AMSTERDAM - Arno Kranenborg is al even bescheiden als zijn film 'De kersenpluk', zijn eerste bioscoopfilm die vandaag in première gaat. “Een interview met mij? Dat is toch onzin! Ik heb niets te zeggen. Moet ik ook nog op de foto? Als het maar niet zo'n artistiek portret wordt waar de grote kranten tegenwoordig in grossieren.” Toch wekt 'De kersenpluk' juist door zijn bescheidenheid het verlangen de man achter deze film wat nader te leren kennen.
Kranenborg, in 1959 in Coevorden geboren en nu wonend in Arnhem: “Begin jaren tachtig heb ik op de Aki Kunstacademie in Enschede gezeten. Daar kwam ik min of meer toevallig met film in aanraking. Ik rolde in het afstudeerproject 'At Paris top', een kleine luchtige zwartwit-film in de musical-sfeer. Die film werd opgemerkt door Eric de Kuyper en had veel succes. Daarna kwam de vraag: wat nu? Ik heb nooit zo'n duidelijk doel voor ogen gehad. Ik vind het leuk een boekje, een liedje, wat muziek of een schilderijtje, te maken. Ik pak het liefst van alles aan en alleen maar daardoor raakte ik betrokken bij 'At Paris top'.”
“Een paar jaar later kwam ik weer in aanraking met De Kuyper. In 1988 nam ik met enkele andere jonge filmers deel aan de door hem geleide film-workshop 'Pierrot Lunaire', een verfilming van het gelijknamige spreekgezang van Arnold Schönberg. Ik heb veel geleerd van de manier waarop De Kuyper die film tot stand bracht. Samenwerking was zijn sleutelwoord. Alle medewerkers wisselden hun inzichten en invallen uit. Normaal gebeurt dat niet, normaal is iedereen erg zuinig op zijn eigen werk.”
“Ook de manier van draaien sprak me erg aan. Alle taferelen werden bij 'Pierrot Lunaire' vanuit één statische camera-instelling opgenomen. Daar moest alle creativiteit op gericht worden. Dat vereist vooraf veel overleg tussen alle medewerkers, om op één lijn, om tot één beeldtaal te komen. Een film wordt echt niet alleen tijdens de draaidagen in elkaar geflanst. Tenslotte was het voor mij als jongen uit de provincie een openbaring om Schönberg en het Duitse Kammer-spiel te leren kennen. Ook daardoor ben ik op een bepaalde methode van werken terecht gekomen.”
Naast De Kuyper heeft ook de Vpro-kindertelevisie veel invloed gehad op de ontwikkeling van Kranenborgs filmtalent. Vanaf 1990 regisseerde hij drama- en documentaire-series als 'Mevrouw Vogel & Mijnheer Vis', 'Op & top' en 'Spijkertje van de Mona Lisa'. Voor die series schreef deze artistieke duizendpoot meestal ook het scenario en de muziek. Kranenborg: “Ik kreeg een zoontje, zag mijn vriendin truitjes breien en dacht: nu moet ik ook wat maken, nu is het tijd om wat gerichter aan de slag te gaan. Bij de Vpro is heel veel mogelijk. Ik kreeg alle ruimte om te onderzoeken of ik drama's, reportages en documentaires kan maken. Je kunt daar net zo lang prutsen tot er iets uitkomt. Het is een heerlijke vrijplaats.”
“Dat ik voor de tv ging werken, kwam ook door De Kuyper. Die heeft al snel tegen me gezegd: ga niet alleen films maken, doe op zoveel mogelijk plekken, zoveel mogelijk ervaring op! Een voordeel van de Vpro is ook dat je er niet commercieel hoeft te werken. Je kunt er, zonder je veel van het publiek aan te trekken, je eigen ideeën uitwerken.”
Hoewel Kranenborg het bij de televisie uitstekend naar zijn zin heeft, ontwaakte in hem toch het verlangen een echte lange bioscoopfilm te maken. “Ik zag veel andere films en dacht: dat wil ik ook gedaan hebben, of op zijn minst één keer geprobeerd hebben. Het gaat er vooral om dat je een verhaal hebt. Dat verhaal had ik. Ik wou kwijt wat mijn opa in mijn jeugd voor mij betekend heeft. Dat ik dat uitgerekend nú kwijt wil, zal wel komen doordat ik wat ouder geworden ben. De laatste tijd besef ik dat veel van mijn gevoeligheden iets met mijn opa te maken hebben en misschien ook wel met het Drentse platteland van zo'n kwart eeuw geleden.”
“Wat die gevoeligheid inhoudt? Dat weet ik niet precies. Dat moet de kijker er maar uithalen. Het enige wat ik kan bedenken is: het gedoe tussen mensen. De opa, de kleinzoon en het meisje uit 'De kersenpluk' zijn eigenlijk heel lief voor elkaar. Toch gaat er van alles fout. Er zijn voortdurend communicatie-problemen. Ze kunnen hun dromen niet realiseren en krijgen alledrie te maken met de stoere bink Jan Tabak die de platste nuchterheid belichaamt. Van Amsterdam tot Delfzijl: figuren als Jan Tabak kom je in elk milieu tegen. De ordinaire opportunisten zitten overal, die horen bij het leven. Daar moet iedereen in het reine mee zien te komen. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.”
En zo blijkt de zichzelf het liefst wegcijferende Kranenborg in zijn bescheiden en ontroerende plattelandsdrama 'De kersenpluk' toch maar mooi een universele waarde aan de orde te stellen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.