*

 
dossier

Archief

Lex Coene weet precies wanneer hij McEnroe moet zijn

NICOLIEN VAN DOORN − 17/02/97, 00:00

Na twintig eredivisiejaren is Lex Coene gestopt met badmintonnen. De 35-jarige Velpenaar heeft stapsgewijs afscheid genomen. Zeven jaar geleden verliet hij de nationale selectie, vier jaar geleden zette hij een punt achter internationale toernooien, zaterdagavond speelde hij in Nuenen de laatste competitiewedstrijd voor zijn club ESCA. “Ik heb het geleidelijk afgebouwd. Ik was al veel minder gaan trainen, maar nu is het helemaal afgelopen. Het is mooi geweest.”

Kuijten houdt zich deze keer in, maar Coene heeft zich kennelijk voorgenomen om zijn afscheid in stijl te vieren. Nauwelijks staat hij op achterstand, of zijn veter zit zogenaamd los. “Begint-ie weer”, verzucht een toeschouwer. Het is duidelijk te zien dat Coene de veter eerst lospeutert, alvorens hem weer vast te strikken. Hij doet het glimlachend, alsof hij een binnenpretje heeft. En tergend langzaam, om het ritme en de concentratie van de tegenstander optimaal te verstoren. Als antwoord op het gejoel van het publiek steekt Coene vanuit gebogen houding een middelvinger op. Dan komt hij overeind en kijkt uitdagend lachend om zich heen. “Nou je toch bezig bent, het net hangt ook niet goed, hoor”, brengt een toeschouwer hem alvast op het volgende idee.

Even later zit de veter alwéér los. Wanneer de scheidsrechter blijk geeft van ergernis, stapt Coene met fonkelende ogen op hem af: “Mijn veter zit los, man! Zie je dat dan niet? Maak jij hem soms vast voor mij?” Wie de ogen sluit, waant zich op Wimbledon. Hoewel . . . niet helemaal. In de doodse stilte van het Londense centrecourt vallen John McEnroe's bijtende opmerkingen als bakstenen in een vijver. Terwijl die van Lex Coene verloren gaan in de herrie van afkeuring, die vanaf de tribune op hem neerdaalt.

Na nog een stuk of wat incidenten krijgt de 35-jarige badmintonner uit Velp een laatste waarschuwing van de scheidsrechter. Vanaf dat moment beperkt hij zijn acties tot lichaamstaal, en ook hierin toont hij zich een meester. Handpalmen omhoog: hoe kon ik zo'n stomme fout maken? Handen in de zij: idemdito. Duim en wijsvinger als een pistool op Kuijten gericht: dit punt is voor mij! Gebalde vuist: idemdito. Arrogant lachje: had je niet gedacht, hè? Gezicht omhoog met gesloten ogen: dit wordt niks!

Het wordt inderdaad niks: Kuijtens conditie wint het van Coenes ervaring. Met zijn superieure tactiek en techniek pakt Coene weliswaar de tweede game, maar in de derde is hij moe, leeg en op. Op het scorebord staat 15-4, 12-15, 15-4, van thuisclub BCN krijgt hij een bos bloemen 'voor alles wat hij altijd heeft laten zien'. En dan is het afgelopen. De Nederlandse competitie zal het voortaan zonder Lex Coene moeten stellen.

Hij heeft er niet bij stilgestaan dat het zijn laatste wedstrijd was. Zegt hij. “Wat dat betreft was het dus niet anders dan anders.” Dat zijn zwanezang in een nederlaag is geeindigd, vindt hij niet erg. “Winnen doet er niet toe. Winnen doet er al heel lang niet meer toe. De eerste tien jaar van mijn carrière wel, toen was badminton erg belangrijk. Zo belangrijk zelfs, dat mijn gemoedstoestand afhankelijk was van de vorm waarin ik verkeerde. Als ik lekker had gespeeld voelde ik me goed, als ik slecht had gespeeld voelde ik me beroerd.” Later verdween die afhankelijkheid en werd zijn stemming niet langer bepaald door de uitslag van een wedstrijd. “Ik baal nooit meer van een verliespartij. Als ik het gevoel heb dat ik er alles uit heb gehaald wat er in zit, vind ik het niet erg als ik verlies. Dan weet ik dat ik niet veel beter kan.”

Dertig jaar geleden sloeg hij zijn eerste shuttle, twintig jaar geleden speelde hij zijn eerste eredivisiewedstrijd, zeventien jaar geleden speelde hij zijn eerste interland, zeven jaar geleden zijn 41ste en laatste. Op de Nederlandse kampioenschappen stond hij zeven keer in de finale van het enkelspel, drie keer op rij (in 1983, '84 en '85) won hij de titel.

