*

 
dossier

Archief

Stroppendragers brengen Karels geest tot leven

Frank Kools − 13/09/99, 00:00

Toen Karel V op 24 februari 1500 in het Prinsenhof in Gent werd geboren, vierden de inwoners van de stad dag en nacht feest. Tienduizenden dromden samen in de straten waar de doopstoet langs zou trekken. Allemaal droegen zij een fakkel in de hand, zodat Gent één vlammenzee werd.

Als opening van het herdenkingsjaar rond de man die heer der Nederlanden werd, koning van Spanje en keizer van het Duitse Rijk, brandde de Vlaamse stad afgelopen weekeinde opnieuw. In de buurt van het Prinsenhof werden elke avond langs de oever van de Leie vuurpotten aangestoken en brandende vlotten te water gelaten.

Vuur omrandde ook de act van de Franse koorddanser Michel Menin. Die schuifelde vrijdagavond onder massale aandacht over een stalen draad van de toren van de St-Niklaas-kerk naar die van de St-Baafskathedraal. Op de klanken van een concert van tientallen saxofonisten. Eenmaal veilig over, werd op het plein voor de kerk een acht meter hoge luchter met zo'n vierhonderd vuurpotten opgehesen.

Veel plezier hebben de 16de eeuwse Gentenaren niet gehad van hun beroemde telg. Karel bracht de Inquisitie naar de Nederlanden om op ketters te jagen en legde steeds hogere belastingen op om de oorlogen te betalen. Toen Gent in 1540 in opstand kwam, sloeg Karel die keihard neer. De inwoners moesten met stroppen om door de straten lopen. Nog altijd heten Gentenaren stroppendragers.

Moeten we de vierhonderdste geboortedag van die tiran wel herdenken?, vragen veel Vlamingen zich af. ,,Wij eren niet de persoon, maar herdenken zijn tijd'', zo verdedigt de organisatie. Als tegenwicht voor zijn gewetensdwang stelde zij het hele weekeinde in het teken van ontmoetingen tussen culturen en vrijheid. Het werkt wat verwrongen: Gent brengt Karels geest tot leven maar probeert die in één ruk door weer uit te drijven.

In de monumentale raadhuiszaal waar ooit de Pacificatie van Gent - een vredesverdrag, voortgekomen uit de Opstand tegen Spanje - werd ondertekend, bracht zaterdag een koor uit Peking rituele boeddhistische gezangen ten gehoor. In de foyer van de opera klonk Swahili-muziek uit Zanzibar. Een Antwerpse strijkkwartet speelde onder de manshoge staatsieportretten in het bisschoppelijk paleis werk van de hedendaagse Amerikaanse componist Crumb.

Op alles was de sticker 'Kareljaar' geplakt, maar helemaal eerlijk was dat niet. Het weekeinde was een amalgaam van manifestaties die normaal toch al in Gent plaatsvinden: de jaarlijkse happening van het Festival van Vlaanderen, het gelijknamige filmfestival en de open monumentendag.

Aan exorcisme deed zeker de zangeres Diamanda Galas. Na haar 'Pestmis' over het lot van aids-patiëntent, bracht de Amerikaanse in kasteel Gravensteen de wereldpremière van haar nieuwe performance 'Defixiones, Will and Testament', een woedende aanklacht tegen vervolging. Toepasselijker kon niet. Gravensteen diende onder Karel V als gerechtshof. Hij liet er vermeende heksen folteren.

Hoogtepunt was het gratis openluchtconcert voor de barokke St.-Pieterskerk, zaterdagavond, van 'Requiem, Bardo and Nirmanakaya' van Philip Glass. Daarin schetst de Amerikaan aan de hand van grote heilige boeken in een uur en drie kwartier 'de levensloop van de mensheid'. Het werk ging deze zomer in Salzburg in première.

Dat Glass het groot ziet, bleek ook bij de uitvoering. Onder een glazen koepel stelden zich met het uitgebreide Vlaams Radio Orkest, een vergroot koor en kinderkoor, vijf solisten en dirigent Dante Anzolini ruim tweehonderd mensen op. Geluidstorens, overgenomen van U2, droegen het geluid ver voorbij het bomvolle plein.

De componist spreekt zelf van een 'symfonie', maar omdat de tekst centraal staat, was de benaming 'oratorium' zeker niet misplaatst geweest. De eerste van in totaal twaalf delen handelen over de schepping en zijn zwaar en statig, waarbij het koor heel langzaam naar crescendo's toewerkt. Pas op het eind komt er verlichting, als het paradijs aan bod komt.

Het weekeinde sloot gisteren ook weer af met vuur. Papier-maché-poppen van Karel V, zijn zoon Philips II en generaal Alva werden op vuurwagens door de stad gereden. Omgeven door skeletten van vermoorde onderdanen eindigden zij op een symbolische brandstapel. De Gentse stroppenaars zijn 1540 duidelijk nog niet vergeten.

mailIcon print |