“Zijn we de gedachtekronkels van de NVSH uit de jaren '70 nóg niet te boven? Hoezo moet alles aangaande seksualiteit openlijk besproken kunnen worden?”, schreef hoogleraar ethiek Reinders (VU) 14 januari in Trouw over de uitspraken van VU-docent kerkrecht Van Drimmelen over pedofilie.
Ja, alles omtrent seksualiteit moet openlijk bespreekbaar kunnen zijn, omdat het niet-bespreekbaar maken van seksuele ervaringen ertoe leidt dat zowel negatieve als positieve ervaringen niet worden onderkend. Eén van de redenen waarom het vaak zo lang duurt dat mensen niet naar buiten komen met hun negatieve ervaringen is schaamte, angst en het onvermogen om hun belevenissen en gevoelens omtrent seksualiteit te verwoorden. Ze hebben vaak niet geleerd over seks te spreken, noch van hun ouders, noch op school. Het zwijgen en de oorzaken van het zwijgen moeten worden onderkend en waar nodig doorbroken, niet op de laatste plaats om jeugdigen weerbaar en assertief te maken. Als het om seksualiteit van volwassenen met jongeren onder de zestien gaat, dan is er tegenwoordig uitsluitend aandacht voor misbruik. Het is goed dat misbruik aan de orde wordt gesteld. Wel moeten we oppassen voor eenzijdigheid. Zo mogen we niet vergeten dat het merendeel van het seksueel misbruik in gezinsverband voorkomt - en dus niet door zogenaamde pedofielen wordt begaan. We mogen ook niet over het hoofd zien dat er behalve negatieve ook positieve seksuele ervaringen van jeugdigen met ouderen te melden zijn. Daarover bestaan persoonlijke getuigenissen en wetenschappelijk onderzoek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.