*

 
dossier

Archief

Oceaan biedt oplossing mestprobleem

SCHULING, E.D. − 02/01/98, 00:00

De knieval van D66 in het varkensdebat is even tragisch als symbolisch voor het verlies van de hele sector. In de modderpoel van ontsnappingsclausules en fraudegevoelige wetten verdrinkt niet alleen de politiek. Ook de varkenshouders, de Nederlandse economie en niet in de laatste plaats het milieu delven het onderspit. Natuurlijk moet er iets drastisch veranderen in biggenland. Door de concentratie van bio-industrie in bepaalde gebieden hebben we de varkenspest willens en wetens over ons afgeroepen. Het is immers bekend dat monoculturen leiden tot het uitbreken van ziektes en epidemieën. Bovendien denk ik dat Nederland ook een dierwaardiger bestaan voor varkens eist en daar serieuze maatregelen voor wil nemen.

De nu gemaakte keuzes berusten helaas op een misverstand. En daar hebben we ons zelf in gemanoeuvreerd. Nederland heeft namelijk geen mestprobleem, maar last van lokale overschotten van mest. Mest is geen afval, mest is goed en noodzakelijk overal waar een tekort aan voedingsstoffen is. Met de import van veevoer halen we ook de daarin opgeslagen mineralen Nederland binnen. Die moeten dus ook weer de deur uit: uitvoeren naar een gebied met een tekort.

We moeten de zee bemesten. Dat is een even logische als duurzame oplossing. De grootste gebieden met een tekort aan fosfaten en nitraten bevinden zich in de grote oceanen. Daarom heten ze ook wel biologische woestijnen. Op deze vlaktes is de hoeveelheid levende materie ofwel biomassa beperkt. Plankton, vissen en zeezoogdieren maken er maar weinig kans omdat de beschikbare voedingsstoffen niet toereikend zijn. Alleen in een paar gebieden waar diep, fosfaatrijk en dus voedselrijk oceaanwater naar boven komt, treffen we volle visgronden aan.

Het ei van Columbus ligt voor het oprapen. Verzamel het surplus aan gier en vervoer het met binnenschepen naar de Rijnmond. Vergist daar het spul in grote tanks, waardoor biogas ontstaat. Het betreft een beproefde techniek die bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van de Derde Energienota. Deze schrijft voor dat we in het jaar 2010 tien procent van onze energiebehoefte uit duurzame bronnen moeten winnen.

De vergiste mest is vervolgens te verspreiden over het dichtstbijzijnde oceaangebied waar een tekort aan voedingsstoffen is. Een groot deel van de Atlantische Oceaan ten zuidwesten van Spanje komt daarvoor in aanmerking. Alleen lokale tekorten krijgen aanvulling, zodat geen algenbloei optreedt. Dat betekent dat we onze mestoverschotten uitvaren over een gebied van enkele duizenden vierkante kilometer.

Deze oplossing maakt ons niet alleen een paar kilo mest lichter, maar levert méér op. Omdat levende materie veel meer koolstof bevat dan fosfaat, is er een enorme vermenigvuldigingsfactor. Voor iedere kilo fosfaat zal er 130 kilo CO2 uit de atmosfeer verdwijnen en als biomassa in zee tot leven komen. Zo compenseert Nederland bovendien nog eens een aanzienlijk deel van de uitstoot van CO2, en levert een positieve bijdrage aan de bestrijding van het broeikaseffect. En ook de visstand vaart wel bij deze optie. Bovendien is verspreiding van voedingsstoffen op oceaangronden op geen enkele wijze strijdig met nationale en internationale wetgeving. De hele operatie kost niet meer dan een paar gulden per m3 drijfmest of per ton uitgespaard CO2, dat is aanzienlijk minder dan welke andere variant.

Door de problemen van mestoverschotten en CO2-reductie tegelijk aan te pakken komen we in een win-win situatie. We moeten alleen af van het idee dat we mest onder alle omstandigheden als afval zien. Daar waar teveel mest is, is het een probleem. Maar waar te weinig voedingsstoffen zijn, is mest een oplossing.

Voor zo'n grootschalig experiment is zorgvuldige begeleiding door een commissie van visserijdeskundigen, marien biologen, oceanografen en mariene geochemici vereist. De grootste ommezwaai moet in onze hoofden plaatsvinden. Het idee dat bemesting van de oceanen wezenlijk anders is dan bemesting van het land is achterhaald; het enige verschil is dat we de gierton uitvaren in plaats van uitrijden.

Dat alles hangt samen met de opvatting dat mest in het geheel geen ongewenst afval is. Ambtelijk Den Haag is op de hoogte van deze mogelijkheden. Het is dan ook verbazingwekkend en triest dat politiek Den Haag zijn ogen sluit voor zo'n voor de hand liggende oplossing. Blijkbaar vinden ze dat we van alles en nog wat straffeloos aan de natuur mogen onttrekken, maar slaan de stoppen door als we iets, onder zorgvuldige controle, aan de natuur toevoegen. Temeer triest omdat we daarmee een bijdrage leveren aan de oplossing van een paar grote milieuproblemen.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat de Nederlandse bevolking zal accepteren dat de politiek deze kans laat liggen. Hooguit is het denkbaar dat het publiek niet goed wordt voorgelicht.

mailIcon print |