De auteur is pensioendeskundige en -publicist.
Dit werpt uiteraard de vraag op: kan dat allemaal maar zo? Een vraag die in de pensioenwereld de tongen heeft losgemaakt. Want Nedlloyd staat hierin niet alleen en heel wat ondernemers werpen begerige blikken op de vetpotten van hun pensioenfondsen. Maar die pensioenvermogens zijn eigendom van de fondsen als autonoom orgaan en daarover mag alleen beschikt worden door het bestuur, welks bevoegdheden door statuten en reglementen zorgvuldig worden ingeperkt tot handelingen binnen de doelstellingen van het fonds, dus tot datgene wat te maken heeft met de uitvoering der pensioenregelingen. Als uitkeringen aan anderen dan de gepensioneerden, zoals de werkgever, niet uitdrukkelijk in genoemde documenten staan vermeld, valt dat buiten hun competentie. Ook een voor dat doel gesloten afzonderlijke overeenkomst tussen fonds en werkgever buiten de deelnemers om, kan daaraan niets veranderen.
Maar het gaat toch om restituties, dus teruggave van eigen geld? Dat staat ernstig te bezien. Zodra overeengekomen pensioenbijdragen in het fonds zijn gestort, zijn ze eigendom van de stichting. Bovendien zijn overschotten, zoals in het Nedlloyd geval waar de werkgeversbijdragen sinds 1983 werden opgeschort, meestal het resultaat van gunstige beleggingsopbrengsten. Uitkeringen daaruit aan de werkgever krijgen dan het karakter van schenkingen en daartoe zijn de besturen al helemaal niet bevoegd.
De zaak wordt nog verder verzwakt als de statuten bepalen wat er wél met overschotten moet gebeuren. Bij vele fondsen, ook Nedlloyd, is bedongen dat bij liquidatie het overschot een bestemming moet krijgen in overeenstemming met het doel van het fonds. En daarmee is de toon gezet. Want tussentijdse wegschenkingen zouden deze bepaling ontkrachten en dat is natuurlijk nooit de opzet van de makers der statuten geweest.
Ook in de rechtspraak vindt de aanspraak van werkgevers op overschotten geen steun. Bij arrest van 25 november 1994 besliste de Hoge Raad dat de deelnemers geen recht hebben op overschotten, tenzij zulks in statuten of reglement is vastgelegd. Dit geldt naar analogie evenzeer voor de andere partij, de werkgever.
En de wetgeving zelf? De Pensioen- en spaarfondsenwet houdt zich met deze materie niet bezig. Wel wordt de besturen, op straffe van geldboete, voorgehouden zich aan de statuten te houden. Maar er schuilt een ander wettelijk addertje onder het gras. Want als het inderdaad om schenkingen gaat komt de vraag op of zulks wel te rijmen is met artikel 285 lid 3 van het Burgerlijk wetboek, boek 2, waarin schenkingen aan oprichters/bestuurders van stichtingen verboden worden.
Maar als iedereen, dus werkgever, fondsbestuur, ondernemingsraad, deelnemersraad en vereniging van gepensioneerden, het nu goed vindt, moet zoiets toch bespreekbaar zijn? Een passende gedachtegang bij commercieel ingestelde mensen, maar in ons rechtsbestel kunnen dwingende rechtsregels nu eenmaal niet bij meerderheid van stemmen opzij worden geschoven. En zeker niet als de deelnemersraad slechts een adviserende functie heeft en de vereniging geen wettelijk erkende vertegenwoordiger van alle deelnemers en gepensioneerden is.
Dat de Verzekeringskamer aan de Nedlloyd-transactie haar goedkeuring schijnt te hebben gegeven moge, gezien het bovenstaande, wel met enig scepsis worden bezien. Maar intussen is er wel een situatie ontstaan die op het punt van de rechtmatigheid ernstige twijfels oproept. Het zou een goede zaak zijn als dit soort transacties eens aan een rechterlijk oordeel werd getoetst. Werkgevers, werknemers en gepensioneerden hebben er het grootste belang bij te weten waar ze aan toe zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.