*

 
dossier

Archief

Wals, twist, disco of house: dans is het tijdsbeeld

SASKIA BOSCH − 20/02/98, 00:00

UTRECHT - Een echt dansbeest is ze zelf niet. De afgelopen jaren bracht muziekwetenschapper Lutgard Mutsaers niet door op de dansvloer, maar achter de tekstverwerker waar ze 'Beat crazy' - haar proefschrift over dansrages in Nederland - schreef. “Dans ís het tijdsbeeld.”

Mutsaers is geen nieuwkomer op het gebied van cultuurhistorisch onderzoek van de popmuziek. Sinds enkele jaren geeft ze les in popmuziekgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en ze is een van de kanshebbers voor de positie van bijzonder hoogleraar popmuziek die de Universiteit van Amsterdam binnenkort gaat aanstellen. Het publiek zal haar echter waarschijnlijk beter kennen van haar boeken over popmuziek, zoals 'Rockin' Ramona' en '25 jaar Paradiso'.

De afgelopen maanden stonden echter geheel in het teken van 'Beat crazy. Een pophistorisch onderzoek naar de impact van de transnationale dansrages twist, disco en house in Nederland'. In het onderzoek, waarop Mutsaers vorige week promoveerde en dat zijn naam ontleent aan een song van Joe Jackson, kon de 44-jarige wetenschapper haar liefde voor de dans en de zwarte muziek kwijt. Maar ook het feit dat de dansmuziek lang een ondergeschoven kindje van de pop is geweest, sprak de kersverse doctor aan. “Ik heb altijd wat gehad met dansmuziek. Ik interesseer me nu eenmaal voor underdogs.”

Aan die ondergeschoven positie is aan het eind van de twintigste eeuw wel een radicaal einde gekomen. Niemand zal anno '98 meer durven ontkennen dat de dansmuziek een van de commerciĆ«le pijlers van de pop is geworden, terwijl ook de belangrijkste artistieke vernieuwingen zich momenteel binnen dit genre voltrekken. “Er is altijd veel geĆ«xperimenteerd in de dansmuziek”, aldus Mutsaers. “Je kunt nu eenmaal niet jaren toe met dezelfde muziek, want een nieuwe generatie wil niet voorthobbelen op de muziek van een oudere generatie.”

Bij haar onderzoek naar de opkomst en impact van de drie dansrages kwam Mutsaers er achter dat iedere nieuwe rage bij het establishment behoorlijke weerstanden opriep. Het begon al met de twist, die begin jaren zestig voor een ware paniek onder de dansschoolhouders zorgde. “Het leren van de wals en de foxtrot was tot die tijd een deel van de opvoeding. Met de introductie van de twist gingen de mensen opeens los dansen en hadden ze geen lessen meer nodig. Dat was een enorme klap voor de dansinstituten, die zelfs een landelijke vergadering hielden over de vraag of ze de twist in huis moesten halen. Dat gebeurde uiteindelijk, maar wel tegen heug en meug. Het was een generatie die was opgegroeid in de Victor Sylvester-traditie en ze haatten Chubby Checker.” Het verzet tegen de twist en de bijbehorende muziek, de rock & roll was zelfs zo hevig, dat Cees Nooteboom in een column in de Volkskrant zich woedend afvroeg: “Wie zijn zij, deze kloostertafels, deze batikdoeken, deze geraniumpotten, dat zij menen aan anderen te kunnen vertellen wat wel of niet vulgair is?”

Een decennium later verliep ook de introductie van de disco niet zonder slag of stoot. “De disco kwam Nederland binnen via de homo-disco's. Het was in zekere zin de soundtrack van de homo-emancipatie. Homo, hetero, travo, iedereen ging naar de homo-disco's om op die muziek te dansen. Het was de tijd van de Saturday-night-fever-wedstrijden. In de serieuze pers werd de disco echter verzwegen of was er zelfs sprake van een haat tegen deze muziek”, aldus Mutsaers. Zo zag de Haagse Post in 1979 in disco 'het treurige eindstation van 20 jaar pop' en schreef Harry van Nieuwenhoven twee jaar eerder in Oor naar aanleiding van het programma 'Top Pop': “Tot mijn niet geringe verbazing moet ik de laatste tijd iedere keer weer konstateren dat de 'zwarte acts' vrijwel bezit hebben genomen van dit hitpotente programma, dat daardoor een ware schrik voor kleurenkijk(st)ers is geworden. Door al die bumpende borstpartijen van steeds maar schaarser geklede springende negers, die de jungle nog niet ontgroeid lijken te zijn, zou je als argeloze popliefhebster of -hebber al snel de indruk kunnen krijgen dat de soulmzuiek op het ogenblik ongekende tijden doormaakt. In kommersjeel opzicht misschien wel. In artistiek opzicht is het vaak huilen met de pet op, zoals ondergetekende de soulbrothers en -sisters wil aantonen.”

Synthesizer

Saillant genoeg is de disco momenteel volledig gerehabiliteerd. Door de introductie van de drumcomputer en synthesizer in de popmuziek wordt de disco nu gezien als de grondlegger van de digitale dansmuziek en wie zijn oude disco-hits heeft bewaard, kan op menig dance-party weer goede sier maken.

Wellicht mede dankzij het voorbereidende werk van de disco was de house de enige dansrage die niet in muzikaal opzicht werd aangevallen. Toen deze stroming begin jaren negentig Nederland veroverde, waren het niet zozeer de muzikale kwaliteiten als wel de randverschijnselen die ogenblikkelijk de aandacht trokken. “De house was vanaf het prille begin een onderwerp in de media. Zelfs de EO heeft een goed archief over het onderwerp. Daarbij waren er weinig muzikale bezwaren. Er was vooral bezorgdheid over het xtc-gebruik, het gevaar van het nachtenlang doordansen en het toenemende geweld in het uitgaansleven.”

Deze bezorgdheden ten spijt werd de house de dansmuziek van de jaren negentig en zorgde het genre voor grote veranderingen in het uitgaansleven. “De discotheek was vroeger een plek met een dansvloer en zitjes. Bij een houseparty is de hele ruimte de dansvloer. De discotheek is niet langer het ontmoetingscentrum voor goede gesprekken. Dansen is het doel.” Dat heeft volgens Mutsaers alles te maken met de tijdgeest. “Dans ís het tijdsbeeld. Zeg je de jaren twintig, dan zie je de Charleston voor je, zoals de jaren zeventig de spiegelbol, plateauzolen en John Travolta zijn. En bij de house zie je een nieuwe generatie die niet aangesproken wil worden op idealen. Het is de generatie Nix, die al is gek gezeurd door de ouders en zegt: wij willen gewoon dansen, laat ons met rust.”

mailIcon print |