Tja, zucht Coene, zijn sportieve carrière heeft inderdaad lang geduurd. “Maar niet té lang. Ik heb nu pas het gevoel dat ik het maximale uit mezelf heb gehaald. Nadenken over de vraag hoe ik mijn beperkingen kan compenseren met taktiek, techniek en ervaring, dat vind ik het leuke van badminton. Van alle sporten trouwens. Bij squash, schaatsen, skeeleren en tennissen kom ik dat ook tegen. En zelfs toen ik met een stel vrienden in windkracht 7 een rondje IJsselmeer fietste, heb ik genoten van het afzien. Het is interessant om te zien hoe de geest het lichaam zo kan sturen, dat je tot de grens kan gaan zonder dat je te ver gaat. Al moet ik zeggen dat ik die grens ook wel eens heb overschreden. Vorig jaar ben ik een keer zo ver gegaan dat mijn benen golfden van de kramp. Er zaten allemaal vouwen in. Dat is natuurlijk niet goed.”

Bij een topsporter die na een half leven eindelijk besluit dat het genoeg is geweest, vraag je je onwillekeurig af of hij zonder die sport wel kan leven. In het geval van Lex Coene kunnen we gerust zijn: de ex-badmintonner kan heel wel leven zonder badminton. Zelfs een functie als trainer of bestuurder - de manier waarop veel topsporters hun sportieve bestaan rekken - ambieert hij niet. Ook zonder badminton heeft hij het druk genoeg. Hij werkt op een HEAO, waar hij ethiek doceert en hoofd is van de vakgroep commerciële economie. Daarnaast heeft hij een adviesbureau dat gespecialiseerd is in communicatie en studeert hij deze week af in filosofie. Het zwarte gat? “Daar val je alleen maar in als je sociale leven vast zit aan je sport. In mijn geval maakt badminton maar een heel klein deel uit van mijn sociale leven. Het merendeel van mijn vrienden vindt het alleen maar irritant dat ik in de weekends niet beschikbaar ben. Speel je nog steeds, zeggen ze, hou daar nou eens mee op . . .”

Wat hij het meest zal missen is de uitdaging, het gevecht van man tegen man. “Af en toe kon ik er echt naar uitkijken. Dan dacht ik op vrijdag: ha, morgen weer competitie spelen, lekker de blik op oneindig en het verstand op nul. Alleen maar aan de shuttle denken en aan hoe ik het moet aanleggen om niet moe te worden. Want omdat ik nog maar één keer per week train, zijn mijn fysieke middelen beperkt. Ik word snel moe en krijg gauw last van kramp.”

Nu weten we meteen waarom hij wedstrijden traineert. “Ruud Kuijten is dertien jaar jonger dan ik en staat als een idioot te beuken. Tja, wat moet ik dan?” Coene weet precies op welke momenten hij moet klieren. “Als ik sta te winnen, doe ik het natuurlijk niet. En ik doe het ook niet bij iedereen. Bij de echt goede spelers heb ik geen schijn van kans als ik midden in de partij ineens aan mijn veters ga prutsen. Jeroen van Dijk kijkt me dan zo aan . . . Maar bij Ruud Kuijten werkt het wel. Die gaat beuken, die kan zichzelf over de rooie helpen. Jammer dat het vandaag niet lukte.”

Zijn imitatie van McEnroe dient niet alleen om de tegenstander uit zijn evenwicht te brengen. Hij doet het ook om zichzelf op te peppen. “Het zijn geen ongecontroleerde acties. Ik knipoog en lach naar iedereen. Vooral naar de scheidsrechter. Die weet best dat het mijn manier is om theatraal te doen. Toen ik vandaag een waarschuwing kreeg, zei hij: 'Trek het je niet aan, ik gebruik 'm niet tegen je, hoor.' Het was meer een soort signaal dat ik op moest passen.”

En de scheidsrechters? Die hebben inderdaad alle begrip voor het gedrag van Lex Coene. “Ach, we kennen hem al zo lang, we weten best hoe hij het bedoelt. Het is een show, meer niet. Hij lacht erbij en komt na afloop van een partij wel eens naar ons toe. 'Sorry, ik doe het niet expres', zegt hij dan.”

Vanaf de tribune kijkt Coene hoe zijn teamgenoten het er in de halve finale van de play offs vanaf brengen. Bijna dromerig wijst hij naar twee van zijn teamgenotes. “Brenda Beenhakker en Anthoinette Achterberg. Ik speelde al in de eredivisie voordat zij geboren waren. Kun je nagaan . . .”

mailIcon print |