ZOETERMEER - Een sporthal waarin een schermtoernooi wordt afgewerkt is net een mierenhoop. Honderden schermsters en hun begeleiders lopen dwars door elkaar heen, begroeten elkaar en wisselen ervaringen uit. In dat gekrioel was Pernette Osinga altijd makkelijk te vinden. Je zocht gewoon net zo lang tot je een eenzaam figuurtje, met gesloten ogen en een walkman op het hoofd, in een hoekje van de zaal op de grond zag liggen.
In sportcentrum De Veur, waar het afgelopen weekeinde de achtste editie van het degentoernooi om de Neêrland Trophee werd gehouden, was aanvankelijk geen spoor van Osinga te bekennen. Niet in de hoeken en niet op de grond. Wel stond er midden in de zaal een stoel, waarop een schermster zat die sprekend op haar leek. Behalve dan dat ze met haar trainer kletste en lachte.
Pernette Osinga die kletst en lacht? Tussen de wedstrijden door? “Dit is het eerste toernooi waarop ik Pernette heb zien lachen”, zegt haar trainer. Het is ook het eerste toernooi waarop Osinga, ondanks een voor haar doen schamele 24ste plaats, terugkijkt op een geslaagd optreden. Omdat ze haar nieuw verworven inzichten in de praktijk heeft kunnen brengen. “Schermen weerspiegelt je leven. Als je van binnen onrustig bent, ben je dat ook op de loper. Vroeger stond ik als een wilde aan te vallen, maar dat heb ik nu niet gedaan. Ik was sterk genoeg om rustig af te wachten tot de ander kwam. Ik begin eindelijk rust te vinden. Zoals ik hier heb staan schermen, kan ik iedereen aan.”
De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Wie had twee jaar geleden kunnen denken dat Pernette Osinga op een ontspannen manier met een wedstrijd bezig kan zijn? Destijds wilde de 29-jarige schermster maar één ding: winnen. Ten koste van alles en iedereen, maar vooral van zichzelf. Hoe vaak en hoe lang ze ook trainde, steeds had ze het gevoel dat het nog lang niet genoeg was. Dankzij haar fanatieke aanpak hoorde ze jarenlang bij de vijf beste degenschermsters ter wereld. Maar ook bij de vijf somberste. “Het was alsof er op alles een domper zat”, herinnert de juriste zich. “De mensen zeggen vaak tegen me dat ik tegenwoordig zo ontspannen en sociaal ben, maar ze weten niet dat ik vroeger altijd zo was. Jarenlang heb ik alles weg moet stoppen, ik kon nooit mijn emoties laten zien, ik moest alleen maar winnen. Gelukkig begin ik nu weer een beetje de oude te worden. Ik ben tien keer vrolijker en tien keer relaxter dan vroeger.”
'Vroeger', dat zijn de elf achter haar liggende jaren, waarvan ze er tien doorbracht in de schermzaal van maître Kasper Kardolus. Toen Osinga in november '95 meer bewegingsvrijheid opeiste en Kardolus haar die niet wilde geven, kwam er een eind aan de samenwerking. Osinga, als beroepsofficier werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht, ging verder met Wolter Pen, trainer van het militaire schermteam. En liet in Zoetermeer een maître achter, die zich nog steeds vertwijfeld afvraagt wat hij verkeerd heeft gedaan.
Sinds hun breuk hebben Kardolus en Osinga elkaar niet meer gesproken. Op de Neêrland Trophee van vorig jaar liep Osinga met uitgestoken hand op haar vroegere leermeester af, maar die werd door Kardolus genegeerd. “Ze probeerde mij te groeten, maar ik had daar moeite mee”, zegt Kardolus. “Ik begrijp het niet. Ze heeft niets uitgelegd, en daar zit ik mee. Als je zoveel goed doet voor mensen, begrijp ik niet dat het zo moet lopen.” De tranen, die af en toe tevoorschijn dreigen te komen, verbergt hij door opzij te kijken.
Het afgelopen weekeinde hebben de twee elkaar evenmin gegroet. Desalniettemin wenst Kardolus haar ruimhartig het beste toe. “Nee, wraakgevoelens heb ik niet. Ik zou het leuk vinden als ze hier goed schermt. Tenslotte zit alles van mij er bij.”
Sinds haar vertrek uit Zoetermeer is Osinga gezakt naar een 52ste plaats op de wereldranglijst. Dat komt omdat ze een crisisjaar achter de rug heeft, waarin ze weinig heeft gepresteerd. “De militaire trainers misten tijd en ervaring”, zegt ze. “Zij hanteerden een methode, die niet geschikt is voor mij. 'Jij kunt niet schermen', zeiden ze, waarschijnlijk om me te stimuleren. Maar als je zoiets honderd keer tegen mij zegt, geloof ik het.”
In mei, augustus en oktober trainde Osinga tien dagen in Boedapest. “De laatste keer voelde ik me heel droevig en verdrietig. Maar net toen ik dacht dat ik het niet meer trok, hoorde ik dat Bert van de Berg weer aan het trainen was geslagen.” Osinga kende Van de Berg uit de tijd dat hij bondscoach was. “Met een busje hebben we heel Europa afgereisd. Ik besloot hem op te bellen en te vragen of hij mij wilde trainen. Als dit niet lukt, dacht ik, kan ik beter stoppen. Gelukkig was hij meteen enthousiast. We wilden rustig beginnen, maar na twee weken waren we al elke dag aan het trainen.”
Osinga heeft al haar activiteiten teruggebracht naar Amsterdam. De schermtrainingen vinden plaats in de marinekazerne, voor de conditie volgt ze de schema's van Henk Kraaijenhof, haar woning in Voorburg heeft ze ingeruild voor een woonboot in een Amsterdamse gracht. Alleen voor haar werk moet Osinga, die binnenkort voorlichter wordt bij het ministerie van defensie, naar Den Haag. Tevreden stelt de (nog steeds) beste degenschermster van Nederland vast dat ze eindelijk heeft gevonden waarnaar ze jarenlang op zoek is geweest. Rust, zelfvertrouwen en een trainer die haar aanvoelt. “Toen ze bij me kwam was ze totaal gestresst”, herinnert Van de Berg zich. “Van het zelfvertrouwen dat ze vroeger had, was niets meer over. Op wedstrijden had ze overal last van en kreeg alles en iedereen de schuld als het mis ging. Ik heb haar geleerd dat ze zich moet afreageren op haar tegenstander, niet op uiterlijke factoren.”
De 46-jarige trainer uit Wormerveer is een markant figuur. Niet omdat zijn haar langer is dan dat van de andere maîtres. En ook niet omdat hij een spijkerbroek verkiest boven een met sponsornamen volgeplakt trainingspak. Van de Bergh valt op door de rust die hij uitstraalt. Hij drentelt door de sporthal alsof hij niet goed weet wat hij er te zoeken heeft.
Dat geldt ook voor de Nederlandse deelneemsters. Met een 20ste plaats is Rebecca van Emden de beste Nederlandse. De halve finales worden gedomineerd door drie Hongaarsen en een Zwitserse. De bokaal met de 750 dollars is voor Gyöngyi Szalay, die Adrienne Hormay met 15-9 verslaat. Derde wordt Timea Nagy. En MTK Boedapest wint de strijd om de Europa-bokaal voor clubteams.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.