Het systeem van varkensrechten lost het mestprobleem in de varkenshouderij niet op. Integendeel, het houdt boeren af van investeringen in een diervriendelijker productie. Dit zeggen onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen.
De op 1 september vorig jaar met de Wet herstructurering varkenshouderij (WHV) ingevoerde 'varkensrechten' bieden een mogelijkheid om het aantal varkens in Nederland te reguleren. Elk varkensrecht vertegenwoordigt het recht om één dier te houden. Boeren kunnen de rechten onderling verhandelen en de staat kan ze opkopen om de varkensstapel te verkleinen. Maar volgens de in de 'Denktank Varkenshouderij' verenigde wetenschappers werkt het systeem averechts.
Hun conclusie volgt op een onderzoek in opdracht van het ministerie van landbouw. In het rapport 'Mythen en sagen rond de varkenshouderij' doen de onderzoekers de varkensrechten af als “een brevet van beleidsmatig onvermogen, een stoplap”.
Volgens hen maakt de overheid een cruciale fout door slechts te kijken naar het aantal varkens dat een boer heeft. “Dat zegt weinig over de milieubelasting”, schrijven ze. “De bijdrage aan de verzuring en vermesting van twee bedrijven met dezelfde varkensstapel en grond kan enorm verschillen. Bepalend is wat er met de mest gebeurt, hoe de mineralen worden benut, hoe de kwaliteit van de mest is en wat voor stal er wordt gebruikt.”
Ook in een ander opzicht bespeurt de Denktank een aantal mythen. De deskundigen verwijten de varkenshouderij vastgeroeste veronderstellingen die nieuwe ideeën in de weg staan.
Zo zou de sector zichzelf wijsmaken dat het enige wat nodig is om de varkenshouderij een beter imago te bezorgen, wat meer informatie voor de consument is. Terwijl daartoe volgens de onderzoekers wel degelijk echte veranderingen nodig zijn, zoals diervriendelijker productie.
Ook de overheid krijgt een veeg uit de pan. Dichtgetimmerde en veel te complexe regelgeving ontneemt de boer de kans om zelf initiatieven te tonen. Daartoe moeten ze in staat worden gesteld, onder de voorwaarde dat ze dan ook keihard op hun gedrag worden afgerekend.
Het onderzoek mondde gisteren uit in het 'Verdrag van Wageningen', een door varkenshouders, de Stichting Natuur en Milieu, de Dierenbescherming, het ministerie van landbouw en de Rabobank ondertekend epistel dat bepaalt dat alle partijen zich inzetten om ervoor te zorgen dat de varkenshouders weer de sympathie krijgen van het publiek. Maar het bezwaar van de Denktank tegen de varkensrechten vindt weinig weerklank.
De boerenorganisatie LTO Nederland acht varkensrechten nodig. Ook minister Apotheker van landbouw zei gisteren niets aan zijn beleid te wijzigen. Voorzitter R. Tazelaar van de productschappen voor vee en vlees is het meest uitgesproken: “Het is een slecht rapport, de Landbouwuniversiteit onwaardig. Er staat een boel onzin, gespeend van elke internationale context. Een rapport dat in de bureaula zal belanden, maar in de prullenbak thuishoort.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.