*

 
dossier

Archief

DE BOTTE BIJL VAN DE BIJSTAND

HUIB GOUDRIAAN − 09/09/95, 00:00

“Het kabinet wappert nog met de vlag van banen scheppen, terwijl het vinden van arbeid voor velen van onze klanten een fata morgana is.” De directeur van de sociale dienst te Rotterdam doet voor zijn vertrek nog een keer van zich spreken.

De 43-jarige drs. E. Czyzewski wordt, na vier jaar in de directie van de Rotterdamse sociale dienst, directeur bij het College Toezicht Sociale Verzekeringen in Zoetermeer. “Ik zit in de luxueuze positie dat ik werk kan krijgen waarin ik me kan ontplooien. Dat geldt niet voor de uitkeringsgerechtigden.”

'Sjef' Czyzewski tilt er zwaar aan dat voor de mensen aan de onderkant 'ontplooiing in het werk' een fraaie droom is geworden, terwijl velen blijvend onder de armoedegrens zakken. Hij heeft niet de reputatie daarover te zwijgen terwille van de lieve vrede. Menigmaal wierp hij forse stenen in de publieke vijver, zoals: 'het vangnet is kapot, we zien met lede ogen hoe mensen er doorheen vallen' en 'het kabinet roept teveel werk, werk, werk, en te weinig zorg, zorg, zorg'. In ons gesprek zegt hij: 'het sociale netwerk is een zooitje geworden'.

Czyzewski, zoon van een Poolse militair die Breda hielp bevrijden, schrok tijdens zijn vier jaar in Rotterdam steeds meer van een hard feit: zeker de helft van de zestigduizend uitkeringsgerechtigden in deze stad zal nooit meer een plaats op de arbeidsmarkt vinden. “Het kabinet wappert nog met de vlag van banen scheppen, terwijl het vinden van arbeid voor velen van onze klanten een fata morgana is.” Rode draad in zijn gedachtengang is dat de gouden jaren van de volledige werkgelegenheid de beleidsmakers te veel parten blijven spelen. Zeker, er moet hardnekkig worden gestreefd naar meer banen, maar 'daarmee alleen redden we het niet'. Er is een fijnmaziger sociaal vangnet nodig voor mensen die kansloos zijn op de reguliere arbeidsmarkt, en in een financieel moeras wegzinken. De consequenties? Een diep in het vlees snijdende reorganisatie. ”

Blijft Czyzewski vasthouden aan maatschappijhervormingen in een samenleving die zich heeft overgegeven aan de vrije markt? Zijn werk in Rotterdam - hij noemt het een 'harde leerschool' - heeft hem bijgebracht wat er veranderbaar is in de samenleving en wat niet. “Zonder grootse ideeën te hebben over de maakbaarheid van de samenleving, vind ik dat er heel veel tot stand kan worden gebracht, gewoon door actief ingrijpen door politici, of door uitvoerende organen. In mijn ogen is de afstand tussen systeem en werkelijkheid de laatste jaren te groot geworden, veel te groot. Een heleboel beleid is goed bedoeld. Maar als je het niet weet af te stemmen op de realiteit ga je in de fout. Met de bijstandswet heb ik heel sterk het gevoel dat het dekseltje naast het potje gaat, dat het onvoldoende op de werkelijkheid past.”

Er komt met ingang van 1 januari een nieuwe algemene bijstandswet. En heeft Melkert geen succes met het schepppen van nieuwe banen?

