AMSTERDAM - De fusie die zich aftekent tussen vier van de grootste FNV-bonden in de marktsector, leidt tot een soort 'federatie binnen de federatie'. Niet ondenkbaar is dat het takenpakket van de FNV-centrale op den duur zal verschralen en deels door de nieuw te vormen megabond wordt overgenomen. Toch zegt de FNV-top zich geen zorgen te maken. “Het is niet echt een probleem.”
Begin deze week stonden de fusieplannen van de vier FNV-bonden - de Dienstenbond, Industriebond, Vervoersbond en Voedingsbond - centraal in de federatieraad van hun vakcentrale FNV. Maar hoezeer de bestuurders van de vier ook benadrukten dat de beoogde schaalvergroting nodig is om actiever te kunnen optreden in het particuliere bedrijfsleven, over de sectorgrenzen heen, niemand stelde daarbij de rol van de overkoepelende FNV-centrale ter discussie.
Integendeel, vertelt FNV-woordvoerder J. Sprenger. “De bondsvoorzitters gaven een liefdesverklaring aan de vakcentrale, waar je verlegen van wordt. In hun ogen blijft een sterke vakcentrale geboden.” Dat geldt volgens hem ook voor de samenwerking met de overblijvende kleine bonden, zoals op het gebied van de gezamenlijke juridische dienst en de individuele dienstverlening.
Dat zijn de intenties die nu worden uitgesproken. Er is naar verluidt ook geen onrust onder de circa 500 werknemers van het centrale FNV-apparaat. “Er wordt niet gedacht dat de werkzaamheden van de vakcentrale na de fusie wel wat minder zullen worden. Het wordt als een positieve zaak gezien.”
Verleiding
Toch klinkt ook wat twijfel door. De verleiding om het arbeidsvoorwaardenbeleid in de marktsector voortaan niet meer op FNV-niveau te coördineren, maar binnen de op bijna 490 000 leden koersende nieuwe vakbond voor het bedrijfsleven, kan groot blijken. “Hoe het in de toekomst werkelijk gaat, blijft inderdaad afwachten”, beaamt Sprenger. “The proof of the pudding is in the eating.”
De vorming van één grote vakbond voor alle werknemers in het particuliere bedrijfsleven - naast een grote vakbond voor overheidspersoneel - trekt de aandacht. Maar een geheel nieuw fenomeen is het niet. Bij de zeer veel kleinere vakcentrale MHP (Middelbaar en hoger personeel) is er zelfs al geruime tijd ervaring mee. Naast elkaar bestaan daar de 78 000 leden tellende vakbond de Unie, voor de industrie- en dienstensector, en de ambtenarenbond CMHF (55 000 leden), met als derde nog een 26 000 leden tellend bondje van hoger personeel.
De rol van de overkoepelende MHP is binnen deze vakorganisatie beperkt, zegt Unie-voorzitter C. Michielse. Op een aantal terreinen worden er in MHP-verband gezamenlijke studies verricht, zoals ten behoeve van het overleg in de Stichting van de arbeid en de Sociaal-economische raad. Maar, vertelt hij, ten aanzien van het arbeidsvoorwaardenbeleid heeft de MHP-centrale geen taken. “Nota's op dat gebied worden door de onderliggende bonden afzonderlijk opgesteld.” Om die reden heeft de MHP ook een betrekkelijk kleine staf. En, naar analogie met zijn eigen vakcentrale, verwacht Michielse ook bij de FNV het wegzakken van taken naar de grote onderliggende bonden.
Grote villa
In reactie op de ontwikkelingen binnen de FNV zijn er in de concurrerende vakcentrale CNV vooralsnog geen nieuwe fusieplannen aan de orde, zegt CNV-woordvoerder W. Hooglugt. Maar er wordt wel koortsachtig nagedacht over nieuwe vormen van onderlinge samenwerking. Vooral de Industrie- en voedingsbond CNV (62 000 leden) maakt zich grote zorgen. “Pal naast hun huis wordt nu ineens een hele grote villa gebouwd”, schetst Hooglugt de situatie.
Geen concrete fusieplannen, maar toch: schaalvergroting werd ook binnen de christelijke vakbeweging in het verleden herhaaldelijk nodig geacht. Zo kwam in de jaren tachtig via een fusie de huidige Industrie- en voedingsbond tot stand, en begin dit jaar werd de Grafische bond door de Dienstenbond CNV opgeslokt.
Inmiddels is besloten de verenigingsstructuur van het CNV op z'n kop te zetten. Om de leden op het gebied van 'leven en wonen' (bedoeld worden onder meer de gemeentelijke belastingen en uitkeringen) beter te kunnen bedienen, worden op dit moment in zo'n zeventig geografische regio's lokale CNV-organisaties op poten gezet. Daarin zullen de verschillende CNV-bonden vanaf begin volgend jaar gaan samenwerken, onder de gemeenschappelijke vlag van het CNV.
Ook ten aanzien van de belangenbehartiging in de bedrijven wordt een sterkere onderlinge samenwerking nagestreefd. Deze is onder meer gericht op een betere afbakening van het werkterrein van de verschillende bonden. “Door de megafusie binnen de FNV wordt de focus gericht op de macht van het getal”, erkent de CNV-zegsman. Toch is een vergelijkbare samenballing binnen het CNV volgens hem niet noodzakelijk. Hooglugt wijst op een 'uniek' investeringsfonds binnen de centrale, waarin 'rijke' bonden als de Bouw- en houtbond en de Industrie- en voedingsbond geld storten ter financiering van projecten in andere vakbondssectoren die minder draagkrachtig zijn. “Dat werkt goed. De fusieplannen bij de FNV worden deels ingegeven door koude financiële redenen. Wij hebben ándere oplossingen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.