*

 
dossier

Archief

De nieuwe grote drie volgens Huntington: het Westen, de islamitische wereld en China

ANDRE MEEUSEN − 03/10/97, 00:00

Samuel Huntington provoceert graag. In 1993 baarde hij internationaal opzien met zijn artikel 'The clash of civilizations?' (de botsing der beschavingen?) in Foreign Affairs. Onder het schrijven aan het gelijknamige boek is het vraagteken verdwenen. Twijfels over de toekomst van de wereld kent Huntington niet. Met het einde van de Koude Oorlog is de wereld ingrijpend veranderd. Daarom wil de vermaarde Harvard-politicoloog komen tot een nieuw paradigma, een nieuw model. Want voor wie serieus over de wereld nadenkt en daarin effectief wil handelen, is een uitgangspunt, een theorie, noodzakelijk.

In dit nieuwe tijdperk maakt de ideologische strijd plaats voor een 'botsing van beschavingen'. Huntington telt er zeven: de westerse, islamitische, Russisch-orthodoxe, Hindoestaanse, Latijns-Amerikaanse, Chinese en Japanse beschaving.

Beschavingen kenmerken zich door verschillende waarden, instituties en sociale structuren. Het belangrijkste bindende element is religie. Tussen landen binnen een beschaving bestaat groter onderling vertrouwen, wat een succesvolle economische en politieke samenwerking verge- makkelijkt: economics follows culture.

Huntington ziet de meest gewelddadige en frequente conflicten plaatsvinden op de 'breuklijnen' van beschavingen. Ze worden gevoed door culturele verschillen en wantrouwen. De gevolgen kunnen vérstrekkend zijn. Door de culturele dimensie bestaat het gevaar dat het conflict escaleert tot een 'botsing van beschavingen'.

Iemand die de wereld in een allesomvattende theorie wil vatten, stuit onherroepelijk op beperkingen. Huntington onderkent dat zijn wereldkaart een grote simplificatie is. Desondanks blijft zijn beschavingsbegrip het uitgangspunt. Je moet nu eenmaal kiezen, vindt hij. En daarmee op de koop toe nemen dat niet alles binnen het schema past.

Huntingtons paradigma leverde vooral een stortvloed aan misprijzende commentaren op. Het concept van beschavingen werd als een hersenspinsel afgewezen. Met graagte wijzen critici als Fouad Ajami op de grote overeenkomsten tussen Serviërs en Kroaten. Tussen hen loopt geen oude culturele breuklijn; ze spreken dezelfde taal en leven al eeuwenlang naast elkaar. Nederlandse columnisten als Wesseling en Heldring spraken van 'kletskoek over culturen'.

Het probleem is dat deze critici misschien wel gelijk hebben, maar het van grote delen van de wereldbevolking niet krijgen. Een feit is dat de Kroaten en Serviërs er in woord en daad anders over denken dan Fouad Ajami.

De verschillen tussen deze groepen mogen in werkelijkheid niet zo groot zijn, ze zochten wel wel massaal hun toevlucht tot nationalistische ideeën. Zelf zien ze kennelijk wél eeuwenoude patronen en breuklijnen. Ze voelen verbondenheid met heroïsche maar antieke voorgangers. Dat is een onverbiddelijke realiteit, die we niet zomaar in de schoenen van demagogische leiders mogen schuiven.

Huntington constateert dat religie de laatste jaren sterk aan betekenis wint. Hij schrijft dit toe aan ontwikkelingen op andere terreinen. Religieuze bewegingen hebben juist in moderniserende staten als Korea, Rusland, Algerije, en Egypte veel aanwas. Met het verdwijnen van oude sociale verbanden groeit de behoefte aan nieuwe, betekenis verlenende 'verhalen' en identiteiten. Die dynamiek wordt versterkt door de de mondialisering. Naarmate handel, communicatie en reismogelijkheden toenemen, groeit ook de wisselwerking tussen verschillende culturen. Hierdoor gaan mensen meer betekenis toekennen aan hun culturele identiteit.

Een andere stelling van Huntington is dat economische modernisering niet onverbrekelijk verbonden is met westerse waarden als vrijheid en gelijkheid. Aziatische landen koppelen hun economische succes aan 'Aziatische waarden'. Kraaien over de victorie van het liberalisme, zoals Francis Fukuyama deed, is een tikje voorbarig. Noties als hiërarchie, orde, autoriteit en collectiviteit blijven van belang, overigens niet omdat ze nu zo typisch Aziatisch zijn maar omdat er in bepaalde situaties behoefte aan is. Net als vrijheid en gelijkheid zijn het waarden met 'universele' aanspraken.

