Donkere wolken pakken zich samen boven het Boomkensdiep. In de verte gromt de donder. Boven Vlieland bliksemt het al. Een vals zonnetje beschijnt de hoge strandduinen op de Noordsvaarder, als de onweerswolken steeds meer hemelblauw verslinden.
Een half uur later barst de bui los. Stortregen striemt het zand, slaat de stugge helmsprieten neer. Zwarte snuittorren spoelen van een duinhelling naar beneden. De donderslagen volgen elkaar in rap tempo op, de bliksem is niet van de lucht. Je voelt je klein in dit natuurgeweld, met geen andere beschutting dan een diepe stuifkuil.
Dan breekt de zon weer door. Ik wring mijn natte T-shirt en spijkerbroek uit en leg die te drogen. In klam boxershort verken ik de strandduinen.
Veel soorten planten groeien er niet, hoofdzakelijk helm, zandhaver en wat klein kruiskruid. De zandhaver heeft de zandvangende taak overgenomen van het biestarwegras, dat elders op de Noordsvaarder de eerste lage duintjes vormt. Maar de hoog optorenende bastions zijn het werk van de helm. Waar de wind het duin weer afbreekt, hangen meterslange wortels naar beneden, die tonen hoe de taaie helm steeds weer boven het overstuivende zand uit groeit.
Aan de voet van de strandduinen weerstaan melkkruid, zeepostelein en kiemplantjes van zeeraket het stuivende zand. Een tapuit, grijsblauw van boven, geelwit van onderen, donkere vleugels, zwarte streep over het oog, staat op een aangespoelde pallet en houdt de omgeving scherp in de gaten. Bij mijn nadering wipt hij weg, waarbij even de witte staart met de zwarte T-figuur op-blinkt. Tapuiten nestelen in holen en het is niet onwaarschijnlijk dat zijn vrouwtje onder het houten plankier op eitjes zit.
Een velduil vliegt vlak voor me op uit een overhangende helmpol. De vogel wiekt weg naar een ander strandduin. Er liggen geen braakballen op zijn roestplaats. Ik denk dat hij naar deze onherbergzame plek is uitgeweken na verstoring elders.
HET IS STIL
De zwarte duinsnuittorren kruipen weer omhoog tegen de zandhellingen. Ze verdringen zich om de helmplanten, een enkele eet van het stugge blad. Ranke witte sterns vliegen over. De visdieven roepen schel, de grote sterns met een metalig raspend geluid. Verder is het stil.
Een groot verschil met vroeger, toen de Noordsvaarder schietterrein was en gierende F16's hier bij mooi weer raketten afvuurden. Twee jaar geleden ging de uitgestrekte zandplaat over in handen van Staatsbosbeheer. Je mag er nu overal lopen.
Een paartje bergeenden passeert, het vrouwtje luid gakkerend voorop, de woerd zwakjes fluitend er achter aan. Waar de commandotoren was, ligt een grote strandplas, waar ze met meer soortgenoten de dag doorbrengen. Borden waarschuwen daar voor drijfzand.
VERSTUIVEN MAG
Een zanddijk scheidt de plas van het Noordzeestrand. Vroeger werd elke stuifplek meteen met helm beplant. Nu mogen de blinkend witte zeeduinen gerust verstuiven. Freek Zwart van Staatsbosbeheer Terschelling: “Door de zeereep landinwaarts te laten verstuiven wordt de zoetwaterbel onder het duin vergroot en de kwel naar lagere delen versterkt.
Rijkswaterstaat werkt enthousiast mee. Dat is een hele omslag in denken. Sommige waterstaatsmensen willen zoveel laten verstuiven dat Staatsbosbeheer er bezwaar tegen moet maken. Op de Boschplaat bijvoorbeeld moeten we het openbare pad steeds verder verplaatsen in het reservaatgedeelte. Dat speelt hier op de Noordsvaarder niet.''
De Noordsvaarder wordt grotendeels aan zichzelf overgelaten. Water, zon, wind en planten vormen nieuw duin op de strandvlakte.
VOGELRIJKE VALLEI
Uit een duinvallei ten zuiden van de plas, begroeid met kraai- en struikhei, kruipwilg en duindoorn, klinkt de ratel van een sprinkhaanzanger. Veldleeuweriken hangen tierelierend boven het duin. Scholeksters, grutto's, kieviten en wulpen roepen voortdurend: ze hebben nu jongen. In de verte is een stormmeeuwenkolonie.
Rietvelden markeren de vochtige plekken. Op zulke natte plekken bloeien pinksterbloemen, koekoeksbloemen en egelboterbloemen. Je ziet er overal de cirkelronde blaadjes van de waternavel tussen opkomende watermunt en wolfspoot. Knopbies is met zijn priembladeren en zwarte aartjes bepaald geen spectaculaire plant, maar waar de polletjes groeien, vind je ook andere zeldzame planten: strandduizendguldenkruid, gewone vleugeltjesbloem, sierlijke vetmuur of krielparnassia, rond wintergroen, moeraswespenorchis en brede orchis. Allemaal zo talrijk dat je je nauwelijks kunt voorstellen met bedreigde planten van de Rode lijst van doen te hebben. De gevlekte orchissen, te herkennen aan de zwart gevlekte bladeren, hebben nu donkerpaarse bloemen, de onderlip lichter getint met donkere stippen, strepen en lussen, in een gedrongen rechtopstaande tros.