“We zijn feitelijk niet meer in staat de bijstandswet zo toe te passen dat we enerzijds voorkomen dat er gefraudeerd wordt, en dat we anderzijds het geld daar krijgen waar het hard nodig is, met als gevolg groeiende armoede. In die zin zeg ik dat de bijstandswet kapot is. En vaststellend dat de technologische ontwikkeling in de arbeid voortgaat, dat de maatschappelijke tweedeling - een realiteit - voortschrijdt, dan zeg ik dat ook de nieuwe bijstandswet daarvoor geen uitweg biedt. Ik ben blij dat Melkert erin geslaagd is in het kader van 'werk, werk werk' uitkeringsgelden produktief te maken. Het is een doorbraak dat we uitkeringsgelden niet alleen gebruiken om mensen rustig te houden, dat er niet alleen maar bordjes hangen met verboden. Alleen, er zijn zoveel mensen in de bijstand dermate gebrekkig gekwalificeerd of helemaal ongeschoold, er zitten zoveel mensen al zo lang in voor wie uitstroom irreëel is, en zovelen ook zijn door sociaal-medische problemen blijvend in de bijstand, dat hierdoor mensen opgroeien in wijken die culturen van werkloosheid worden. Uitkering wordt daar als een normaal begrip met de paplepel erin gegoten.”

Dat mensen geprikkeld moeten worden werk aan te pakken, één van de uitgangspunten van de liberale gedachte van de waarborgmaatschappij, is dus luchtfietserij? “We moeten mensen prikkelen, we moeten zelfs sancties toepassen als mensen niet solliciteren, maar wàt sancties als je heel betrouwbaar kunt aangeven dat iemand niet aan arbeid kàn komen? Dan ben je met sancties fout bezig. Toch is het uitgangspunt dat iedereen aan arbeid zal kunnen komen, kan 'uitstromen', nog steeds het leidende principe van de bijstand. En nu krijgen we een nieuwe bijstandswet met de verplichting je beschikbaar te houden voor de arbeidsmarkt. Nog sterker: die verplichting gaat ook gelden voor partners van bijstandsklanten. Dat betekent dat er in deze regio in één keer 30 000 ingeschrevenen op het arbeidsbureau bijkomen; let op wat dat straks betekent voor ons, voor de sociale diensten.”

“Als er maar even kans is een bijstandsgerechtigde aan het werk te krijgen, dan zullen we daar alles aan doen... tot hele strakke benaderingen toe. Maar als we realistisch vaststellen dat er op de markt volstrekt geen behoefte is aan de talenten van betrokkene? Dan kan ik zo iemand wel dwingen om te solliciteren, maar dan weet ik dat dit zinloos is. Velen kunnen door leeftijd, of door lange tijd niet meer gewerkt te hebben, het vereiste produktietempo, of de technologische kennis, niet meer halen - het bedrijfsleven sluit mensen al bij voorbaat uit wegens leeftijd. Zo wordt de maatschappij slachtoffer van haar eigen produktienormen. Dat wordt in menig bedrijf al langer onderkend, maar toch - wat ik zeg is niet nieuw - gaat dit proces door. Iemand die een paar jaar geleden een fantastische automonteur was, kan het nu alleen nog maar zijn als hij voldoende computerkennis heeft.”

“Een kennis van me werkte al heel lang op een repro-afdeling, op de universiteit waar ik vroeger werkte. In die tijd stond hij letterlijk de hele dag naast het apparaat. Hij corrigeerde dingen en wisselde dingen, was met z'n handen bezig met dat apparaat. Als hij een goeie kwaliteit van de afdruk wilde hebben, dan was hij aan het schuiven, meten, weglakken en bijkleuren en weet ik veel wat nog meer. Hij is nu operator van een computer, en die jongen heeft het geluk dat hij zich de kennis eigen kan maken. Ook hier zie je verhoging van produktietempo en technologisch niveau. Dat zijn dus mechanismen die maar doorgaan en doorgaan. En ja, dat technologische niveau, dat is goed hoor, je moet het ook niet willen tegenhouden. Maar je moet je wel realiseren wat het betekent voor het werkniveau van mensen, voor wat ze kunnen opbrengen.”

Wat voor conclusies zouden politiek en uitvoerende diensten hieruit kunnen trekken?

