Van onze verslaggevers BERLIJN, AMSTERDAM - Eerst waren het de waterige tomaten, toen de bespoten snijbloemen, nu is het vlees. De Nederlandse export naar Duitsland staat opnieuw in een slecht daglicht. Het weekblad Stern bericht deze week over “schandalige praktijken in Nederlandse slachterijen” die vlees naar Duitsland uitvoeren.
Het blad maakt melding van hygiënische misstanden en gebrekkige controles op ziekteverwekkers en dat op zo grote schaal dat de Duitse minister van gezondheidszorg er bij zijn Nederlandse collega over heeft geklaagd. Minister Borst zal Duitsland binnenkort antwoorden.
Stern spreekt van meerdere vleestransporten die bij controles in Duitsland ernstige gebreken vertoonden. Bij een actie van de deelstaat Noordrijn-Westfalen in 1994 bleek bij de helft van de gecontroleerde vrachten iets niet te deugen. De veterinaire dienst in Düsseldorf constateerde in één geval dat halve varkens op de smerige vloer van de vrachtwagen hingen en dat op het vlees schimmels en micro-organismen zaten. Bij een ander transport werd bedorven afvalvlees ontdekt dat volgens EU-richtlijnen niet eens ter consumptie mag worden aangeboden.
Rapport
Stern citeert onder meer een rapport van de Veterinaire hoofdinspectie van het ministerie van volksgezondheid welzijn en sport dat onlangs verscheen. Daarin stelt de Hoofdinspectie, die vorig jaar bijna alle Nederlandse runder- en varkenslachterijen en uitsnijderijen controleerde, dat 56 procent van de slachterijen onhygiënisch met vlees omspringt: veel slachterijen maken de bedrijfsruimtes en de machines niet goed schoon. Ook messen en bijlen worden niet goed gereinigd. In uitsnijderijen, waar karkassen verder worden verwerkt, valt het vlees geregeld op de grond waarna het weer op de snijtafel belandt.
De Hoofdinspectie oordeelt dat de bedrijven op het gehele terrein van opleiding tot uitvoering “een zware onvoldoende scoren”. Zij deelde 49 schriftelijke waarschuwingen uit en maakte 24 processen-verbaal op. De overige bedrijven die op onhygiënisch gedrag werden betrapt, kregen een mondelinge berisping.
In het rapport krijgt ook de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV) ervan langs. De Hoofdinspectie beoordeelt het toezicht van de Rijksdienst als gebrekkig: bij bijna tweederde van de slachterijen was er tijdens de keuring geen dierenarts aanwezig of was er slechts heel even een arts. Hieruit blijkt dat de wettelijke voorschriften door de RVV “in ernstige mate” worden genegeerd. “Dat verklaart ook waarom bij veel bedrijven waar onhygiënisch wordt gewerkt, geen acties worden ondernomen om de situatie te verbeteren.” De Hoofdinspectie vindt dat de RVV te weinig mensen in dienst heeft.
Twijfels
Het ministerie van landbouw, waaronder de RVV valt, vecht de resultaten van het onderzoek niet aan, maar trekt de conclusies in twijfel. “Alle tekortkomingen zijn op één hoop gegooid, zonder onderscheid te maken naar de ernst van de overtredingen. Het is in de slachterijen net als in elke gewone keuken: er gaat wel eens wat mis. Dat betekent niet dat het slecht is gesteld met de hygiëne.”
Iets dergelijks zegt ook het Produktschap voor vee en vlees. “Nergens blijkt dat er sprake zou zijn van gevaar voor de volksgezondheid. Het lijkt allemaal erger dan het is”, aldus een woordvoerder. Het ministerie van volksgezondheid ziet dat anders. “Het gaat er niet om of de volksgezondheid in gevaar is. Het gaat erom of er zo hygiënisch mogelijk wordt gewerkt.”
In het Stern-artikel moet vooral het slachtbedrijf Compaxo in Zevenaar het ontgelden. Het blad citeert rapporten die spreken van een “grote smeerboel, vuile tafels en botten op de vloer” en van “verontreinigingen met stront en gal”. Met voorgeschreven vleestesten wordt gesjoemeld. Stern maakt ook melding van de aantekeningen die een controleur in mei '91 maakte: “Een zwarte dag in de geschiedenis van de vleeskeuringsdienst Zevenaar. Compaxo begint ondanks onze waarschuwingen toch te vroeg te slachten; zo'n honderd varkens verdwijnen ongetest in de koelcel.”
De directeur van Compaxo bestrijdt deze verhalen en zegt dat ze afkomstig zijn van een uit Duitsland afkomstige ex-controleur die volgens het Produktschap een aantal jaren geleden bij de RVV is ontslagen. “Het lijkt op een strijd tussen Nederland en Duitsland.” Volgens de directeur werkt Compaxo conform de Nederlandse en Europese regelgeving. “Wij worden voortdurend gecontroleerd en volgen aanwijzingen van controleurs altijd op.” Het ministerie van volksgezondheid meldt dat de Hoofdinspectie in zijn rapport over 1994 schreef dat de hygiëne bij Compaxo verbeterd kan worden. De directeur zegt daarvan niet op de hoogte te zijn.
Onrust
Het rapport en het artikel in Stern kunnen tot onrust leiden in Duitsland. Nederland levert jaarlijks 400 000 ton varkensvlees, 50 000 ton rundvlees en 200 000 ton gevogelte aan de Duitsers; samen goed voor ongeveer tien procent van de Duitse vleesconsumptie. In deelstaten als Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen ligt dat percentage nog hoger.
Volgens het Produktschap nemen Nederlandse slachterijen qua hygiëne zeker geen uitzonderingspositie in. “De Duitse minister van landbouw heeft in 1993 strenge controle afgekondigd op de Duitse slachthuizen omdat er bedorven vlees werd verwerkt. Hij constateerde dat Duitsland internationaal achter liep. Dat heeft hij niet voor niets gezegd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.