In een poeltje midden op een paadje wemelt het van bullekopjes. Larven van rugstreeppadden of van bruine kikkers - dat is niet meteen te zien. Twee bruine kiekendieven jagen in schommelende vlucht boven de rietmoerasjes. Een krijgt het aan de stok met een kraai, die de grote roofvogel hoog de lucht in jaagt. Een blauwe kiekendief, een lichtgrijs mannetje, verschijnt plotseling van achter een duintop en schrikt zich een ongeluk, als hij me gewaar wordt. Blauwe kiekendieven jagen vooral op konijnen en volgen de duinvalleien dicht bij de grond om hun prooi te verrassen.
VEEL MORIELJES
In het stuivende duin opent de muurpeper zijn eerste gouden sterretjes. Minuscule vergeet-mij-nietjes trotseren het bewegende zand, dat met een netwerk van taaie wortelstokken door de zandzegge wordt vastgelegd. Waar het zand wat tot rust is gekomen, bloeien hele velden van duinviooltjes. Daar groeien ook paddestoelen, tussen de helm zeemleerkleurige vezelkoppen en tussen fakkelgras en kruipwilg zwammen met een sterk gekroesde donkerbruine hoed op een geelbruine steel. Een verrassing, want morieljes vind je doorgaans niet in de zeeduinen, maar in de bossen van de binnenduinrand of in tuinen. Ik heb er nooit zoveel gevonden en nooit zulke grote. Er zijn er bij van wel twintig centimeter, maar ze zien er niet mooi uit. Hun stelen zijn opengespleten, de hoeden omgevallen.
Mijn goed blijkt redelijk droog aan het eind van de middag, maar wel vol zand. De Bran-daris in de verte is mijn baken bij de wandeling terug naar West. Duizenden bonte strandlopers zwenken als op commando allemaal tegelijk boven het drooggevallen wad.
In De Walvis praat ik achter een glas pils met een paar eilanders. De Terschellingers zijn bang dat de Noordsvaarder net als de Boschplaat in de broedtijd zal worden afgesloten. Maar Freek Zwart zei me: “Dat hardnekkige gerucht gaat al sinds we de Noordsvaarder beheren. We willen er pertinent niemand weghouden.”
natuur deze week
De gele morgenster is een hoge bermplant met grasachtige bladeren en heldergele 'paardebloemen'. De hoofdjes sluiten zich gewoonlijk kort na het middaguur.
- Als het fluitenkruid uitbloeit, kleuren de bloeischermen van het zevenblad wit. Dit vrijwel onuitroeibare tuinonkruid, bekend als hanenpoot, is een onschuldige bosplant. Ook in half beschaduwde bermen komt het zevenblad veel voor.
- De krabbenscheer is een waterplant die door zijn stekelige rozetten lijkt op een kameraloâ. De plant zweeft in de zomer net onder de waterspiegel met de bladtoppen boven water. Daartussen zit de kreukelige bloem met geel hart en drie witte kroonbladen en aan de steel een tweebladige stekelige bloemschede, die de plant haar naam heeft bezorgd.
- De waterviolier groeit in sloten die gevoed worden door kwel (ondergronds stromend water), meest op de grens van zand en laagveen. De roze bloemen, die in kransen om de bloeistengel staan, lijken op pinksterbloemen.
- In veenweiden en rietmoerassen bloeien de eerste rietorchissen met een dichte rechtopstaande tros van donker paarsrode orchideeânbloemen. De meeste rietorchissen hebben donkerbruine ringvlekken op de bladeren. Rietorchissen groeien in grote aantallen in sommige vochtige bermen van Amsterdamse uitvalswegen. Er bloeien nog duizenden in het Amsterdamse westelijk havengebied rondom Ruigoord.
- De echte valeriaan is meer bekend als kalmerend middel dan als moerasplant met grote lichtroze bloemtuilen, die dagvlinders, hommels en zweefvliegen aanlokken.
- Kale jonker heet een distel die in dezelfde terreinen als de valeriaan groeit. De bloeiende hoofdjes staan bijeen op de top van een anderhalve meter hoge, uiterst stekelige stengel. Vooral hommels komen op bezoek.
- Bruine blauwtjes behoren tot de blauwtjes, maar hebben geen blauw op hun bruine, met oranje stippen afgezette vleugels. In de duinen en het rivierengebied zijn deze dagvlindertjes baltsend aan te treffen op plekken met veel ooievaarsbek of reigersbek, de voedselplanten van de rupsen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.