“Er zal fors aan de bijstandswetgeving gesleuteld moeten worden, wil deze zinvol blijven voor klanten en uitvoerders. We zullen ook niet ontkomen aan behoorlijke investeringen in de middelen van sociale diensten. Dit is een heel ingewikkeld bedrijf, maar het heeft niettemin een verouderd instrumentarium. We werken met een gigantische hoeveelheid regels. Mijn medewerkers moeten zich het schompes werken, voordat ze iemand een uitkering kunnen verstrekken. Willen zij zich ervan vergewissen dat iemand ècht geen ander dienstverband of andere uitkering heeft, dan vereist dat een zoektocht door tal van andere administraties. En dat gaat nog op een manier die ik houtje-touwtje noem, die je niet oplost met even computers aan elkaar te knopen. Er zijn investeringen nodig om dat sneller te kunnen doen. Ook om te voorkomen dat onze klanten, over wie ze nu terecht klagen, voor elk wissewasje bij ons aan de balie staan.”

“Er is de laatste jaren massaal afgewenteld op de bijstand. De effecten van heel veel bezuinigingen, in de WAO, in de gezondheidszorg, waren niet goed afgewogen. Veel mensen, zelfs uit de psychiatrische zorg, zijn naar ons toegedrukt: we zijn het laatste vangnet. En nu, kijkend naar de erfenis bij ons in de kaartenbakken, zeg ik: een grote groep mensen heeft allereerst zorg, zorg, zorg nodig. En wel een heel gedifferentieerde zorg, een op het individu gerichte zorg, een heel sterk denken vanuit de problemen en mogelijkheden van die mens. Dat betekent de noodzaak van een heel fijngevoelige organisatie die maatwerk kan leveren.”

De sociale diensten, die in Rotterdam heeft bijvoorbeeld 1 600 medewerkers, zullen hun personeel aanzienlijk moeten uitbreiden?

“Eén van de doorslaggevende factoren om mensen uit de ellende te helpen - armoede, schulden - of te begeleiden naar werk, is aandacht. Als we mogelijkheden zien voor iemand op de arbeidsmarkt, dan betekent dat soms dat je hem of haar maand in, maand uit, moet begeleiden. Ook bij schulden of armoede zijn door een vroegtijdige begeleiding de problemen nog hanteerbaar. Ik denk dat de samenleving die extra capaciteit van sociale diensten, waardoor problemen met armoede of schulden niet jarenlang doorrotten, terug zal verdienen. En het belangrijkste is dat je betrokken burgers krijgt in plaats van uitgesloten burgers.”

Een van uw cliënten heeft me gezegd dat de verharding in de samenleving bij de sociale diensten lijkt te leiden tot een groot wantrouwen en een negatieve houding achter de balie.

“Dat herken ik, de relatie tussen sociale diensten en klant is een heel administratieve, een anonieme geworden. En dat zit ook onze medewerkers dwars. Dit is het resultaat van de verstikkende regelgeving; maar ook van een breed gevoel in de samenleving dat bijstandsklanten allemaal potentiële fraudeurs zijn. Onze diensten dragen die cultuur ook met zich mee. Sociale diensten zijn er een aantal jaren geleden achter gekomen dat, in weerwil van wat vóór die tijd werd aangenomen, de fraude groot is. Dat heeft geleid tot een houding, tot een sfeer, tot een cultuur van wantrouwen op voorhand. De sociale diensten, ik ook, moesten er bij de medewerkers ook op aandringen niet alles voor zoete koek te slikken. Dat was helaas nodig. Maar het individualisme in de samenleving, de sfeer van eigen schuld dikke bult, is nu wel heel ver doorgeslagen.”

“Er wordt nog nauwelijks beseft dat de tweedeling in de samenleving een realiteit is. Het onderste deel, de rottigheid daar, wordt een bedreiging voor het bovenste deel als daar niet wordt ingezien dat degenen in het onderste deel geen wegwerp-mensen zijn.”

We moeten accepteren dat massa's mensen geen werk meer krijgen?

