De onduidelijkheid over het precieze aantal agenten duurt nog even voort. Voor 1 juli zal minister Peper (PvdA, binnenlandse zaken) de Kamer laten weten hoeveel agenten er dan zijn en hoeveel er nog bij komen.
De minister deed deze toezegging gisteren in een overleg over het beleidsplan 1999-2002 voor de politie. De Kamer heeft nog steeds geen zekerheid over de politiesterkte. Fractiewoordvoerders willen dat minister Peper nauwkeurig aangeeft hoeveel agenten er moeten zijn als gevolg van maatregelen van het vorige kabinet en hoeveel dat er zullen worden door beleid van de huidige ploeg.
In het regeerakkoord is afgesproken dat er deze kabinetsperiode (die loopt tot 2002) 5 000 mensen extra beschikbaar komen voor uitvoerend politiewerk. Het gaat zowel om echte agenten als om surveillanten met beperktere bevoegdheden. Van de 5 000 zijn er 3 000 echt nieuw. De overige 2 000 werken al bij de politie, maar kunnen voor echt politiewerk worden vrijgemaakt door een betere bedrijfsvoering.
Echter, het vorige kabinet had voor de jaren 1995 tot en met 2002 al een uitbreiding van de sterkte beloofd met 3 715 politiemensen. ,,Duidelijkheid is nodig'', aldus PvdA-kamerlid Van Heemst. ,,De extra agenten voor deze kabinetsperiode kunnen niet deels in de plaats komen van de extra agenten die we nog te goed hebben van de vorige kabinetsperiode. Ik wil niet dat er agenten in een zwart gat verdwijnen.''
Zijn CDA-collega Rietkerk ging nog een stap verder. Hij verweet Peper laksheid bij het verstrekken van cijfers. Van de gegevens die totnogtoe over tafel zijn gegaan klopt volgens hem niets. ,,Ik voel me gewoon bij de poot genomen'', aldus Rietkerk.
Peper bestreed dat hij nalatig is geweest met het geven van informatie over de politiesterkte. Maar hij beloofde dat hij de Kamer voor 1 juli precies zal laten weten hoe het er voor staat met de politiesterkte en met de toegezegde uitbreiding ervan.
Volgens Pepers collega Korthals (VVD, justitie) blijft het bieden van 'noodhulp' de eerste prioriteit van de politie. Hulpverlening hoort daar bij. Korthals toonde zich verbaasd over het ontstane beeld dat de politie de hulpverleningstaken zou moeten afstoten. Peper en Korthals praten wel met minister Borst (D66, volksgezondheid) over de bereikbaarheid van hulpverleningsinstanties.
De politieministers vinden dat die 24 uur per dag bereikbaar moeten zijn. De politie vangt nu nog te veel werk voor ze op, bijvoorbeeld de opvang van psychisch gestoorden. Haar eigenlijke taak, handhaving van de rechtsorde, komt zo in gevaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.