*

 
dossier

Archief

Rol Ifor ter discussie na nieuwe bewijzen over massagraven

Door: redactie − 22/01/96, 00:00

AMSTERDAM (Reuter, AP) - Haris Siladzic is niet langer beschikbaar als premier van de nieuw te vormen centrale regering van Bosnië. De huidige premier van Bosnië heeft zich teruggetrokken nadat het Bosnische parlement weigerde tegemoet te komen aan zijn eis zes in plaats van vijf ministers met een volledige portefeuille in de nieuwe regering toe te staan.

De 50-jarige Siladzic uitte felle kritiek op de regerende Partij voor Democratische Actie (SDA), waarvan hij zelf officieel ook lid is. Hij verweet de partij het parlement te manipuleren en anti-democratisch te zijn. Critici zeggen echter dat Siladzic zich terugtrekt vanwege een relatief onbelangrijk detail, en denken dat hij een nieuwe partij wil oprichten. Later dit jaar zullen verkiezingen worden gehouden. Siladzic is na minister van buitenlandse zaken Muhammed Sacirbey al de tweede prominente Bosniër die niet in de nieuwe centrale regering zal plaatsnemen. De nieuwe minister van buitenlandse zaken zal vermoedelijk een Kroaat zijn.

De nieuw te vormen centrale regering van Bosnië is één van de onderdelen van de akkoorden van Dayton, die in een aantal constitutionele wijzigingen voorzien. Buiten een centrale regering zullen er nog twee besturen worden gevormd voor de twee delen van Bosnië (de federatie van Moslims en Kroaten, en de Servische republiek). Als mogelijke nieuwe premier van de centrale regering wordt Hasan Murtovic genoemd, die op dit moment minister zonder portefeuille is en voor de oorlog een succesvol zakenman was. Hij wordt gezien als een bekwaam technocraat en manager, en was de laatste tijd onder meer betrokken bij de onderhandelingen met de Serviërs en met internationale instellingen als de Wereldbank, de Verenigde Naties en de Navo.

Massagraven

Ook aan de implementatie van de andere onderdelen van de akkoorden van Dayton wordt gewerkt. Grootste probleem zijn de krijgsgevangen, waarvan er na een uitwisseling op vrijdag nog steeds meer dan zevenhonderd door de verschillende partijen worden vastgehouden. Daarmee is de uiterste datum voor de uitwisseling, 19 januari, overschreden.

Afgelopen weekeinde laaide bovendien de discussie op over rol van de Navo-macht in Bosnië (Ifor) bij het bewaken van de mogelijke massagraven in het gebied. Dat gebeurde nadat nieuwe bewijzen over massaslachtingen naar voren waren gekomen in Kravica, in het oosten van Bosnië. Naar verluidt zouden Serviërs daar meer dan tweeduizend moslims uit Srebrenica hebben samengepakt in een loods, om hen vervolgens te bestoken met granaten en andere wapens. De Serviërs zouden daarna overlevenden van de massaslachting hebben doodgeschoten toen ze naar buitenkwamen. Alle slachtoffers zouden zijn begraven in massagraven bij het plaatsje Glogova, anderhalve kilometer verderop.

De commandant van Ifor, admiraal Leighton Smith, weigert vooralsnog om speciaal troepen beschikbaar te stellen voor het beschermen van dit soort mogelijke massagraven. Hij zeiwel zijn uiterste best te willen doen om de veiligheid van onderzoekers, zoals die van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, te waarborgen.

mailIcon print |