Staatssecretaris Willem Vermeend van financiën sluit per 1 januari een aantal mazen in de Nederlandse belastingwet. Reden voor directeur/eigenaars van middelgrote bedrijven om voor die tijd voorgoed de biezen te pakken. Bij accountantskantoren staan ze in de rij. “Ik help binnen drie maanden nog minstens een buslading de grens over”, meldt belastingadviseur Frie van Helvoort. Op weg naar fiscaal mildere oorden.
Boven aan de trap bij de voordeur staat glimlachend de heer des huizes. Ad Segers, 55 jaar, voormalig juwelier, Nederlander in België aangenaam. In de hand een pak post met bovenop drie exemplaren van De Stem, het regionale dagblad voor Breda en omstreken. Een Belgische krant komt er niet in. Daar heeft zes jaar Brasschaat niks aan kunnen veranderen.
Segers noemt zichzelf een fiscaal vluchteling. Dat is opvallend. Niet omdat ze zeldzaam zijn, maar omdat de meesten er niet voor uitkomen. Nederland verlaten om je vermogen te beschermen tegen de belastingdruk is not done. En als je het toch doet, dan heb je het daar liever niet over. Tenminste: niet met gewone mensen en al helemaal niet met de pers.
Dan zeg je dus tegen een journalist níet dat je gewoon geen zin hebt om over dat onderwerp van gedachten te wisselen, maar vertel je dat je in Brasschaat bent gaan wonen “omdat de schouwburg van Antwerpen zo'n verdomd aardige programmering heeft”. Om vervolgens door de mand te vallen door te vragen of de mevrouw aan de andere kant van de lijn eigenlijk wel enige notie heeft van de “grove belastingtarieven” die de Nederlandse overheid durft te heffen en wat dat voor een behoorlijk vermogen kan betekenen. “Denkt u daar maar eens over na.”
Segers heeft er geen enkel probleem mee te vertellen dat het aantrekkelijke belastingtarief aan de andere kant van de grens destijds de belangrijkste reden was om de koffers te pakken. “Ik heb niks te verbergen. Het is volkomen legaal, dus vind ik het geen enkel punt.”
De suggestie dat zijn collega's België-gangers niet willen praten uit angst voor bijvoorbeeld ontvoering, wijst hij minzaam lachend van de hand. “Zo discreet zijn ze vaak niet over hun verhuizing. In bepaalde kringen is het zelfs een status-symbool geworden. 'Mijn vermogen is zo groot, dat ik ervoor in België moet gaan wonen'.”
Niemand weet het precies, maar Frie van Helvoort en Wil Vennix, fiscaal adviseurs bij accountantsmaatschap Van Oers in Breda, gaan ervan uit dat er 50 000 Nederlanders om belasting-technische redenen in België wonen. Die schatting komt als volgt tot stand: België telt volgens het eigen Nationaal instituut voor de statistiek 75 000 Nederlanders. In Nederland wonen 24 000 Belgen. Die zijn hier niet gekomen vanwege het belastingklimaat, dus waarschijnlijk woont een vergelijkbaar aantal Nederlanders ook om andere dan belasting-technische redenen in België. Trekken we die af van het totaal, dan blijven er 51 000 over: afgerond 50 000. Deel je die 50 000 door een gemiddelde gezinsgrootte van 2,5 - want het gaat veelal om oudere mensen, wier kinderen het huis al uit zijn - dan praat je over zo'n 20 000 gezinnen.
Dat is nog aan de behoudende kant, stellen de belastingadviseurs. Op grond van het aantal 'vluchtelingen' dat zich in de loop van de tijd bij hun kantoor heeft gemeld, hebben zij de indruk dat het er in werkelijkheid veel meer zijn. “Het blijft moeilijk zo'n bewering met cijfers te staven”, geeft Vennix toe. Maatschap Van Oers staat bekend om zijn specialismen: de België- en de Antillenroute. Het klantenbestand van het kantoor bevat voornamelijk ondernemers.
