Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - Martelingen, willekeurige moorden en excessief geweld lijken aan de orde van de dag in Kosovo. De kranten van de Albanese bevolking brengen gruwelijke - vaak anonieme - getuigenissen over Serviërs die Albanezen martelen, roosteren of levend aan lantaarnpalen hangen.
Vraag is hoeveel van de verhalen waar is. Onpartijdige informatie is schaars en geruchten zijn snel geboren. Het Kosovo Informatiecentrum in Pristina is een belangrijke bron, maar het centrum is uiterst pro-Albanees. Niet voor niets pleitte een missie van de Europese Unie vorige week voor meer internationale waarnemers. Zij zouden betrouwbare informatie moeten leveren die nu zo node wordt gemist.
Tim Boucher, medewerker van Artsen zonder Grenzen in Pristina zegt dat het 'onmogelijk' is een duidelijk beeld te krijgen van de situatie. “We hebben zeer beperkt toegang tot bepaalde gebieden. Vanochtend is een medisch team van ons nog bij drie posten van het Servische leger teruggestuurd.” Ook een woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Pristina noemt de situatie 'buitengewoon verwarrend'. “De verhalen zijn verontrustend, maar niemand kan inschatten hoeveel er van waar is. Dat is zeer frustrerend.”
De verhalen van de vluchtelingen kent Boucher wel. “De kranten hier staan er vol mee. Ik denk dat de waarheid een stuk minder erg is. De ene vluchteling ziet een gewonde, bij de volgende is het een dode en weer een ander zegt dat hij een massaslachting heeft gezien. Ik sluit niet uit dat het waar is, maar het valt domweg niet te checken.”
Enkele verhalen zijn aantoonbaar niet waar, zoals die van een vertegenwoordiger van de Democratische Liga, de partij van de leider van de Kosovo-Albanezen Ibrahim Rugova. Hij zei dat de stad Orahovac voor tachtig procent in puin lag. Verslaggevers konden de volgende dag met eigen ogen zien dat het grootste deel van de huizen ongeschonden was. Boucher: “Het gevaar van de verhalen in de Albanese pers is dat de Kosovaren ze vaak geloven. En wat de gevolgen daarvan kunnen zijn, daar durf ik niet aan te denken.”
Minder extreem dan de krantenverhalen is een recent rapport van Amnesty International waarin stond dat “excessief geweld voor beide partijen de norm schijnt te zijn”. Niet alleen het Joegoslavische leger, maar ook de strijders van het UCK, het Bevrijdingsleger van Kosovo, vallen volgens het rapport voortdurend willekeurige burgers aan. Vluchtelingen maken melding van martelingen en het doden van zowel vrouwen, bejaarden als kinderen.
Vorige maand spraken inwoners van West-Kosovo van 'etnische zuiveringen' door de Serviërs. In Orahovac, dat vorige week werd veroverd door de Serviërs, zouden burgers uit hun huizen zijn gesleurd en door het hoofd geschoten.
Het grootste probleem is volgens Boucher dat van de vluchtelingen. Tienduizenden zijn van huis verdreven, zitten tussen de linies gevangen en hebben beperkte toegang tot medische voorzieningen. Artsen zonder Grenzen heeft bij Malisevo, waar nog steeds duizenden gevluchten uit Orahovac op elkaar gepakt zitten, enkele noodposten ingericht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.