*

 
dossier

Archief

HET OPTIMISME VAN ANNE TERPSTRA (11)

Door: redactie − 13/05/95, 00:00

Ik heb Merel gesproken! Afgelopen woensdag ben ik bij haar gaan eten. Ze woont in Cuyk, in een schattig vrijstaand huisje. Ik zag er erg tegenop maar ik heb geen spijt. Ik had niet gedacht dat het zo bevrijdend kon zijn om de ketens van de dagelijkse sleur te verbreken. Mijn man probeerde me nog tegen te houden. “Wat schiet je d'r mee op?” vroeg hij zich af. M'n kinderen stimuleerden me. “Gewoon doen mama”, zei Vera.

Dus ik met de trein naar Cuyk. Ik was in jaren niet met de trein geweest maar ik voelde me eigenlijk meteen op m'n gemak. Tussen Utrecht en Arnhem kwam, in de eersteklas coupé, een heel aardige man tegenover mij zitten. Aardig en erg knap. Slank en ondeugend. Sensuele mond. Hij keek zo intens naar mij dat ik me aan één kant ongemakkelijk voelde en aan de andere kant trots en zelfs een ietsje opgewonden. Hij vroeg wat ik ging doen. Ik vertelde dat ik naar een vroegere schoolvriendin ging. Hij zei dat hij mij zo bijzonder vond. Ik glimlachte. Hij vroeg of hij mij een klein kusje mocht geven. Ik had geen bezwaar. Maar dat liep toch uit de hand! Binnen enkele minuten vlogen de kleren door de lucht. We grepen elkaar waar me maar konden. En heel veel kussen. Het was in korte tijd zo intens en zo ontwapenend. Wat kan het leven in een eersteklas treincoupé toch leuk en onverwacht zijn.

Merel was ouder geworden maar had nog wel een frisse oogopslag. Ik had het idee dat ze wel tevreden met zichzelf was. Ze woont prachtig in een schitterend plaatsje. Vriendelijke bevolking. In haar huuis marmeren vloeren, blauw fluwelen gordijnen en behang met een soort goud-motiefje. Al in de eerste vijf minuten vertelde ze dat ze miljonair was. Begonnen als schoonmaakster en geëindigd als directrice van een schoonmaakketen. Ze had zelf gekookt. Garnalencocktail vooraf, Tournedos Stroganoff als hoofdgerecht en Flan Catalane als toetje. De hele avond heb ik combinatie stemmingen gehad. Bewondering en minachting, liefde en haat, vertrouwen en argwaan, zin en afschuw. Ze liet foto's zien van haar huisje in Chalabre, aan de voet van de Pyreneeën. Het zag er prachtig uit en toch zag ik mijzelf daar niet zo gauw zitten. “Je gaat mee, hè”, drong Merel aan. Ik zei dat ik alles even op een rijtje moest zetten. Terwijl ze haar arm om mij heen sloeg moest ik aan mijn man en kinderen denken. Was ik wel op de goeie weg? Ook de man in de treincoupé kwam in mijn gedachten en ik besefte ineens dat mijn laatste trein al vertrokken was. “Je mag in de logeerkamer slapen maar je mag ook gezellig bij mij komen slapen”, zei Merel met haar hese stem. Ik kreeg een garnalencocktailoprisping maar wist alles nog net binnen te houden.

mailIcon print |