*

 
dossier

Archief

'Natuurlijk ben ik optimistisch, ik móét wel optimistisch zijn'

ANDREA BOSMAN − 09/12/97, 00:00

Ongeveer vanaf het moment dat Busi Mhlongo enkele weken geleden in Nederland arriveerde stonden de kranten hier bol met verhalen over het verhoor van Winnie Mandela voor de Waarheidscommissie in Zuid Afrika, de belastende verklaringen die tegen haar zijn afgelegd en haar complete weigering ook maar iets van de beschuldigingen toe te geven.

Mhlongo, die zelf eind jaren zestig het apartheidsregime ontvluchtte en jarenlang in Nederland woonde, lijkt zowaar bijna 'waarheids- en verzoenings'-moe. “Iedereen vraagt me hier steeds maar over Winnie, Winnie en nog eens Winnie. Ik wil er niets meer over horen, het zijn toch allemaal verhalen die we al kennen die daar voor de commissie verteld worden?”

Ze gromt, praat, roept, fluistert, lacht, zwijgt vanachter haar zonnebril, wisselt permanent van rol. Maar vooral dit: Busi Mhlongo is één onophoudelijke beweging. Ze spreidt haar armen uit, laat zich dan weer bijna languit op de bank vallen, duikt half onder tafel, buigt voorover, duwt je pen weg, staat op, slaat een vuist op tafel en wil om de paar minuten je hand schudden om haar uitspraken te bezegelen. En Busi is nog maar net wakker.

Wie Busi Mhlongo ooit heeft zien optreden weet waar haar bewegingsdrift het beste tot zijn recht komt: op het podium waar ze, afgezien van haar krachtige stem, steevast op blote voeten haar fenomenale danskunst laat zien. De Zuid Afrikaanse staat vanavond en morgen voor het laatst met de negen andere zangeressen van de gelegenheidsformatie 'Female Factory' in Carré in Amsterdam.

Morgen, op 10 december, is het precies 49 jaar geleden dat het Verdrag voor de Rechten van de Mens werd getekend: de reden dat Leoni Jansen (Zuid-Holland) en Adelheid Roosen (Achterhoek) het internationale gezelschap van zangeressen uit onder meer Oezbekistan, Bulgarije, Brazilië, Congo en Texas onder de naam 'Female Factory' bij elkaar brachten. Dat mensen nieuwsgierig worden naar elkaars cultuur, een muzikaal feest in 'etno-crossover'-klanken - traditionele roots vermengd met hedendaagse popmuziek - om de verjaardag van het verdrag te vieren, veel dieper pretenderen Roosen en Jansen met hun vrouwenfabriek niet te gaan.

Goed, vooral een viering dus, want de verrichtingen van de 'Female Factory' ogen - zonder iets af te willen doen aan de zangkwaliteiten van alle dames - op het eerste gezicht een beetje braaf: kleurig geklede vrouwen uit alle windstreken die elkaar op het podium omhelzen en toelachen en een enorm gevoel van onderlinge verbondenheid uitstralen. De vraag wat het concert feitelijk dan nog met mensenrechten te maken heeft - zoals de recensent van deze krant zich afvroeg - wekt de ergernis van Mhlongo. “Het is zó makkelijk om een concert als dit op die manier af te doen. Niemand vraagt zich af wat die artiesten hebben moeten doen om daar te kunnen staan, niemand heeft het over de artiest als individu, wat zijn rechten zijn, iedereen vindt het maar vanzelfsprekend. Terwijl het vaak een strijd is. In Zuid-Afrika kunnen wij als artiesten nog steeds niet behoorlijk werken omdat alles zo slecht georganiseerd is. Zuid-Afrika heeft altijd kunst en cultuur uit andere landen gestimuleerd in plaats van naar de eigen artiesten te kijken. En als je nu naar de radio luistert hoor je nog steeds 75 procent buitenlandse artiesten. Dat zou natuurlijk andersom moeten zijn, we blijven ervoor vechten.”

