*

 
dossier

Archief

Opeens heeft OR een broertje erbij

GEORGE MARLET − 23/05/95, 00:00

AMSTERDAM - Als een duveltje uit een doosje is een nieuw instituut aan het firmament van de medezeggenschap verschenen: de personeelsvertegenwoordiging, kortweg PV.

Bij bedrijven met minder dan 35 werknemers moet de PV de gesprekspartner van de directie worden als ze afwijkende arbeidstijden wil invoeren. De Tweede Kamer stemt vandaag over de nieuwe Arbeidstijdenwet, die de oude wet uit 1919 moet vervangen. Naar verwachting zal een meerderheid akkoord gaan. Werkgevers krijgen in de nieuwe wet meer mogelijkheden om de arbeidstijden te verruimen, maar moeten dat wel doen in overleg met de instantie die de werknemers vertegenwoordigt. Bij grotere bedrijven zal de zogeheten overlegregeling geen grote problemen opleveren, omdat daar de vakbonden dan wel de ondernemingsraad een stevige positie hebben. Lastiger wordt het bij bedrijven met minder dan 35 werknemers (waar de bulk van de werkgelegenheid in Nederland te vinden is). Deze bedrijven zijn niet verplicht om een ondernemingsraad in te stellen en dus zou een werkgever zonder inspraak van z'n werknemers de arbeidstijden eenzijdig kunnen veranderen.

Minister Melkert van sociale zaken en werkgelegenheid was daarom aanvankelijk van plan de Wet op de ondernemingsraden (WOR) zo te veranderen dat de medezeggenschap ook voor kleinere bedrijven zou worden geregeld. Maar van dat voornemen is niets meer terug te vinden. Tot verbazing, bevreemding en ergernis van de GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer en de vakbeweging staat in de Arbeidstijdenwet een bepaling dat de werkgever in overleg met de personeelsvertegenwoordiging van de standaardregeling kan afwijken. Maar wat heb je aan zo'n bepaling als voor de PV wettelijk niets is geregeld? Dan ben je net zo goed aan de willekeur en goedertierenheid van de werkgever overgeleverd als zònder een vertegenwoordiging. Minister Melkert zegde vorige week in reactie op deze kritiek wel toe de ontslagbescherming van PV-leden te zullen regelen.

De vakcentrales FNV, CNV en MHP vinden het “bijzonder onwenselijk” dat de figuur van de personeelsvertegenwoordiging langs de achterdeur wordt ingevoerd. “Zonder een stevig institutioneel kader voor de medezeggenschap betekent uitbreiding van de ruimte van de overlegregeling naar deze ondernemingen in de praktijk dat de wettelijke standaardregeling volledig zal worden uitgehold”, aldus de vakcentrales in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer. Het wordt in hun ogen mogelijk om in situaties waarin werknemers “onvoldoende tegenspel” kunnen bieden, de werktijden verder te verruimen en versoepelen.

Afgelopen weekeinde trokken de vakbonden in de tuinbouw nog aan de bel. Zij zijn bang dat in deze sociaal nu niet meest vooruitstrevende sector de eerste de beste ja-knikker het personeel kan vertegenwoordigen.

Ook op hoogleraar sociaal recht mr. A. Geers (Rijksuniversiteit Limburg) maakt het “op zijn zachtst gezegd een slordige indruk” dat Melkert te elfder ure met de personeelsvertegenwoordiging op de proppen is gekomen. “Dat heeft hij absoluut niet beargumenteerd. Het is een beetje gerommel: eerst zeggen dat je het in de WOR regelt en dan toch met de personeelsvertegenwoordiging aankomen die elke wettelijke regeling ontbeert. Kan een PV in beroep gaan tegen de beslissing van de werkgever, worden er verkiezingen gehouden? Dat is allemaal volstrekt onduidelijk. Ik kan me de woede van de vakbonden wel voorstellen.”

Weinig waardering kan de hoogleraar opbrengen voor de huiver van de vakbeweging om ondernemingsraden te betrekken bij het vaststellen van de arbeidstijden. Daarvoor halen de vakcentrales bekende argumenten van stal zoals de afhankelijke positie en beperkte taakopvatting van de OR. Geers: “Ten principale gaat het om de vraag naar de macht in de onderneming. De ontwikkeling is onomkeerbaar dat vakbonden, die dan wel een regiefunctie houden, steeds meer aan de OR zullen moeten overlaten.”

mailIcon print |