Hiermee is niet gezegd dat deze waarden in Aziatische landen dominant zijn en blijven. Kapitalisering van de economie betekent dat een groot terrein van de samenleving zich onttrekt aan de morele oordelen van religie. Daarnaast brengt economische groei de opkomst van een middenklasse met zich, waardoor zich buiten de staatscontrole een economische macht ontwikkelt. In een land als Singapore wordt de roep om meer individuele vrijheid steeds luider. Economische groei kan de basis leggen voor democratie en pluralisme. Overigens is Huntington de eerste om dit te onderkennen.

Hoewel Huntington zijn theorie met het maken van een zevenkoppige 'wereldkaart' in een makkelijk toegankelijk (en provocerend) jasje stak, blijven van zijn geopolitieke voorspellingen uiteindelijk maar drie belangrijke punten over. 'De gevaarlijkste botsingen van de toekomst', schrijft hij, 'zullen waarschijnlijk ontstaan vanuit de interactie van westerse arrogantie, islamitische intolerantie en Chinese assertiviteit.' (Japan, Rusland en India ziet hij als swing civilizations die in de nieuwe wereldorde niet van centrale betekenis zijn, maar wel van belang bij eventueel te vormen coalities tussen de Grote Drie).

De economische groei in Oost-Azië zal leiden tot een nieuwe machtsbalans. China's verschijning op het wereldtoneel zal onvergelijkbaar zijn met die van welke wereldmacht van de afgelopen vijfhonderd jaar dan ook.

Dit soort uitspraken probeert de Amerikaanse econoom Paul Krugman al jaren te relativeren. In zijn veelgeprezen 'Pop Internationalism' vergelijkt hij de angstvisioenen over de Aziatische opmars met de vrees voor de Sovjets in de jaren zestig. Ook daar bleek de economische groei een plafond te hebben.

Van wat hij de islamitische beschaving noemt, schetst Huntington een zo mogelijk nog onheilspellender beeld. De Islamic Resurgence (Islamitische Herleving) stelt hij in grootte gelijk aan de Franse, Amerikaanse en Russische Revoluties - vandaar de hoofdletters.

Hier neemt de uiteenzetting xenofobe vormen aan. De islamitische landen bezitten nauwelijks offensieve militaire kracht en islamitische eenheid is ver te zoeken. De Iraanse revolutie, jarenlang het voorbeeld voor fundamentalistische groeperingen, is op een desillusie uitgelopen. Het prestige van de geestelijken is tot onder het nulpunt gedaald; ze bleken in niets te verschillen van hun seculiere soortgenoten.

Daarom is wat Huntington beweert nog geen klinkklare onzin. In het Westen is men bang voor de Aziatische expansie en voor de intolerante islam. In Azië groeit het zelfvertrouwen en hekelt men, net als in de islamitische landen, de imperialistische arrogantie van het Westen. Het zijn angstbeelden die vooral spelen in de hoofden van mensen, maar dat maakt ze niet minder reëel en gevaarlijk.

De remedie tegen de aanstaande botsingen tussen beschavingen vond Huntington binnen zijn eigen theorie. Regionale samenwerking en overleg tussen de beschavingen moet de tegenstellingen verzachten. Net als in de Koude Oorlog kan er zo een stabiel veiligheidssysteem ontstaan. Dat paradigma's niet louter pacificerend werken had Huntington ook van de Koude Oorlog kunnen leren. De herinnering aan de 'duidelijkheid' van de bipolaire orde moet geen nostalgie wekken naar een periode waarin wederzijds antagonisme leidde tot een nucleaire wapenwedloop, de huiveringwekkende klopjacht van McCarthy en veldslagen in Korea, Vietnam en Afghanistan.

Huntingtons beleidsadviezen werken eenzelfde blikvernauwing in de hand. Zo pleit hij voor vorming van de Navo langs culturele scheidslijnen: een strategie die aanstuurt op een nieuwe Europese tweedeling, gebaseerd op het argument dat die al eeuwenlang bestaat. Zo worden zijn ideeën al snel tot een self-fulfilling prophecy.

In zijn hardnekkig streven naar een wereldomvattend paradigma slaat Huntington soms wat door. Waarom geen aandacht voor de historisch gewortelde conflicten tussen Perzen en Arabieren, Duitsers en Fransen of Walen en Vlamingen? Huntington heeft slechts oor voor de mooie woorden van Singapore's (ex-)premier Lee Kuan Yew over Aziatische waarden. Had hij geweten van het bestaan van Frits Bolkestein - met zijn enthousiasme voor christelijke waarden - dan had onze neoliberale landgenoot ongetwijfeld op een citaatje mogen rekenen. Huntington is waarschijnlijk ook de enige die de heilige-oorlogverklaring van Saddam Hoessein tijdens de Golfoorlog serieus heeft genomen.

mailIcon print |