Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Netwerken bouwen, vriendjespolitiek, je ophouden in de wandelgangen, informeel beleid beïnvloeden. Wat lobbyen precies is en of het een fatsoenlijk middel is om je doel te bereiken, bleef een vraag op het symposium 'De macht van de lobby'.
Tijdens dat symposium, georganiseerd door het IFVO, een samenwerkingsverband van verscheidene studieverenigingen aan de faculteit der politieke en sociaal-culturele wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, gaf een tiental sprekers zijn visie op het fenomeen.
“Ik moet weer vroeg weg, omdat ik moet lobbyen in Den Haag”, opende J. N. Scholten, de voorzitter van VluchtelingenWerk Nederland, toepasselijk de eerste lezing. “Want als je lobbyt voor een bepaalde zaak, moet je zorgen dat je er op tijd bent”, hield hij de studenten voor.
Van jongs af aan is Scholtens loopbaan, volgens eigen zeggen, bepaald door de juiste contacten op de juiste plaatsen. “Je weet als kind al bij wie je voor een bepaalde zaak het best kunt aankloppen, pa of ma.”
De beoogde burgemeestersfunctie kreeg hij later door een sterke lobby in de toenmalige Anti-Revolutionaire Partij. Scholten gaf toe dat er een sterk eigenbelang gepaard ging met het mobiliseren van de juiste contacten. Maar dat was niet het enige. Hij wilde het via zijn functies opnemen voor de marginale mens, verdedigde hij zich, en lobbyen is daarvoor een effectief instrument. Ook in zijn huidige functie.
Zo positief als Scholten sprak over 'de juiste contacten om poltieke besluiten te beïnvloeden', zo negatief was W. A. de Haan, docent politieke economie aan de UvA. “Ik erger me groen en geel aan die vriendjespolitiek!” Volgens de Haan behelst het onderwerp ook niets anders dan een kwalijke vorm van vriendjespolitiek. Dat het fenomeen op de UvA opgeld doet als een vaardigheid die studenten moeten leren, kan rekenen op zijn afkeuring.
Naast de vorming van informele, en dus niet te controleren contacten en overlegorganen, doceerde hij in rap tempo, gaat ook nog eens een zeer kwalijk mensbeeld schuil. “Mensen worden alleen nog maar gezien in termen van 'functioneel'. Heb ik wat aan jou, en hoe kun je mij verder helpen.”
Lobbyen, concludeerde de Haan, betekent dus in essentie eigenbelang nastreven en desinteresse voor een ander mens. “Mensen worden tot dingen gemaakt en ondergeschikt aan zaken, aan eigenbelang.” Dat leidt tot een vervreemding.
Een grote groep mensen, waarschuwde hij de studenten, verliest steeds meer controle over politieke besluiten. Hoe kan immers een fabrieksarbeider een lobby beginnen in Den Haag en zo de besluitvorming daar beïnvloeden? Gevolg: de democratie neemt af.
Toch bespeurt de Haan een tegenbeweging tegen de politiek in achterkamertjes. “Kijk naar het referendum in Amsterdam.” Het massale 'nee' deze week tegen de opdeling van de hoofdstad was volgens de Haan ook een 'nee' van de burger tegen de politieke top, die slechts voor de eigen belangen lobbyt.
De laatste drie sprekers - W. Stolte van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, Kysia Hekster, voorzitster van de Landelijke Studentenvereniging en Sprenger van de FNV - waren het over eéé ding eens: bij het beïnvloeden van de besluitvorming komt het niet alleen aan op de juiste informele contacten, maar ook op macht en wisselgeld voor de tegenpartij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.