*

 
dossier

Archief

Samuels machete wint het van de chemicaliënspuit (2)

HAN KOCH − 30/05/98, 00:00

BRIBRI - Zijn woning op palen staat een paar meter voorbij de hoekvlag van het lokale voetbalveld, en zijn boerderij eindigt in het tropisch regenwoud. Het krap anderhalve hectare grote stuk grond is de grens tussen landbouw en bos. Samuel is de menselijke buffer tussen beide. Bij Samuel begint of eindigt de ontbossing, en dat maakt hem tot een belangrijke bewaker van het schaarser wordende woud.

De Bribri-indiaan woont in de uiterste zuid-oosthoek van Costa Rica, in de vallei van Talamanca. Waar hij geboren is? “Daar waar de duivel zijn schoenen is vergeten”, is zijn antwoord, wat zoveel betekent als 'hier heel ver vandaan'. Samuel boert zoals de BriBri-indianen altijd en overal hebben gedaan, hij leeft van de producten van het woud. En het woud is de oorsprong van het leven, en dus grijpt hij zo weinig mogelijk in.

Zijn bedrijfje is als zodanig niet te herkennen. Hier een boom met een wilde kers, daar wat cacao, cassave-wortels, een appelsoort, bananen en een verdwaald zwijntje. Samuels bedrijf is een afspiegeling van het woud. Een enkele keer velt hij een boom, om aan wat extra inkomsten te komen. Niet elke boom blijft overeind uit bedrijfsmatige overwegingen. De boom met de bruine cacaovrucht heeft geen enkele economische waarde, alleen die met de gele vruchten wordt geoogst. Toch laat hij de bruine variant staan “omdat ik zo van vogels houd”.

Het is niet het sociaal wenselijke antwoord dat vooral de natuurbeschermers graag willen horen. In Samuels levensfilosofie zit de liefde voor het woud en alles wat daarin leeft, diep geworteld.

Begin jaren zestig werkte hij nog voor de Costaricaanse olieraffinaderij. Met drie zwarte collega's zette hij het een keer stevig op een zuipen. Aan het einde van de avond gaf het drietal uit drinke-broederschap een zaailing voor een mangoboom. Sinds 1963 is de boom metershoog geworden. De boom draagt vrucht, en het moet een hele toer zijn om de mango's naar beneden te halen. Samuel laat de boom staan, simpelweg omdat die hem herinnert aan die ene avond, nu 25 jaar geleden.

Walter Rodriquez, directeur van Appta, de coöperatie van kleine boeren waarvan Samuel lid is, vindt het bedrijf van de Bribri-indiaan niet direct een modelboerderij. Tachtig procent van de 1500 leden van de coöperatie, is indiaan. De levenshouding van de Bribri is voor Rodriquez, in Bulgarije opgeleid tot socioloog en politicoloog, een feit en daaraan wenst hij niet te tornen. De coöperatie neemt de producten, cacao, bananen, gember en andere vruchten af en probeert kopers te vinden.

In dezelfde buffer tussen landbouw en bos leeft ook de voormalig bosbouwingenieur Luis Rodrigues Brenes. Luis heeft met Samuel gemeen dat hij het bos koestert en er tegelijkertijd van leeft. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Luis haalt weg wat economisch irrelevant is. Alleen de bomen die door hun hout of de vruchten geld opleveren, blijven staan. Jaren geleden, voor hij zich er vestigde, was de grond van zijn bedrijf door overproductie uitgemergeld. Slechts stenen bedekten de bodem, en op die grond was een spontane terugkeer van het woud volslagen onmogelijk.

Luis, die zijn ex-vakgenoten beschouwt als handlangers van de houtmaatschappijen die het bos genadeloos neermaaien, heeft slechts bodembedekkers gezaaid. De rest van het zaad is overgewaaid uit het bos dat aan zijn stukje grond grenst. Cacao, bananen, kersen en gember vormen ook bij Luis de kern van zijn productie. De bosboer experimenteert daarnaast met zoetwatergarnalen, een visvijvertje en vanilleboontjes.

Tot begin jaren tachtig was de streek bezuiden de havenstad Limon vooral afhankelijk van cacaoplantages. In enkele jaren tijd zakte de cacaoproductie helemaal in, doordat een schimmelziekte de cacaocultuur binnensloop. De bomen bleven jaren achtereen vruchtenloos. De coöperatie van kleine boeren wijt het deficit van de cacaoplantages aan een gebrek aan respect voor het ingewikkelde ecosysteem waarvan de cacaoboom onderdeel is. Stonden de cacaobomen op de plantages onder de felle zon, en werden ze tegen insecten en schimmels bespoten met chemicaliën, de bomen van de kleine boeren staan ten dele in de schaduw van de hoge bomen van het woud. Insectendoders en schimmelbestrijders zijn daardoor overbodig; de natuur beschermt zichzelf.

