Van onze redactie economie LONDEN - De olie-opslagplaats Brent Spar krijgt een nieuwe bestemming. De enorme tank wordt in vijf stukken gezaagd, die dienst gaan doen als fundament voor een nieuw te bouwen kade bij de Noorse stad Stavanger.
Shell, dat het lot van de Brent Spar gisteren bekendmaakte op een persconferentie in Londen, noemt deze oplossing 'beter' dan het afzinken van het gevaarte in de diepzeeën. Shell wilde de Brent Spar aanvankelijk bergen in de Atlantische Oceaan, maar stuitte op Greenpeace dat vooral in Duitsland een soort volkswoede wist te ontketenen. Shell besloot daarom, mede onder politieke druk, af te zien van afzinken en transporteerde de Brent Spar naar een Noors fjord.
Eric Faulds, een van de voor de Brent Spar verantwoordelijke managers bij Shell, noemde de oplossing gisteren 'elegant'. “Het betekent een nieuw leven voor het werkpaard van de Noordzee.” De Britse regering moet het plan overigens nog goedkeuren.
De oplossing die Shell heeft gekozen, was een paar jaar geleden niet mogelijk, volgens Shell-directeur H. Rothermund. De Noren hadden toen waarschijnlijk geen toestemming gegeven om het gevaarte daar te ontmantelen. Bovendien had Stavanger toen nog niet het voornemen om een haven te bouwen voor een veerdienst.
- Vervolg op pagina 6
Oplossing Brent Spar kost miljoenen meer VERVOLG VAN PAGINA 1
Het consortium dat Shell de oplossing aandroeg, is het Brits-Noorse Wood-GMC. Het plan van Wood-GMC scoorde verreweg het beste op het geheel aan criteria waar het plan aan moest voldoen: technische haalbaarheid, veiligheid, milieu en kosten. Het is, aldus Faulds, zelfs wat beter dan het oude plan om de Brent Spar een zeemansgraf te geven. Wood-GMC wil deze zomer al met de werkzaamheden beginnen.
Afzien van het afzinken heeft Shell wel het nodige gekost. Tot 20 juni 1995 was aan de operatie Brent Spar al zo'n 32 miljoen gulden opgegaan. De helft van die kosten was voor rekening van Esso, dat voor 50 procent eigenaar is van de Brent Spar. Shell en Esso zouden bovendien een flink deel van de kosten als aftrekpost mogen opvoeren voor de Britse belastingen. De optie 'afzinken' zou Shell alleen zo'n 6,5 miljoen gulden hebben gekost.
Nu ligt dat anders. Het vervoer van de Brent Spar naar het fjord, het onderhoud en diverse onderzoeksstudies hebben bij elkaar zo'n 32 miljoen gulden gevergd. Daar bovenop komen nog de betalingen aan Wood-GMC: 73 tot 83 miljoen gulden. Van die in totaal 105 tot 115 miljoen aan extra kosten betaalt Esso de helft.
Al met al belopen de extra kosten voor Shell - vergeleken met het oorspronkelijke afzinkplan - zo'n 56 tot 66 miljoen gulden. Daarbij komt dan nog het omzetverlies dat in Duitsland werd geleden, hoewel dat volgens Shell 'verwaarloosbaar' is.
De demontage van de Brent Spar zal, als de Noorse overheid daarvoor een vergunning geeft, geschieden in het fjord waar de Brent Spar nu ligt. Het is de bedoeling om de 14 500 ton wegende kolos op te tillen. Dat gebeurt door middel van kranen die op sloepen staan. Vervolgens wordt het gevaarte in vijf stukken gezaagd. De stukken worden gereinigd, de vuile stoffen - met name olie-restanten en zware metalen - verwerkt. De vijf delen, die allen een hoogte hebben van 22 meter en een diameter van 29 meter, worden vervolgens naar Sekjarvik bij Stavanger vervoerd en volgestopt met zwaar materiaal. Op de vijf delen wordt vervolgens beton gestort voor een kade. Volgens Shell betaalt Stavanger niets voor die delen en bespaart de stad zich zo 1,6 miljoen gulden. Het bovenste deel van de Brent Spar wordt aan land apart verwerkt. Greenpeace reageerde verheugd op de plannen, maar kritiseerde Shell omdat het allemaal zo lang heeft geduurd. Volgens Greenpeace effent het besluit van Shell het pad dat moet leiden tot een verbod op het afzinken van grote olie-installaties in zee.
Een woordvoerder van Greenpeace zei dat de beslissing van Shell bewees dat zijn organisatie het in 1995 bij het juiste eind had. De pittige kritiek van Shell op Greenpeace noemde hij “wat kinderachtig.” Rothermund en Faulds hekelden Greenpeace onder meer omdat de milieu-organisatie had gezegd dat er in de Brent Spar veel meer vuile stoffen zaten dan Shell had gemeld en dat de Brent Spar een giftige tijdbom zou zijn. Rothermund: “Toegegeven, milieu-organisaties hebben er voor gezorgd dat we met nieuwe oplossingen kwamen. Maar wíj hebben die oplossingen aangedragen. Verdient Greenpeace krediet? De Brent Spar was geen tijdbom.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.