Een snelle rekensom toont aan over wat voor immense bedragen gepraat wordt, ook al worden de - vermoedelijk te lage - officiële cijfers gehanteerd. Zou ieder gezin twee miljoen mee de grens overnemen, dan gaat het over een 'gevlucht' vermogen van 40 miljard gulden. “Als wij onze eigen cliëntenportefeuille bezien, zit het gemiddelde gezinsvermogen, inclusief het pensioensvermogen, dichter in de buurt van de vijf dan de twee miljoen”, zegt Vennix. Dat zou betekenen dat inmiddels een kapitaal van 100 miljard gulden niet langer Nederland maar België als standplaats heeft.
Dat bedrag is goed voor 800 miljoen gulden aan vermogensbelasting per jaar. En bij een rendement van 6 procent en een tarief van 50 procent zou de inkomstenbelastingopbrengst zo'n drie miljard gulden bedragen.
De belastingadviseur doet er nog een schepje bovenop: “De meeste cliënten van ons komen uit Brabant. Voor hen is de stap om naar België te gaan niet zo groot. De afstand is klein en het verschil in mentaliteit is voor hen vaak gemakkelijker te overbruggen dan voor mensen van boven de grote rivieren. Het lijkt ons daarom waarschijnlijk dat 'emigranten' uit de rest van Nederland, gemiddeld nog vermogender waren.”
Had ze maar in Nederland gehouden, wil het fiscalistenduo maar zeggen. “Deze mensen zijn de aanjagers van de economie. Daar kun je als land veel aan hebben. Je zou ze moeten koesteren in plaats van verjagen.”
Natuurlijk kent voormalig juwelier Segers de argumenten van de tegenstanders van de door hem ingeslagen België-route. Die stellen dat het moreel verwerpelijk is eerst je geld in Nederland te verdienen en het de grens mee over te nemen zo gauw de buit binnen is. Ze wijzen erop dat landen waar het grootscheeps ontduiken van de belastingen tot nationale sport is geworden, onder andere daardoor met inflatie kampen. En dat een tekort aan overheidsinkomsten consequenties heeft voor het niveau van de sociale voorzieningen, onderwijs en infrastructuur.
Segers redeneert precies andersom. “Het zou een schande zijn als in Nederland níet alles perfect georganiseerd was. Moet je kijken wat het de inwoners van Nederland kost. In België zijn eigenlijk alle openbare voorzieningen minder goed. Als je het gemeentehuis hier ziet: een paar hokken met wat bureaus erin. De wegen: vol gaten. Het openbaar vervoer: veel oude rotzooi. Logisch, want Belgen betalen ook minder.”
Bovendien is er een verschil tussen Nederland de rug toekeren of het Nederlandse belastingsysteem, vindt Segers. “Wij geven ons geld bijna principieel uit bij detaillisten in Nederland. Alles wat we in Nederland kunnen kopen, kopen we daar. Het is heel persoonlijk, maar wij zijn echt niet vergeten wie ons groot gemaakt hebben.”
Ontspannen achterover leunend in zijn bureaustoel, vertelt Segers zonder omhaal hoe hij in relatief korte tijd zijn kapitaal vergaarde. In 1977 nam hij de juwelierszaak van zijn vader over. Twee jaar later stichtte hij twee nieuwe zaken en in 1980 kocht hij daar nog een juwelierszaak bij. Het liep gesmeerd. In de tussentijd deed hij links en rechts “wat” in onroerend goed. “Ik kan niet zeggen dat het me slecht gegaan is”, meldt hij met veel gevoel voor understatement, terwijl hij zijn rode kater bestraffend van het marmeren bureaublad zet. Acht jaar na aankoop van de laatste zaak kon hij de boel gaan afstoten. Hij heeft alles verkocht. Zijn zoon nam een van de juwelierswinkels over.
“Wij kenden de België-route natuurlijk. Veel ondernemers uit de buurt van Breda gingen ons voor. Mijn vrouw en ik hebben een lijstje gemaakt en de consequenties van een verhuizing op een rij gezet. Als je namelijk alleen bedenkt dat verhuizen belasting-technisch voordeliger is, ben je naar mijn mening helemaal verkeerd bezig. De juiste verhouding vinden tussen je financiële en je sociale leven, daar gaat het om. Wij vinden de belastingdruk in Nederland niet onrechtvaardig, da's een veel te zwaar woord. Ik ben niet anti-belasting, ik ben belastingschuw en ik vind de Nederlandse belasting erg hoog. Dus ben ik gegaan.”
