Van een medewerker AMSTERDAM - “Wat misbruikt die man het Oude Testament. Hij verminkt het. Hij voelt meer verwantschap met de sjamaan Zwart Hert dan met de profeet Jesaja.” Lenie van Reijendam-Beek, de vrijzinnig hervormde predikant uit Amsterdam die vorig jaar een tijdje heeft geprobeerd om zich in het atheïsme in te leven, vindt het moeilijk om enig begrip op te brengen voor het standpunt van de Duitse r.-k. theoloog en psychoanalyticus Eugen Drewermann. Van Reijendam discussieerde donderdagavond in Amsterdam met Johan Blaauw, remonstrants predikant en recensent en, die Drewermann wel bewondert.
Blaauw: “Drewermann vindt de traditionele manieren van bijbellezen niet bevredigend. Ze raken ons niet echt in onze existentiële worsteling. Veel van wat ons dagelijks leven beheerst, zoals angst, schuldgevoelens, seksualiteit en dood, komt daarbij nauwelijks aan bod op een manier waardoor we er werkelijk iets mee kunnen. Drewermann wil met zijn dieptepsychologische exegese antwoord geven op de oeroude angst die het menselijk bestaan beheerst, op angst voor bodemloosheid.”
Drewermann baseert zich op de psychologie van Jung, die het bestaan van collectieve oerbeelden in de diepte van de ziel veronderstelt. Deze beelden zijn universeel en krijgen vorm in mythen, sprookjes en dromen, en ook in de Bijbel. Drewermann hoopt met zijn leer een bijdrage te leveren aan zowel de theologie als de psychologie. Want de eerste spreekt zielloos over God, terwijl de laatste goddeloos over de ziel spreekt.
De uittocht uit Egypte is voor Drewermann een bevrijdingsverhaal dat zich in het leven van ieder mens herhaalt. Blaauw: “Het weerspiegelt onze ontwikkelingsfasen en innerlijke gevechten. Hoe maak ik me los van de farao, het symbool voor alles wat me tegenhoudt vrij te zijn? Ik begin met onderhandelen, totdat het een plaag wordt. Dan komt het moment om te vluchten. De strijdwagens van de farao, die de achtervolging inzetten, kun je zien als de vermomming van de dodelijke schuldgevoelens over de nieuw ingeslagen weg. Het is zaak door te zetten. Eindelijk bereik ik de Schelfzee: terug kan niet meer, voor me ligt de angst. De oversteek ervaar ik als een wonder, en aangekomen aan de andere kant denk ik dat ik er ben. Maar schijn bedriegt: ik sta nog maar aan het begin van een lange weg.”
Vreemdste resultaten
Van Reijendam was niet onder de indruk van deze uitleg. Ze had een ander voorbeeld van Drewermanns exegese. “Zijn psycho-analyse walst over alles heen en geeft de vreemdste resultaten. Neem het verhaal van het dochtertje van Jaïrus, het meisje dat opstond uit de dood: haar ziekte is volgens Drewermann dat haar vader haar niet kan loslaten. Ze is twaalf en ze zou al een vrouw moeten zijn, maar ze durft niet. Jezus pakt haar vast en ze staat op en vanaf dan is ze volwassen. En dan kan de vader haar kennelijk opeens wel loslaten? Als Drewermann me nu hoorde, zou hij zeker zeggen dat ik ook een dochtertje van Jaïrus ben.”
“In het Oude Testament staan de afschuwelijkste verhalen. Maar volgens Drewermann zijn die gelukkig niet zo bedoeld. Als God ze zou lezen, zou hij verzuchten: 'Ach Eugen, zo hoef ik heus niet goedgepraat te worden'. De archeologie heeft uitgewezen dat er helemaal niet zoveel geweld is gebruikt. Waarom wordt het dan wel zo verteld? Daar heeft Drewermann geen goed antwoord op. Het zit natuurlijk zo: het zijn verhalen vol zelfkritiek van mensen die proberen te reconstrueren waarom het zo slecht met hen is afgelopen.”
Van Reijendam verwijt Drewermann niet alleen slechte bijbeluitleg en simplistische psychologie, maar ook ernstiger zaken. “Het heil is bij hem helemaal geïnternaliseerd. Hij speelt alles op de ene dieptepsychologische kaart van de existentiële angst, waarvan het individu verlost moet worden. Onze psychoanalyticus lijdt aan bedrijfsblindheid. De geschiedenis van Israël is juist een geschiedenis van samenleven en verlossing. Drewermann praat altijd heel minachtend over het volksdenken van de joden. Profeten zijn voor hem eenlingen. Maar als de eenzame Jeremia het over 'ik' heeft, spreekt hij vanuit een liturgisch ik, namens heel Israël.”
Van Reijendam legt de nadruk op verlossing uit onderdrukkende machtsstructuren. “Want hoe kan het individu verlost worden in een onrechtvaardige samenleving? Drewermann heeft zich dat nooit afgevraagd. Maar als hij Amsterdams priester was, zou hij zich niet kunnen ontrekken aan de vraag naar de wenselijkheid van een nieuwe Noord-Zuid-verbinding.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.