Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - De 'Michelin-gids voor de gezondheidszorg' die de Consumentenbond wil gaan maken, lijkt een nieuw initiatief. Maar een kwaliteitsgids over ziekenhuizen die over een kinderafdeling beschikken bestaat al jaren. Sinds 1985 geeft de Vereniging Kind en Ziekenhuis informatie over de voorzieningen die deze ziekenhuizen bieden aan ouders en kinderen in de gids 'Welk ziekenhuis kiest u?'
De laatste versie van de gids kwam uit in 1996, mede dankzij een subsidie van het ministerie van volksgezondheid. Aan de volgende editie, die in het voorjaar van 1999 moet verschijnen, wordt gewerkt. Directeur mevrouw M. van Bergen: “Bij elke druk wordt de gids uitgebreid. Zo hebben wij tijdens het maken van de laatste gids gemerkt dat zestig procent van de kinderen die in dagbehandeling zijn, niet op een kinderafdeling terechtkomt. Zij krijgen gewone verpleegkundigen aan hun bed, terwijl kinderverpleegkunde een specialisme is. Daar besteden we in onze volgende gids meer aandacht aan.”
Bezoekregeling
De huidige gids geeft per ziekenhuis aan hoe de bezoekregeling is, of ouders bij de narcose of het ontwaken daaruit aanwezig mogen zijn en of ze bij het kind mogen blijven slapen. Ouders blijken daar veel belang aan te hechten. Van Bergen: “In Limburg kost het bijvoorbeeld veel moeite om bij bepaalde ziekenhuizen bij de narcose en in de verkoeverkamer aanwezig te mogen zijn. Ouders gaan dan toch naar een ziekenhuis in Noord-Brabant. Wij worden vrijwel dagelijks over dit soort zaken gebeld.”
Positief
De informatie in de gids krijgt de vereniging van de ziekenhuizen zelf. Omdat die soms een té positief beeld schetsen, controleert de vereniging de gegevens wel. Vaak passen de ziekenhuizen hun beleid aan. Van Bergen: “De gids is een duwtje in de rug van de kwaliteitsverbetering in ziekenhuizen. Het blijkt dat het effect heeft. Op congressen hoor ik artsen wel eens tegen elkaar zeggen: 'Hé, hebben jullie die mogelijkheid nog niet?' Op deze manier ontstaan discussies in de ziekenhuizen.”
Uit de cijfers blijkt het succes: in 1992 liet 60 procent van de ziekenhuizen de ouders toe bij de inleiding van de narcose van hun kind, in 1996 was dat al meer dan 90 procent.
Rond het ontwaken uit de narcose is minder toegestaan. Sommige ziekenhuizen zeggen maar één verkoeverkamer te hebben, waar zowel kinderen als volwassenen bijkomen uit hun narcose. De aanwezigheid van ouders zou dan te veel onrust veroorzaken. Ook mogen in sommige ziekenhuizen ouders niet bij de narcose van baby's aanwezig zijn. Anesthesist Offenberg van het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag: “Als ouders het per se willen kan het wel, maar kinderen onder de drie maanden hebben nog niet zo'n binding met de moeder. Bovendien is het voor de moeder ook niet zo prettig om te zien hoe het kind onder narcose wordt gebracht.”
Baby's
Mevrouw Van Bergen is het met deze argumentatie niet eens: “Onderzoeken tonen aan dat heel jonge baby's reageren op de aanwezigheid van een vertrouwd persoon. De binding tussen moeder en kind begint al in de baarmoeder. Wat ik me wel kan voorstellen is dat sommige anesthesisten er liever geen ouders bij willen omdat het moeilijk is een baby onder narcose te brengen. Dat vergt veel concentratie. Maar dat is per anesthesist verschillend.”
De gids geeft juist die verschillen aan en de ziekenhuizen proberen daarop te reageren. Offenberg: “Wij hebben sinds een aantal jaren een beleid voor dit soort zaken. Als artsen uit andere ziekenhuizen komen invallen, moeten zij zich nu ook aan dat beleid houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.