Van onze redactie economie EINDHOVEN - Philips gaat alle bedrijfsonderdelen toetsen aan zijn doelstelling om de bedrijfswinst met minstens 10 procent per jaar te laten toenemen. Dochterbedrijven die op afzienbare termijn niet aan die eis kunnen bijdragen, worden gereorganiseerd, verkocht of desnoods gewoon gesloten.
Die waarschuwing gaf topman C. Boonstra gisteren bij de presentatie van de 'zeer, zeer teleurstellende' kwartaalcijfers. Voor zijn reorganisatieplan heeft Boonstra een miljard gulden opzij gezet. Dit en de uitspraken over het sluiten van verliesgevende bedrijven, doet de Industriebond FNV vrezen dat er mogelijk 2 500 banen in Nederland zullen verdwijnen.
J. Hermus van de Vereniging voor hoger Philipspersoneel (VHP) voorziet eveneens zwaar weer. De kritiek op het management heeft volgens hem in principe betrekking op de helft van de 12 000 tot 13 000 Philips-managers. “De suggestie is gewekt dat de nieuwe bestuursstructuur op het hoofdkantoor ook in de divisies en lager van kracht wordt. Dat zou leiden tot een aanzienlijke reductie van het management, met name in Nederland”, voorziet Hermus.
Volgens A. Verhoeven van De Unie legt Boonstra bij het wijzen op falend management 'terecht de vinger op de zere plek'. Verhoeven denkt dat wat de verliesgevende dochters betreft er vooral banen in de VS en Duitsland zullen vervallen en dat “Nederland er nog relatief goed vanaf zal komen”.
De doelstelling van Boonstra om de bedrijfswinst jaren achtereen met dubbele cijfers te laten toenemen, blijkt in de praktijk minder ambitieus dan de uitspraak doet vermoeden. Philips maakt het zich in zekere zin makkelijk door als uitgangspunt het bedrijsresultaat van dit jaar te nemen. Over de eerste negen maanden was dat 1,5 miljard gulden en voor het hele jaar lijkt 2,5 miljard een redelijke inschatting. Dat is een stuk minder dan de 3,7 en 4,0 miljard van de afgelopen twee jaar.
Ook bij het verkopen of sluiten van verliesgevende bedrijfsonderdelen, plaatst Boonstra belangrijke kanttekeningen. De grootste verliespost is al jaren de groep consumentenelektronica, Sound & Vision. Die wil Boonstra zeker niet kwijt, en dat niet alleen omdat de groep de grootste omzetmaker is. Sound & Vision is de grootste klant van de divisie Components (beeldbuizen en chips), en die maakt fraaie winsten. “De combinatie van componenten en Sound & Vision geeft ons een platform om de komende jaren juist goed te presteren”, meent Boonstra.
Ideeën om Philips op te splitsen en zo de waarde voor de aandeelhouder te vergroten (de divisies van Philips zijn, afzonderlijk beschouwd, in totaal meer waard dan het concern als geheel), wijst Boonstra ook af. Wel kan hij zich voorstellen dat sommige bedrijfsonderdelen gedeeltelijk naar de beurs worden gebracht, zoals van muziek- en filmdochter Polygram nu al 30 procent van de aandelen via de beurs wordt verhandeld. In de suggestie dat dit ook bij Licht zou kunnen gebeuren, ziet hij niets, en waar het wel zou kunnen wil Boonstra niet zeggen. Maar onlangs wist het persbureau Bloomberg al te melden dat de joint venture van het Amerikaanse UIH met Philips (UPC - de grootste in Europa op het gebied van tv-kabelnetten) volgend jaar wellicht naar de beurs gaat. “Dat zou voor Philips een goede zaak zijn, want UPC staat voor veel minder in de boeken dan het op de beurs waard is”, weet een ingewijde.
De lagere nettowinst over het derde kwartaal (123 in plaats van 539 miljoen) is vooral een gevolg van sterk gedaalde bedrijsresultaten in Europa (van plus 345 naar min 111 miljoen) en Noord-Amerika (van 143 naar 8 miljoen). Azië was ook dit kwartaal weer het meest winstgevend, maar ook daar was sprake van een daling: van 343 naar 278 miljoen.
Naar divisies beoordeeld was er een 'hoopgevend' herstel bij Consumentenprodukten . Die leverde 80 miljoen op, na een verlies van 92 miljoen over de eerste zes maanden. Software en services dook daarentegen in het rood, met een verlies van 49 miljoen over het derde kwartaal.
Verlichting verdiende 166 miljoen bruto, een jaar geleden was dat nog 236 miljoen. Bij Verlichting moet nodig wat achterstallig onderhoud worden gepleegd, maakt Boonstra duidelijk. “De afgelopen twee jaar was daar een groei van 8 procent. Alle fabrieken draaiden volop en we kregen gewoon geen kans om fabrieken in hoge-lonenlanden te verhuizen naar lage-lonenlanden. Dat gaat nu alsnog gebeuren.” Een deel van de voorziening van één miljard, is daarvoor bestemd. De omzet in het jongste kwartaal steeg ook minder dan Philips gewend is, met slechts 4 procent naar 16 miljard. Ondanks alle tegenvallers zal Philips echter niet tornen aan het dividendbeleid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.