De kleine boeren uit Talamanca hebben onlangs machtige bondgenoten gekregen. Grote chocoladeproducenten lijken plotseling - zij het uit nood geboren - de visie van de kleine boeren uit de Bribri-vallei te delen. Begin deze maand kwamen vertegenwoordigers van Mars, Cadbury, Nestlé en Hershey op het Smithsonian Tropical Research Institute in Panama bijeen. Onderzoekers van dat instituut wezen de grote chocolademakers op deze aarde erop dat de oogst van de plantages de vraag naar cacao niet meer kan bijbenen. In 1998 vraagt de wereldconsumptie om 2,8 miljoen ton cacao, terwijl de productie dit jaar blijft steken op 2,67 miljoen ton. Dat laatste productiecijfer is 1,7 procent lager dan de totale oogst van 1997, en voor volgend jaar wordt eveneens een verlaging voorspeld. In de cijfers is nog niet eens de al maar groeiende vraag naar cacao-producten in China en Rusland opgenomen.

Er zijn twee belangrijke oorzaken aan te wijzen voor de terugval. Ghana en Ivoorkust, de belangrijkste grondstofleveranciers, kampen met grote droogte, waardoor de oogsten achter blijven. Daarnaast, en daar begint het belang van de kleine boeren en de grote chocoladefabrikanten parallel te lopen, worden de plantages aangevallen door nieuwe schimmelvarianten. Zo voorspellen wetenschappers dat tachtig procent van de oogst in West-Afrika serieus wordt bedreigd door schimmels die vooral in natte jaren de kop opsteken. In de Bahia, in het noordoosten van Brazilië, liggen duizenden tonnen cacaobonen in de gevarenzone door een schimmelinfectie die hele plantages kan vernietigen. Grote plantages leveren in het begin nog hoge rendementen op, maar naarmate de kans op ziektes op de plantages toeneemt, moet steeds meer geld worden besteed aan onderhoud. In veel gevallen betekent dat meer spuiten met chemicaliën. Uiteindelijk zullen de kosten zo hoog worden, dat de plantages worden opgeheven, en elders (bos)grond geschikt gemaakt moet worden voor nieuwe aanplant van cacaobomen. Ontbossing is volgens natuurbeschermers dan ook een rechtstreeks gevolg van cacaoteelt op plantages.

Het congres in Panama is niet tot een eindconclusie gekomen, maar de grote chocoladeproducenten en de wetenschappers komen steeds meer tot het besef dat de meer natuurlijke, onder schaduw geteelde cacao in belang toeneemt. Feitelijk betekent dat, dat het onderhoud door de machete van Samuel het op termijn zal winnen van de chemicaliënspuit van de plantage-eigenaar.

Wat duidelijk wordt in de praktijk van alledag, is dat chocoladefabrikanten en kleine boeren nog altijd niet met elkaar verbonden zijn in een economische keten. De boeren van Talamanca leveren hun cacao af bij de coöperatie Appta, die vervolgens grote moeite heeft om het geheel organische product af te zetten.

Dat geldt niet alleen voor de cacao, maar ook voor de organische banaan. In Talamanca zijn Dole en Chiquita actief. Zij halen de bananen op bij de plantages. De organische banaan van Appta wordt alleen ingeleverd bij Gerber, een Amerikaans bedrijf dat de zonder chemicaliën gekweekte banaan pureert, om er babyvoeding van te maken.

Volgens Walter Rodriquez, die telefonisch zijn verhaal op de Panamese conferentie mag vertellen, liggen er grote kansen voor kleine boeren én het milieu. Maar daarvoor zal de prijs van de organische banaan en de onder schaduw geteelde cacao wel omhoog moeten.

Ten dele kan de winststijging komen door kostenreductie, een ander deel moeten komen uit meer concurrentie tussen de afnemers. Voor de banaan is alleen Gerber in de markt. Elke dinsdag moeten de vrachtwagens van de coöperatie om zes uur voor de poort. De productielijnen van Gerber zijn die dag op banaan ingericht, en de bananen van Samuel en Luis mogen geen dag later komen. De macht van de coöperatie moet worden vergroot, vindt Rodriquez, en dat is niet alleen in het belang van de boeren. De vallei van Talamanca is nu eenmaal het laatste gebied in Costa Rica waar het volgroeide bos op een duurzame manier wordt geëxploiteerd.

mailIcon print |