“Ik zie veel mensen die alleen vanwege het geld hier naar toe komen. Ik kan je vertellen dat die niet gelukkig zijn. Met name de vrouwen leven in een gouden kooi. Meneer heeft nog wel een adviseurschap of een mede-directeurschap in Nederland, maar mevrouw is overgeleverd aan het sociale klimaat hier. Je moet er tegen kunnen hoor, die gemakkelijke Belgische mentaliteit, waarbij afspraken net zo snel weer vergeten worden als ze gemaakt zijn. Kijk, wij zijn Brabanders, voor ons was de hobbel niet zo groot. Bovendien rijden wij een keer of drie per week binnen drie kwartier naar Breda. Wij hebben al vaak tegen elkaar gezegd: als wij in Amsterdam of Utrecht hadden gewoond, of nog kleine kinderen hadden gehad, dan waren we nooit gegaan. Zo zullen wij ook nooit naar de Antillen of een ander belastingparadijs vertrekken, als het klimaat hier minder aangenaam zou worden.”
Niet iedere gefortuneerde is zo genuanceerd, weet belastingadviseur Frie van Helvoort uit ervaring. Soms heeft hij letterlijk briesende directeuren voor zijn bureau staan. “Die mensen hebben stuk voor stuk hard gewerkt, die hebben hun kapitaal niet voor niks gekregen. Op het moment dat ze hun bedrijf willen verkopen of willen overdoen aan een van de kinderen, wil de belasting nog een behoorlijk graantje meepikken. Dat stoort sommige mensen enorm. 'Ik heb mijn hele leven al zoveel belasting betaald, nu hou ik er principieel mee op: wijs mij de weg maar', met zo'n houding komen veel mensen hier binnen. En persoonlijk geef ik ze groot gelijk. Waarom zou je je kaal laten plukken als er zulke goede alternatieven zijn? Kijk, je hebt hier te maken met mensen die niet afwachten, die gewend zijn zelf knopen door te hakken en geen beslissingen voor zich te láten nemen.”
De meeste ondernemers die bij de belastingadviseur aankloppen, hebben een vermogen van tussen de drie en tien miljoen gulden, zeggen Van Helvoort en Vennix. Een klein gedeelte heeft meer, oplopend tot een kapitaal van vijftig miljoen. Het betreft veelal mensen die van hun zaak af willen of die al van de hand hebben gedaan. De echt snelle jongens melden zich al rond hun veertigste, de grootste groep is rond de vijftig, zestig jaar oud.
“Zeker voor diegenen die een relatief klein kapitaal hebben, is het belangrijk de zaak scherp te spelen”, zegt Van Helvoort. “Zij hebben het gevoel dat ze een minimum overhouden als ze de belastingen hun gang laten gaan. Het valt niet uit te leggen aan mensen die geen vermogen hebben, maar die miljonairs hebben een status hoog te houden. Die dienen in een grote auto te rijden, in een kapitaal pand te wonen. Die kun je niet na hun pensionering in een rijtjeshuis zetten met een Fiatje ervoor. Onmogelijk.”
Nederland prijst zich, door een zogeheten klassiek belastingsysteem te hanteren, volkomen uit de markt, menen Vennix en Van Helvoort. “Op een gegeven moment is het niet zo interessant meer of iets wel of niet moreel verantwoord is, dan praat je gewoon over een economische realiteit. Bijvoorbeeld dat je in Nederland in een situatie kunt komen te verkeren dat je van iedere 1000 gulden die je verdient er maar 280 overhoudt.”
In Nederland bedraagt de vermogensbelasting 0,8 procent over het totale vermogen. Dat is acht gulden over iedere duizend gulden van de bezittingen. Voor een directeur/grootaandeelhouder beginnen de problemen doorgaans echter pas, wanneer hij zijn bedrijf verkoopt. Tot dat moment valt de waarde van zijn aandelen onder de ondernemingsvrijstelling. Daarna is het gewoon vermogen geworden, en ook een eventueel minderheidsaandeel dat hij nog houdt is niet meer vrijgesteld. Ook de verkoop van het aandelenbezit zelf is voor grootaandeelhouders vaak een rib uit het lijf: is de transactie rond, dan int de Nederlandse belastingdienst twintig procent van de opbrengst.
