Tournee t/m april. Met serie in Theater Zuidplein, Rotterdam (15 t/m 17/2) en Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam (23 t/m 28/4).
De voorstelling is een kwartier oud als Walter wordt binnengedragen. Hij is imbeciel en spastisch en hij kwijlt. In twee van de vier bedrijven die de eerste helft vormen, zit hij in zijn rolstoel in een hoek van de huiskamer van het Randstedelijke appartement van zijn ouders, waar hij het weekeinde altijd doorbrengt. Hij houdt een van zijn verlamde armen misvormd voor zijn borst gespannen en hij heeft zijn hoofd contactloos neerwaarts gericht, ook als hij wordt aangesproken of geknuffeld door de anderen: zijn vader en moeder, zijn halfbroer Gijs en huisvriend Erik.
Bewegingloos als hij daar (ijzersterk uitgebeeld door Tim Kamps) zit, onthutst hij mij op dezelfde wijze als enkele van de porseleinen poppen die Martine Bijl maakte en zeer recent exposeerde. Ook die tonen de hulpeloze breekbaarheid die haar met dit zo kwetsbare personage voor ogen moet hebben gestaan. Het feit dat juist Bijls echtgenoot Berend Boudewijn het stuk regisseerde, droeg er ongetwijfeld toe bij dat 'Walters hemel' zo dicht bij de belevingswereld van de schrijfster zelf is blijven staan, ook op andere fronten. Karakteristieke ingrediënten van haar vroegere cabaret- en huidige televisiewerk domineren dan ook deze tragikomedie, met als nadrukkelijkste kenmerk daarvan de zo vlijmscherpe humor, die optimaal tot zijn recht komt in met name de zeer snelle, spitse dialogen.
Wat 'Walters hemel' als toneelstuk echter nog een belangrijke meerwaarde geeft, is de grote kracht van het boeiende verhaal zelf en de bijzonder sterke invulling van de hoofdrollen. Ingeborg Elzevier speelt met verve de vrouw, Marga geheten. Zij is een succesvolle co-auteur van een dagelijkse televisiesoap en zij is zeer geliefd bij anderen. Helaas is zij als schrijfster en huisgenoot ook behept met een karaktertrek die haar kracht in ernstige mate ondermijnt: zij gaat conflicten het liefst uit de weg. Haar man Theo, hinderlijk knap gespeeld door Huib Broos, profiteert hier op kwalijk wijze van. Hij is een mislukte literaire auteur, wiens boeken zijn verramsjt. Maar bovenal is hij een harteloze egoïst.
In het vijfde bedrijf, dat de hele tweede helft van het stuk beslaat, blijkt dat Marga door een dramatische gebeurtenis met hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte zoon door droefheid is geveld. Nadat zij vervolgens een half jaar niet heeft gewerkt, wil zij de draad echter weer oppakken. Pas op dat moment dwingt de situatie haar tot het pijnlijke inzicht dat deze echtgenoot niet van haar houdt, maar slechts uit berekening bij haar is.
De belangrijke beslissing waar zij dan voor komt te staan, levert een beklemmende stilte op in de zaal. Dit vooral omdat je als toeschouwer veel sympathie voor haar kreeg, terwijl haar man louter antipathie heeft opgebouwd. Maar je kent inmiddels haar weifelende karakter en wacht dus gespannen af of zij inderdáád besluit te doen wat je haar het liefst als oplossing zou willen toeschreeuwen. “Wat een lul”, hoor ik mensen om me heen met gemeende ergernis tegen elkaar zeggen. Marga drukt het plastischer uit en voegt hem uiteindelijk droef maar gelaten toe: “Ik kan jou helaas niet beter maken dan je bent.”
Het is opmerkelijk met hoeveel gemak Martine Bijl haar publiek meetrekt en in een aandachte houdgreep houdt in haar toneeldebuut, dat zich in één decor afspeelt, erg veel vaart heeft en geen zwakke plekken kent. Dat maakt 'Walters hemel', met verdienstelijke bijrollen voor Wil van der Meer (als co-auteur Erik) en Sander Commandeur (als Gijs, haar zoon uit een eerder huwelijk), tot een van de betere en ontegenzeglijk tot een van de indrukwekkendste theaterstukken van dit seizoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.