Mhlongo vindt het zonder enig voorbehoud fantastisch om een keer alleen maar met vrouwen te werken. “Ik heb dat nog nooit eerder gedaan. Normaal gesproken speel ik met mijn band Twasa, dat zijn alleen maar mannen. Ik leer hier vreselijk veel van. We zijn gelijkwaardig maar tegelijkertijd, hoe leg ik dat uit, een club vrouwelijke oorlogsvoerders bij elkaar. Er is veel vuur.”

Terug naar het 'nieuwe' Zuid Afrika, naar Mhlongo's schijnbaar ambivalente houding ten opzichte van de methode die gekozen is om het verleden te verwerken: de Waarheidscommissie. “Natuurlijk ben ik optimistisch, ik móet wel optimistisch zijn, Mandela is gekomen om ons die vrijheid te geven. Niet dat alles nu in orde is, maar we hebben nu in ieder geval de keuze. Ik kan, als ik me dat kan veroorloven, vertrekken en weer terugkomen, we vermengen ons nu meer dan voorheen, wij genieten nog steeds van hele simpele dingen die voor anderen heel gewoon geworden zijn.”

En dan cynisch: “Die waarheidscommissie is uniek in de wereld. Heb jij ooit van een ander land gehoord waar ze zoiets bedacht hebben? Dat is toch fantastisch? Dat het genoeg is als iemand zegt: Ik heb je ouders, je broers en je zusters vermoord maar ik heb er spijt van? Ik denk dat het heel makkelijk is om te zeggen: vergeef me. Hoe weet je zeker dat iemand het nooit meer zal doen?”

In haar muziek - een mengeling van allerlei Zuid Afrikaanse stijlen als Mbaqanga, funk en township-jive, Kwela en traditionele Zulu-muziek - heeft Mhlongo altijd de strijd tegen de apartheid en tegen onderdruking in het algemeen aangebonden en uitgedragen: een van de redenen dat ze een tijd lang in Portugal, Londen, en ook in Nederland woonde. Die strijd gaat ze nog steeds aan, maar tegelijkertijd spreekt er een andere ondertoon uit haar verhalen. “I'm tired, I'm tired, I'm tired!”, herhaalt ze een paar keer bezwerend, zodra het gesprek weer over mensenrechten, de redenen van haar vertrek in 1969 en de toekomst van Zuid-Afrika gaat. “Dit moet allemaal maar eens over zijn, zodat we allemaal gewóón zouden kunnen beginnen met leven, genieten van alles om ons heen. Ik heb vrienden verloren, familie verloren, ik heb hier en daar en daar moeten wonen, ik ben het beu, ik ben moe.”

Sinds ze eind jaren tachtig terugkeerde naar Zuid-Afrika woont Busi Mhlongo weer in Kwazulu Natal, waar ze ook opgroeide. Het betekende ook in muzikaal opzicht een terugkeer naar haar roots. “Vroeger moest ik altijd opletten niet te veel traditionele stijlen in mijn muziek te verwerken als ik wilde optreden. Nu ben ik bezig met een cd waarin ik Maskando-muziek heb opgenomen: verhalende liederen die traditioneel alleen door mannen gezongen worden, door mijnwerkers in Natal, alleen begeleid door een gitaar. Ik vind het een uitdaging om daar doorheen te breken, om die patronen te verscheuren”, en om haar woorden kracht bij te zetten verscheurt ze het papiertje dat om het theezakje zat.

En dan: “Je moet het eigenlijk zo zien: In Zuid-Afrika komen we vanuit de duisternis naar het licht. Dat kan verblindend zijn. Als je steeds maar duisternis om je heen gewend bent is het moeilijk om zelf niet alleen maar duister te denken. Een jongen die opgroeit met geweld en marteling, hoe kan die ooit aan iets anders wennen? We moeten gewend raken aan het licht, als het op dit aardse leven aankomt zijn wij in Zuid-Afrika nog steeds aan het kruipen, we zijn net baby's, de baby's van de wereld.”

mailIcon print |