“De bijstandswet was ooit bedoeld om te voorkomen dat mensen afhankelijk werden van liefdadigheid. Dat was een belangrijke maatschappelijke doorbraak, armoede zou niet mogen, je hoefde je hand niet meer op te houden bij het collectezakje. Dat stelsel is geëxplodeerd. Het aantal mensen dat ervan afhankelijk is, werd veel groter dan ooit is gedacht. En het onderste deel van ons klantenbestand, variërend van eenderde tot de helft, heeft absoluut geen uitzicht op werk. Alle onderzoeksresultaten, mèt praktijkervaringen, van de laatste jaren wijzen erop dat die 'harde kern' door werkgelegenheidsprojecten niet meer is te helpen. Met het huidige beleid komen alleen de best gekwalificeerden, die het kortst in de bijstand zitten, weer aan het werk. In de andere groep, die het niet haalt, vinden we de armoede, de mensen met onhanteerbare schulden. Dit probleem is jarenlang weggemoffeld, het valt gezagsdragers moeilijk het op tafel te leggen. Ze zouden erkennen dat het armoede-probleem al zo'n tien jaar uit de klauw loopt.”

“Er is nu een behoorlijke groep uitkeringstrekkers die fraudeert omdat ze anders niet rond kunnen komen. Ik vind wel dat ze moeten ophouden met frauderen, dat we ze stevig moeten aanpakken. Maar ik bepleit ook dat de overheid ervoor moet zorgen dat ze een sociaal minimum krijgen waarvan te leven valt. Sommigen frauderen om te overleven en maken daardoor geen of minder schulden. Dan kom je voor het morele dilemma wat beter of slechter is: schulden maken die je nooit kunt aflossen, of frauderen? Ik vind dat als er sprake is van armoede het ook mogelijk moet zijn fraudeschulden te saneren.”

“De samenleving moet zich er niet over verbazen dat de armoede in de bijstand zo is toegenomen. Enerzijds is er jaren geknepen op uitkeringen, anderzijds stegen de lasten de pan uit.

Op huursubsidie is bijvoorbeeld bezuinigd zonder de effecten voor bijstandsklanten na te gaan. Ook in gemeenten wordt nauwelijks nagedacht over de gevolgen van nieuwe heffingen.

En wat betekent het voor mensen in de bijstand zich apart te moeten verzekeren voor tandartskosten? Wie houdt rekening met de totale optelsom van hun financiële lasten? Het zal niet gemakkelijk zijn er begrip voor te krijgen dat de uitkeringen voor deze groep omhoog moeten.''

Een pleidooi voor een ander soort denken over sociale zekerheid?

“Voor de bijstand is een op maat gesneden aanpak voor verschillende groepen noodzakelijk. Onvermijdelijk is dat de categorie die niet meer op de reguliere arbeidsmarkt aan de bak komt, maar wèl stijgende lasten heeft, een fatsoenlijk inkomen krijgt. Misschien moet dat 'basis-uitkering' worden genoemd. De hele samenleving eist dat sociale diensten de problemen in de uitvoering van de bijstand oplossen - en terecht - maar ik ben tot de overtuiging gekomen dat dit onder de huidige voorwaarden niet reëel is.

Op de eerste plaats niet omdat er tot op heden geen fatsoenlijke instrumenten zijn om tijdig en goed alle informatie over een klant te controleren; zonder die hulpmiddelen kun je de rechtmatigheid van uitkeringen niet garanderen.

Op de tweede plaats niet omdat het vangnet dat de bijstand moet zijn, te veel gaten vertoont en mensen in armoede verzanden (er staat een fenomenaal bedrag aan schulden open onder bijstandsklanten). Die mensen zoeken eigen oplossingen, hebben er geen belang bij hun kaarten open op tafel te leggen, waardoor sociale diensten achter hen blijven aanrennen.

Tevens zullen vormen moeten worden gevonden om mensen zonder een reguliere betaalde baan volwaardig lid van de samenleving te laten zijn. Klemmende vraag: wat zal het kosten om voor dit alles in politiek en samenleving, en voor het inzicht dat volledige werkgelegenheid niet meer haalbaar is, de handjes op elkaar te krijgen?''

mailIcon print |