Simone Kramer: 'De tocht van de Argonauten', ill. Els van Egeraat, Ploegsma, 240 p, ¿ 52,50, vanaf 9 jaar; Leon Garfield & Edward Blishen: 'De god beneden de zee', vert. Nicolaas Matsier, Querido, 204 p, ¿ 34,90, vanaf 13 jaar.
De laatste jaren kreeg vooral de Odyssee aandacht. In 1994 verschenen twee bewerkingen: een door recensenten sterk bekritiseerde, maar bij kinderen zeer populaire door Evert Hartman: 'De vloek van Polyfemos', en een prachtige, even geestige als literaire van Imme Dros: 'Odysseus, een man van verhalen'. Een van oorsprong Tsjechische jeugdversie van de Ilias verscheen vorig jaar: 'Het beleg van Troje', in een vitale en stoere bewerking van Paul Biegel.
De nieuwverschenen bewerkingen bevatten beide vertelstof die over het algemeen vóór de Ilias en Odyssee gesitueerd wordt. En evenals de hierboven genoemde boeken vullen ze elkaar aan: 'De tocht van de Argonauten' biedt een uiterst toegankelijke eerste kennismaking met de Griekse mythologie, terwijl 'De god beneden de zee' veel meer lees- en levenservaring vergt, maar ook meer literair leesgenot biedt.
In 'De tocht van de Argonauten' is een aantal episoden uit de Griekse mythologie van ná de schepping van de mens gekozen, te beginnen met het verhaal van de goddeloze koning Lycaon die door Zeus in een wolf wordt veranderd.
De verhalen zijn veelal in thema's ondergebracht. Er is een cluster over de Hades, het dodenrijk, met bijvoorbeeld het verhaal over de ontvoering van Proserpina door Pluto, het vergeefse zwoegen van Sisiphus en de kwelling van Tantalus. Bekende liefdesverhalen zijn opgenomen, zoals dat van Pyramus en Thisbe, Narcissus en Echo, Amor en Psyche, en Pygmalion. En dan zijn er clusters over beroemde helden: Jason, die met zijn Argonauten op zoek ging naar het Gulden Vlies; Perseus, die het hoofd van Medusa moest roven; Hercules met zijn twaalf 'werken'; en Theseus, die de Minotaurus doodde in het Labyrint van Kreta.
Simone Kramer schreef de verhalen in een sobere, heldere taal zonder poespas of mooimakerij, waarin ze en passant, zonder dat het belerend overkomt, veel uitlegt, zoals wat een orakel en de Muzen waren. Soms wordt ze al te populair, bijvoorbeeld als ze Hercules laat verzuchten: “Het wordt tijd voor avontuur, ik moest maar eens een heldendaad gaan verrichten.” Voor jonge kinderen is dit publieksvriendelijke boek echter buitengewoon waardevol. Ze leren niet alleen spelenderwijs waar uitdrukkingen als 'tantaluskwelling', 'sisiphusarbeid', 'augiasstal' of 'argusogen' vandaan komen, maar ook hoe de echo ontstond en hoe het Atlasgebergte, de narcis en allerlei sterrenbeelden aan hun naam komen. De taal van de Griekse klassieken zullen ze er niet door proeven, maar wel de symbolen, begrippen en denkwereld ervan.
Illustratrice Els van Egeraat heeft met haar impressionistische aquarellen voor dit boek haar beste werk tot nu toe geleverd. Soms is ze vormzwak, maar haar kleurgebruik is genuanceerd en komt, mede door de hoge afdrukkwaliteit, stralend helder en transparant over.
'De god beneden de zee' van Leon Garfield en Edward Blishen is letterlijk en figuurlijk een ander verhaal, ook al zijn voor een klein deel dezelfde mythen als basis gebruikt. Staan in 'De tocht van de Argonauten' de mensen centraal, in 'De god beneden de zee' is de godenwereld begin- en eindpunt. Het perspectief ligt primair bij de mismaakte kunstenaar/smid Hephaestus. En naast Zeus en Hera komt ook het complexe karakter van Hermes goed uit de verf, de sluwe god van schone schijn, leugens en dromen, en diplomatiek boodschapper van de goden.
Het boek bestaat uit drie delen: 'Hoe de goden gemaakt werden', 'Hoe de mensen gemaakt werden' en 'Goden en mensen'. Maar het leest als één grote, jungleachtige nachtmerrie van elkaar aftroevende of op leven en dood bestrijdende wezens.
Een immens verschil met 'De tocht van de Argonauten' is het barokke taalgebruik: een voortdurende eruptie van waanzinnige beelden en apocalyptische energieën. Vooral de natuur wordt in al zijn oerkrachten getekend, alsof je naar een horrorfilm van ontstaan en vergaan van hemel en aarde zit te kijken. Dat levert schitterende, maar complexe zinnen op, zoals aan het slot, waar de smid Hephaestus door Zeus de lucht in geslingerd wordt: “Zo groot was het geweld waarmee hij geworpen was dat zijn pad door de hemel eerst omhoog ging voordat het begon te dalen, waardoor het leek of een groot graveur een vlammende boog in het hemelgewelf had geschetst met een gereedschap dat kronkelde en draaide terwijl het zich een weg brandde.” Alleen het tweede deel, over de schepping van de mens door Prometheus, is rustiger. Het is een schitterend en ontroerend verhaal, waarin Prometheus de mens kneedt uit klei en “de goddelijke substantie van Chaos waar alle dingen uit gemaakt zijn”, vol “stralende, onsterfelijke zaden gevangen als glimwormen in een zwart slingerweb”.
'De god beneden de zee' is veeleer een herschepping dan een navertelling, en wel één van een overstelpende taalrijkdom. Soms biedt het teveel van het bloemrijke; dan wordt de tekst ijdel in z'n literaire pretentie. Maar hoe dan ook indrukwekkend, niet het minst door de razendknappe, meewervelende en -kolkende vertaling van Nicolaas Matsier.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.