*

 
dossier

Archief

Bolsward maakt zich op voor de volgende elfstedentocht

KEES DE VRE − 18/01/97, 00:00

De stadswandeling van ongeveer een uur door het centrum van Bolsward is te verkrijgen bij de VVV - tijdelijk gevestigd Marktplein 1, tel.: 0515-572727 - en kost 1 gulden, een plattegrond van het stadje kost ¿3,50. Bolsward heeft geen NS-station, maar is per bus bereikbaar vanuit Leeuwarden (40 min.), Harlingen (30 min.), Workum (25 min.) en Sneek (20 min.)

“Het was hier zaterdag stampvol en hartstikke gezellig, maar ik wou dat jullie toeristen ook eens op een ander moment Bolsward aandoen. Ik zie hier bijna nooit iemand van buiten”, klaagt de waardin van de Blauwpoort, een café aan de westrand van het centrum. Waarna een levendige discussie ontstaat tussen enkele stamgasten over de hoeveelheid toeristen die in de zomer dit vriendelijke Friese stadje aandoen. 'Veel te weinig' luidt de unanieme conclusie. Zelfs watersporters uit het daarom beroemde Sneek, op slechts 10 kilometer gelegen, mijden Bolsward. “Geen wonder, ze moeten zo'n veertig gulden aan bruggeld betalen om vanuit Sneek hier te komen”, waarop de waardin met instemmend gemompel van de stamgasten nog eens luid de lofbazuin steekt over haar woonplaats en alle redenen opsomt om die te bezoeken en vooral haar café daarbij niet te vergeten.

Net als Leeuwarden en Sneek ontstond Bolsward aan de oevers van de Middelzee, een inham van de Waddenzee die ooit ver in het Friese land stak. Het is daarom niet toevallig dat Bolsward sterke gelijkenis vertoont met de Westfriese Zuiderzeestadjes Hoorn, Enkhuizen en Medemblik.

De toren van de Martinikerk herinnert nog aan deze opkomstperiode in de Middeleeuwen. Voordat de kerk, een pseudo-basiliek, er tussen 1446 en 1466 tegenaan werd gebouwd diende de toren als vurig baken voor de scheepvaart.

De ligging aan de zee kwam Bolsward goed uit. De structuur van het platteland maakte het toenmalige Friesland ongeschikt voor de landbouw. Handel (wol vooral, het land was zeer geschikt voor schapenteelt) en scheepvaart vormden welkome alternatieve bronnen van inkomsten. Friese kooplieden kwamen tot in Duitsland (stroomgebied van de Rijn) Engeland (York) en Zweden (Stockholm) en er zijn zelfs in Bolsward geslagen munten in Rusland teruggevonden.

Evenals de machtige Martinikerk herinnert vooral het in renaissancestijl opgetrokken stadhuis aan de bloeiperiode van Bolsward. Hier begint ook de wandeling door het goed geconserveerde en geheel door een stadsgracht omgeven oude centrum. Iets oostelijk van het stadhuis - Bolsward verkreeg in 1455 vooral dankzij de beroemde redenaar pater Johannes Brugman zijn stadsrechten - bevindt zich de Broerekerk. Op 8 mei 1980 werd dit oudste gebouw van de stad getroffen door een enorme brand en is sindsdien niet meer dan een goed bewaarde ruïne. Goed te zien is dat de kerk, uit begin 14de eeuw, op een terp ligt. Dat geldt voor meerdere gebouwen in de stad, waaronder de Martinikerk en getuigt van de voortdurende strijd in Friesland tegen het water. Toen deze strijd een wat actiever karakter kreeg werd de terpbouw verlaten en bestreed men het water met dijken. Dat leidde in de loop van de 16de eeuw tot drooglegging van de Middelzee. Dat gegeven, de opkomst van de Hanze, de Noord-Duitse stedenbond en de onderwerping van het vrije Friesland aan de Spaanse koning Karel V maakte een eind aan de bloei van de Friese handelsmacht.

Weer oostelijk gelopen bereiken we de stadsgracht en slaan linksaf het Hoog Bolwerk op waar bij het tweede trappetje een fraai uitzicht wordt geboden op de (nu hervormde) Martinikerk, in Bolswards bloeiperiode de moederkerk van westelijk Friesland. Onder aan het trappetje passeren we een gedenksteen die aangeeft waar tot 1829 de joodse inwoners van Bolsward hun laatste rustplaats vinden.

Aan de noordkant van de kerk staat het standbeeld van de Friese dichter en taalgeleerde Gysbert Japicx (1603-1666), een andere beroemde zoon van Bolsward. Zijn geboortehuis bevindt zich achter het stadhuis en is in de wandelroute opgenomen. Momenteel wordt het pand verbouwd. De bedoeling is dat er het Gysbert Japicx-museum wordt gevestigd. Naar de bard is de belangrijkste Friese literatuurprijs vernoemd die eens in de twee jaar wordt uitgereikt.

Iets eerder aan dezelfde gracht valt de 'moderne' Franciscuskerk op. Deze van het stadsbeeld wat afwijkende kerk stamt uit 1934 en is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school. In de straat tegenover het Gysbert Japicx-huis, de Nieuwmarkt, komt u langs de oudste socïeteit van de stad 'de Doele'. Ga zeker even naar binnen. Het ziet er, in deze barre winterdagen, uitnodigend uit en de kaart is ruim voorzien. Verderop in de straat passeren we het Antonius Gasthuis, waar alleenstaande ouderen huisvesting wordt geboden. De Antoniusstichting is sinds de 15de eeuw op dit gebied actief.

Aan het eind van de Nieuwmarkt bij het doopsgezind kerkje uit 1809 rechtsaf de Skilwyk op waarna de stadsgracht aan de westrand van het centrum wordt bereikt. Linksaf de Stoombootkade op die op nummer 12 onderdak biedt aan misschien wel Bolswards beroemdste zoon: Sonnema Berenburg. Het zien van deze naam doet weer denken aan de tocht der tochten en de waardin van de Blauwpoort die bij het afscheid een welgemeend 'nou tot de volgende elfstedentocht' laat horen. Dit voorjaar welteverstaan als op Tweede Pinksterdag zo'n 15.000 fietsers in Bolsward starten voor een fietstocht van 200 kilometer langs elf Friese steden.

mailIcon print |