*

 
dossier

Archief

Economische hulp raakt kern van strategie GIA-terroristen

Door: redactie − 12/09/95, 00:00

Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - “Deze pest zullen we uitroeien”, zei de Franse president Jacques Chirac zondag over de recente terreurgolf in zijn land. Maar uit de rest van zijn redevoering bleek alleen maar hoezeer Frankrijk zich heeft vastgedraaid in het Algerijnse probleem.

Dat gebeurt voor de tweede maal sinds de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig waren er zo'n miljoen Algerijnse doden voor nodig om de Fransen ervan te overtuigen dat ze hun Algerijnse kolonie maar beter onafhankelijkheid konden geven. Zo'n veertig jaar later breekt Parijs zijn nek over een strijd tussen het regime van voormalige vrijheidsstrijders, dat door de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije aan de macht kwam, en grote delen van de Algerijnse bevolking. Chirac sloeg ferme taal uit, nam zelf de leiding van de strijd tegen de aanslagen op zich, mobiliseerde zijn belangrijkste ministers en de veiligheidsdiensten, maar ontvouwde geen politieke ideeën die uitzicht bieden op een verbetering.

Doordat sinds de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 miljoenen Algerijnen naar Frankrijk zijn getrokken (op de vlucht voor de dictatuur van de vrijheidsstrijders en de armoede) kan dat land zich moeilijk afzijdig houden van zijn voormalige kolonie. Wat er in Algerije gebeurt heeft zijn weerslag op Algerijnen en andere Noordafrikanen in Frankrijk, aan wie de politie de terreuraanslagen toeschrijft. Ook gisteren verrichtte de politie binnen die groep arrestaties, in totaal 36, zonder een 'grote vis' te vangen.

Chirac beklemtoonde dat Frankrijk neutraal is in het Algerijnse conflict. Maar de Algerijnse guerrilla-organisatie GIA, met haar vertakkingen in Frankrijk, ziet dat anders. Het ziet met lede ogen hoe Franse economische hulp de ineenstorting van het Algerijnse regime voorkomt. Onlangs wist Algerije, mede op voorspraak van Frankrijk, een akkoord te sluiten met het Internationale Monetaire Fonds (dat een Franse voorzitter heeft) waardoor er weer even lucht is. Eind 1993 leek de toestand nog hopeloos. Algerije moest aan aflossing van schulden toen meer betalen dan zijn belangrijkste en vrijwel enige exportprodukt, olie, opleverde. De verwachting was dat in de zomer van 1994 er geen geld meer zou zijn om salarissen van ambtenaren te betalen.

De GIA stelde, om de druk op te voeren, toentertijd aan alle buitenlanders een ultimatum dat ze Algerije moesten verlaten, op straffe van de dood. De organisatie voegde de daad bij het woord en vermoordde tientallen buitenlanders. De bedoeling was dat geen buitenlandse maatschappij meer zaken in Algerije zou durven doen, waardoor de pogingen van het bewind om de economie te redden gedoemd zouden zijn te mislukken.

Chirac benadrukte zondag dat de Franse economische hulp alleen maar tot doel had het Algerijnse volk te redden. Maar in de ogen van de GIA raakt die hulp de kern van zijn strategie van de verschroeide aarde, waarmee ze het bewind in Algiers ten val wil brengen. Die economische hulp is misschien nog wel belangrijker dan de leveranties van hoog ontwikkelde wapens, die begin dit jaar het bewind in staat stelde de ergste militaire dreiging van de guerrillastrijders af te wenden. Een beweging als de GIA, die in Algerije zonder gewetenshinder op gruwelijke wijze buitenlanders en Algerijnen afslacht voor de 'goede zaak', heeft vanuit zijn logica redenen genoeg om nu ook Frankrijk met bommen te bestoken. Chirac toonde zich ook weer niet helemaal neutraal. Hij beloofde politieke steun aan alle Algerijnen die tegen schendingen van mensenrechten, geweld en aanslagen zijn. Hij leek te doelen op de zogeheten 'democraten', een groep die wat verloren doolt tussen enerzijds het regime, en anderzijds de islamitische extremisten. Deze mensen houden er vaak voortreffelijke denkbeelden op na, maar hebben twee nadelen. In de eerste plaats vertegenwoordigen ze een minderheid van de Algerijnse samenleving. Bij de laatste verkiezingen van december 1991 behaalden ze ongeveer een kwart van de stemmen. Bovendien zijn ze ernstig verdeeld. Chirac erkende dat laatste.

In een poging om kolen en geiten te sparen repte Chirac niet over het akkoord van Rome, van afgelopen januari. Toen bereikten de drie belangrijkste Algerijnse politieke partijen een overeenkomst over het herstel van de democratie en het einde van de burgeroorlog. De nog maar juist ingevoerde democratie bezweek in januari 1992 door een staatsgreep. In december 1991 had de islamitische Fis-partij, in de eerste vrije parlementsverkiezingen in de Algerijnse geschiedenis, bijna de helft van de stemmen behaald. Er was nog wel een tweede ronde nodig, in onbesliste districten. Zonder de staatsgreep zou het Fis een dikke absolute meerderheid in het parlement hebben gekregen.

Het Fis werd verboden maar is, aan islamitisch fundamentalistische kant, nog steeds de belangrijkste factor, hoezeer de later opgekomen GIA ook de aandacht trekt met terreur. Ook het Fis vecht met het regime, maar is toch minder gewelddadig dan de GIA, heeft een meer bezonnen en vooral ouder kader, en denkt politieker.

Destijds juichte de huidige minister-president Alain Juppé het akkoord van Rome toe. Hij was toen minister van buitenlandse zaken. Chirac hield zondag zijn lippen stijf op elkaar over 'Rome'. Hij voorkwam daarmee een ruzie met het Algerijnse bewind maar kreeg het wel extra moeilijk om uit te leggen dat Frankrijk echt neutraal is.

mailIcon print |