eerst deed. Ik begrijp dat niet. Eigenlijk mogen zulke bandjes van mij meteen weer oprotten.”
“Om diezelfde reden en om het feit dat we als laatste popcentrum zo ongeveer helemaal draaien op onze vrijwilligers, zijn we hier ook vrij streng tegen harddrugs. Wij kunnen ons niet veroorloven om iemand de hele avond op wacht bij de toiletten of bij de deur te zetten die alleen maar oplet. Wij willen dat iedereen een leuke avond heeft. Dus geen bands met een eigen ordedienst of andere rare uitwassen. Nee, ook geen sponsors. Gewoon Vera en niet het Hol van de Leeuw omdat we Leeuw-bier tappen. Het moet allemaal wel een beetje 'cool' blijven hoor, hier in Groningen.”
Dat Vera echt anders is dan andere clubs, blijkt als Weening het verbouwde gebouw laat zien. In een nieuwe vleugel zijn vier logeerkamers opgenomen voor het geval een band wil overblijven. Ook is er een speciale studio opgezet met het oog op lokale groepen. Weening: “Juist omdat we klein zijn, willen we graag de plaatselijke scene stimuleren. Niet kopen, maar de eigen jeugd opleiden. Net zoals Ajax vroeger deed.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.