In België is het allemaal anders. Dat land kent helemaal geen vermogensbelasting. Bovendien: wie vijf jaar in België woont en daarna pas zijn aandelen van de hand doet, hoeft daarover geen cent af te dragen aan de fiscus. En wie nog vijf jaar langer in het Vlaamse land blijft, kan het vermogen in zijn geheel - zonder successierechten zoals in Nederland - overdragen aan de kinderen. De handgift noemen de Belgen dat.
“Of je houdt van iedere duizend gulden winst 850 gulden over, of 280 gulden”, schetst Van Helvoort het verschil tussen België en Nederland. “Het is een kwestie van kiezen.”
De kapitaalvlucht is met name de Nederlandse overheid een doorn in het oog. Vandaar dat staatssecretaris Vermeend afgelopen juni de Tweede Kamer een aantal voorstellen deed om de uittocht te stoppen.
Het plan was in eerste instantie om vanaf 1 januari fiscaal gezien een hek om Nederland te plaatsen. Iedereen die met zijn vermogen het land wilde verlaten, zou aan de grens een kwart van de waarde van de aandelen in het bedrijf dat hij bezit aan de belasting moeten geven. Zo'n bedrag vertegenwoordigt meestal het grootste deel van het privévermogen van een ondernemer. Reden genoeg voor “de busladingen” gefortuneerden om spoorslags - en in ieder geval voor de jaarwisseling - naar België te vertrekken.
Na veel commentaar heeft Vermeend dat plan vervangen door een aanslag aan de grens, die pas van kracht wordt als de grootaandeelhouder daadwerkelijk zijn belangen verkoopt. “Daarmee houdt Vermeend de emigranten die nu weg willen niet tegen”, stelt Van Helvoort. “Hun vertrouwen in de politiek is weg. Nu wordt het gedeeltelijk teruggedraaid, maar volgende week verzint Den Haag misschien weer iets anders, is de redenering. Zij gaan 'stemmen met de voeten', zoals dat heet: laat Nederland het uitzoeken, maar wel zonder mij.”
Een andere reden om nu snel richting zuiden te trekken, is het voornemen van Vermeend om de vierduizend Nederlandse miljonairs aan te pakken die op dit moment gebruik maken van de zogenoemde nul-constructie. De wet vermogensbelasting schrijft namelijk voor dat iemand niet meer dan 68 procent van zijn inkomen hoeft af te dragen aan inkomsten- en vermogensbelasting. Wie geen inkomen heeft, betaalt ook geen vermogensbelasting. Een aantal bedrijfseigenaren, die tegelijk directeur zijn, hebben daarom besloten zichzelf geen salaris te betalen. Hun inkomen is daardoor nul en de belasting heeft geen vat op hen. Ondertussen leven ze van leningen of teren in op hun persoonlijke kapitaal.
Ad Segers heeft zijn Brasschaatse villa inmiddels weer in handen van een makelaar gegeven. Hij en zijn vrouw willen toch liever wat kleiner gaan wonen. Wijzend op de ingelijste kleurenfoto met het jacht in de Middellandse Zee achter hem: “We zijn zo vaak met de boot weg.”
En dus kan het zijn dat er binnenkort een advertentie in een Nederlandse krant verschijnt met zijn huis op het een-kolomsbrede zwart-witfotootje.
Een advertentie zoals deze: Heren directeuren/grootaandeelhouders, als u nog voor 1-1-97 naar België wilt vertrekken, hebben wij voor u te koop in Brasschaat, een riante Engelse stijlvilla op circa 3900 vierkante meter, zeer residentieel gelegen, sfeervolle woonkamer met open haard, eetkamer met open haard, zeer luxe keuken, vijf slaapkamers, twee badkamers, verwarmd zwembad, twee garages, prachtige tuin. Prijs 1 100 000 gulden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.