AMSTERDAM - De werkgelegenheid in Nederland groeit harder dan voorspeld, harder dan in het buitenland en harder dan op grond van historische ontwikkelingen mocht worden verwacht. Er vindt een verrassend krachtig herstel van de arbeidsmarkt plaats, juicht het Centraal bureau voor de statistiek.
De sombere verhalen over het spook van de 'baanloze groei' kunnen op grond van deze laatste cijfers definitief de prullenbak in. Tot voor kort was de twijfel over het herstellend vermogen van de arbeidsmarkt groot. Er was wel economische groei, maar de werkloosheid bleef onverminderd hoog en de banengroei relatief teleurstellend. De hogere winsten en de goede vooruitzichten voor de groei van de Nederlandse economie zouden niet uitmonden in veel meer banen, was het sombere vooruitzicht. De werkloosheid zou structureel op een steeds hoger niveau blijven steken.
Het CBS bracht al een paar weken geleden met cijfers over de werkloosheid enig licht in die donkere tunnel. Tot voor kort hadden de zwartkijkers de getallen aan hun zijde. Want sinds de jaren zestig is het inderdaad zo dat de werkloosheid bij iedere recessie op een hoger niveau uitkomt. Nu is dat voor het eerst niet het geval. De laatste recessie had in 1994 het dieptepunt. De werkloosheid was in dat jaar lager dan in de vorige dip in 1983. Opmerkelijk, vindt het bureau. Wel “is het nog te vroeg om te bepalen of sprake is van een omslag in de ontwikkeling van de structurele werkloosheid”.
Het verhaal van de baanloze groei vond de econoom F. den Butter van de Vrije universiteit al langer een fabel. De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt hobbelen altijd wat achter de bewegingen in de economische groei aan. Eerst zijn er veranderingen in de produktie, met enige vertraging leidt dat tot meer of minder banen. De econoom had geen enkele aanwijzing waarom het 'naijl-effect' nu opeens niet zou plaatsvinden. De opmerkelijke cijfers die het CBS gisteren presenteerde, bevestigen zijn optimisme. Den Butter noemt ze “interessant en spannend”. Onmiddellijk juichen doet hij niet. Er is een addertje onder het gras en dat heet: de arbeidsproduktiviteit. Als de werkgelegenheid harder groeit dan op grond van ramingen voor de produktie gerechtvaardigd is, dan is dat slecht voor de arbeidsproduktiviteit. Weliswaar wordt er meer geproduceerd, maar als daar relatief veel meer mensen voor nodig zijn, dan werken die dus minder efficiĆ«nt. De arbeidsproduktiviteit daalt en dat is niet goed voor de economie. Zelfs als de werkgelegenheid net zo hard groeit als de economie, is dat niet zo'n goed teken. De arbeidsproduktiviteit groeit pas als de economie harder vooruitgaat dan het aantal banen.
In plaats van baanloze groei, hebben we hier te maken met 'produktiviteitsloze groei', oppert Den Butter. Dat is voor de economische groei nadelig, maar het betekent wel op korte termijn meer werkgelegenheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.