MARKEN - Als het buiten een graad of vijf vriest en er nauwelijks wind staat, heeft vrijwel niemand last van de kou. Wanneer het bij deze temperatuur flink waait, zijn mutsen, wanten en dikke jassen onmisbaar. Het is dan zoals vandaag gevoelsmatig snijdend koud en als wind en kwik er nog meer aan trekken, komen begrippen zoals bitter-, steen- of ijskoud aan de orde.
Dat wij bepaalde temperaturen als veel lager ervaren dan de thermometers aangeven, wordt veroorzaakt doordat de wind de lichaamswarmte die we uitstralen sneller afvoert. Dan koelt het lichaam aan de buitenkant af. Door dit warmteverlies krijgen we het koud. Zo kan het gebeuren dat bij temperaturen boven nul en een forse wind ons lichaam bevriezingsverschijnselen vertoont: dat heet windchill, gevoelstemperatuur of (gekscherend) de bibberfactor.
De gevoelstemperatuur is af te lezen van een tabel. Het KNMI hanteert hiervoor de methode van de Amerikaanse textielfabrikant Robert Steadman; gebaseerd op evenwicht tussen warmteverlies en -produktie van een gezond persoon, die zijn kleding aan de weersomstandigheden heeft aangepast. Verder moet volgens de methode deze persoon in de buitenlucht wandelen met een snelheid van ruim zeven kilometer per uur. Voor een dag als vandaag met een krachtige tot harde oostenwind en temperaturen rond -5' geldt een gevoelstemperatuur van omstreeks -18'. Het is dan ook raadzaam zoveel mogelijk blote delen van de huid te beschermen tegen bevriezing.
De laagste gevoelstemperaturen in ons land werden gemeten op 11 februari 1929 en 15 januari 1987: respectievelijk -28 en -25'.
- Pagina 3: Gladheid
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.