*

 
dossier

Archief

Kamerleden dingen niet af op milde beoordeling minister Sorgdrager door commissie-Van Traa

Door: redactie − 02/02/96, 00:00

DEN HAAG - De positie van minister Sorgdrager van justitie is gisteren niet onder druk gekomen door de bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie. De Tweede Kamer dong in eerste reacties niet af op het milde oordeel over de D66-bewindsvrouw.

Commissie-voorzitter Van Traa gaat er van uit dat Sorgdrager straks degene zal zijn die de zeer ingrijpende schoonmaak en reorganisatie van het justitie-apparaat ter hand gaat nemen. “Ik denk dat zij het zal moeten doen. Anders hadden wij een ander oordeel gegeven.”

Een knellend probleem, de zogeheten geheugenstoring, tussen Sorgdrager en de Haagse hoofdofficier van justitie Blok, wordt in het enquêterapport als onopgelost opzij geschoven. Sorgdrager ontkent dat zij vlak na haar aantreden als procureur-generaal in Den Haag door Blok op de hoogte werd gebracht van doorvoer van cocaïne in een onderzoek van de Haagse politie. Blok houdt echter staande haar wel degelijk, in de nazit van een lange vergadering, te hebben verteld over de gewaagde opsporingsmethode van het Colombia-Parimaribo-team, 'Copa'.

De commissie-Van Traa kiest niet voor het gelijk van Sorgdrager of van Blok. Toch wordt de minister van een probleem afgeholpen. De commissie schrijft: “Minister Sorgdrager blijft bij haar eerdere verklaring deze zinsnede niet gehoord te hebben en nooit gedacht te hebben aan het doorlaten van cocaïne. Daarmee heeft zij dit dus niet geweten.”

De commissie wijst er verder op dat Sorgdrager verantwoordelijk is voor de afkoop van een IRT-informant met het 'exorbitante' bedrag van twee miljoen gulden. Dat besluit tekende zij op de eerste dag van haar ministerschap. Daar tegenover sust de commissie dat vorige ministers zich nooit met het uitgeven van tipgelden bemoeiden.

De donatie van twee miljoen ging naar een belangrijke criminele informant van de recherche Haarlem, die zich bedreigd zei te voelen en elders een ander bestaan wilde opbouwen. Van Traa betwijfelt of er werkelijk sprake was van een levensbedreigende situatie. Sorgdrager wordt in het rapport niet hard veroordeeld omdat zij de toestemming gaf.

Het wordt bovendien als positief aangeduid dat de minister eind 1994 het initiatief nam voor een doorlichting van alle bijzondere opsporingsmethoden bij de politie. Daardoor ontstond eindelijk enig inzicht bij justitie.

Het milde oordeel over de huidige minister maakte weinig reacties los in de Tweede Kamer. Het rapport-Van Traa vormde voor vrijwel geen enkele fractie aanleiding om Sorgdrager onder vuur te nemen.

Alleen de splinterpartij Senioren 2000, de afgescheiden ouderen van Jet Nijpels, zette vraagtekens bij de politieke slagkracht van Sorgdrager.

mailIcon print |