APELDOORN - Zesvoudig landskampioen Dynamo kende voor de aanvang van het volleybalseizoen eigenlijk maar één wens: spelen in de Champions League. De confrontaties met de Europese topploegen dragen niet alleen bij tot de beoogde kwaliteitsverbetering van de ambitieuze Apeldoornse club, het zijn ook wedstrijden waarvoor de ploeg van coach Casper Groenhuijzen zich extra schrap dient te zetten. De nationale competitie wordt steeds meer een noodzakelijk kwaad, waarin de verveling wekelijks troef is.
Misschien is het het beroemde kip- en eiverhaal, maar na de eerste wedstrijd in de poule van acht, waarvan de beste twee in maart naar de Final Four gaan, lijkt het erop dat Dynamo de inspiratie vooral uit het deelnemen moet halen. Vaak winnen zit er na de afstraffing door Paris UC (0-3) niet in. Dat de tweede en derde set nog optimale spanning suggereerden (13-15 en 12-15), is slechts optisch bedrog. Het was puur aan de gemakzucht van de Fransen te danken dat de thuisclub zich af en toe in het bubbelbad van opborrelende, schone illusies mocht koesteren. PUC-coach Harry Brokking was dan ook op geen enkele manier te verleiden tot het uitdelen van een licht schouderklopje aan het adres van de thuisclub. “Ik zou Dynamo met de beste wil van de wereld geen pluimpje op de hoed kunnen steken. Dynamo speelde duidelijk een niveau te laag. Wij kwamen niet in de problemen omdat zij versnelden, maar omdat wij veel minder gingen spelen. Op het moment dat wij de boel onder controle denken te hebben, schakelen we terug naar een lagere versnelling. Dan gaan we spelen op het niveau van de tegenstander.”
Daarmee raakt Brokking een gevoelig punt. Bij Dynamo beaamt men grif dat de club ronddoolt op een rotonde, omdat de enige weg die de club moet inslaan, nog geruime tijd afgesloten zal zijn. De nationale kampioenlevert door de geringe tegenstand in de eredivisie eerder kwaliteit in dan dat ze sterker wordt en zou dus in de Champions League in de (sub)top mee moeten doen om plezier in het spelletje te houden. Het budget is inmiddels opgekrikt tot een miljoen gulden, maar volgens manager Van Sliedrecht moet dat met veertig procent worden verhoogd om internationaal ook van het Nederlandse clubvolleybal een factor van betekenis te maken.
Op de harde analyse van Brokking viel niets af te dingen: Dynamo speelde slechts goed wanneer het niet hoefde. Na een soepele eerste set (8-15), verzaakten de Parijzenaars in het tweede bedrijf bij 7-14 schromelijk hun plicht. Vier rotaties brachten de Apeldoorners terug tot 13-14, waarna een onbenullige bal het pleit beslechtte. De laatste set leverde een vrijwel identiek beeld op: van 7-14 werd het 12-14 en uiteindelijk 12-15. Voor de komende anderhalve maand, waarin alle poulewedstrijden op de rol staan, moet zodoende het ergste worden gevreesd. De universiteitsploeg uit de Franse hoofdstad miste vorig seizoen op een haar na de Final Four en is in vergelijking met toen eerder verzwakt dan versterkt. Het Russische Belgorod, Maldost Zagreb en Maaseik lijken op papier ook al een maat te groot voor Dynamo.
Het was in Apeldoorn ogenschijnlijk een hartelijk weerzien voor Harry Brokking, die handen en zoenen tekortkwam om allerlei oude bekenden te begroeten. Warme herinneringen bewaart hij overigens niet aan de Dynamo-hal, die hij - terecht - ongeschikt voor internationaal topvolleybal vindt.
Ruim zes jaar geleden, tijdens het toenmalige, gerenommeerde eindejaarstoernooi van Dynamo, besloot Brokking op te stappen als bondscoach van het mannenvolleybalteam. Hij had toen ruim een jaar als hoofdtrainer gefungeerd, na eerst een aantal seizoenen assistent van Arie Selinger te zijn geweest. Onder Brokking zat er weinig lijn in het team dat toen nog de wereld moest veroveren. Zonder hem erin te kennen haalde de NeVoBo Selinger terug. Dat was voor de gepasseerde en gekrenkte coach aanleiding op oudejaarsdag van 1991 zijn ontslag in te dienen. Ruim een half jaar later won Oranje in Barcelona olympisch zilver. Anno 1998 zit het hem aangedane onrecht Harry Brokking, die via Münster en Herentals in Parijs terechtkwam, nog steeds hoog.
Het zuurgehalte was trouwens ook groot toen hij gisteravond zijn gram spuwde op de ondermaatse accommodatie van de gastheer. Het lage plafond (acht meter) stelde zijn passers voortdurend voor problemen. Het bestuur van Dynamo is zich dat manco bewust, maar vooralsnog ontbreken de middelen en mogelijkheden om ook op dat niveau groot te denken. De club moet voor trainingen al herhaaldelijk uitwijken naar andere sportzalen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.