TEL AVIV - In het grote winkelcentrum in hartje Tel Aviv stond vrijdag - de winkeldag van de Israëliërs - een grote stembus. Een plakkaat verhelderde waar het om ging: Moet premier Benjamin Netanjahoe wel of niet deelnemen aan de herdenkingsbijeenkomst voor Jitschak Rabin? De uitslag van de peiling, georganiseerd door een lokale krant, wordt donderdag bekend gemaakt. Die dag is het ook precies een jaar geleden dat Rabin werd vermoord.
Mochten er toen stemmen hebben geklonken dat zijn dood de Israëliërs zou verenigen, een jaar later zijn de tegenstellingen nog even groot, zo niet groter. Alleen al de herdenking van de vermoorde premier heeft tot felle discussies geleid. Zo zou de familie van Rabin er eigenlijk niets voor voelen dat juist premier Netanjahoe en president Weizman een vooraanstaande rol spelen bij de herdenking. Vlak na de moord weigerde Lea Rabin Netanjahoe, toen nog oppositieleider, de hand te schudden vanwege zijn aandeel in de opruierige stemming tegen haar man die volgens haar tot de moord had geleid.
Ook Weizman, de president, had afgedaan. Zijn weinig kiese rede aan het graf van Rabin waarin hij slechts had weten te vermelden dat hij best eens op Rabins lange tenen had gestaan, maar dat ze toch wel gezellig een glaasje hadden gedronken, had voor de nabestaanden de deur dicht gedaan. Het was toch al nooit meer echt goed gekomen tussen Rabin en Weizman, nadat de laatste ooit Rabins klim naar de top had proberen te voorkomen door te onthullen dat Rabin als opperbevelhebber aan de vooravond van de oorlog van 1967 een zenuwinzinking had gehad, en niet - zoals Rabin altijd had beweerd - een onschuldige nicotinevergiftiging.
Maar aangezien de herdenking van Rabin niet slechts een familie-aangelegenheid is en Netajahoe als premier en Weizman als president de staat vertegenwoordigen, was het tenslotte ook de familie duidelijk dat die twee niet konden ontbreken bij de nationale herdenking aanstaande donderdag. De vraag is nu nog of Netanjahoe ook uitgenodigd moet worden voor de grote herdenkingsbijeenkomst die zal plaatsvinden op het plein in Tel Aviv waar Rabin na de vredesdemonstratie werd vermoord. Daar heeft Netanjahoe niks te zoeken, vinden zijn tegenstanders. Daar moet hij bij zijn als premier, als symbool van de eenheid van het volk, vinden zijn aanhangers.
Toen het onderwerp onlangs ter discussie kwam in een politieke talkshow, gingen de deelnemers elkaar zowat te lijf. Het programma dreigde geheel uit de hand te lopen toen een vertegenwoordiger van rechts in het vuur van de strijd de stelling poneerde dat zowel links als rechts schuld hadden aan de moord op Rabin. “Wat, jullie hebben de schuld en die willen jullie nu ons in de schoenen schuiven!”, gilde het parlementslid van links. Want de moord op Rabin is en blijft ook in dat opzicht een explosief onderwerp, waarbij links rechts ervan beschuldigt nog altijd niet de hand in eigen boezem te hebben gestoken. Die kans krijgen zelfs de wat gematigder vertegenwoordigers van het rechtse en religieuze kamp ook niet echt, want toen verleden week religieuze jongeren voorstelden om op de herdenkingsdag te vasten ten teken van rouw, kregen ze alsnog de wind van voren: “Eerst hebben jullie hem vermoord en nu eigenen jullie je ook nog eens zijn herdenking toe door een religieus karakter aan de dag te geven!”
De krant Ma'ariv kwam deze week al met een eigen opinie-onderzoek. De conclusie: een jaar na de moord is bijna alles als vanouds. Het volk erkent het verlies en mist Rabin. Maar liefst 79 procent van de ondervraagden zei dat het verlies van Rabin vandaag de dag een gemis is voor de staat, 59 procent zei hem persoonlijk te missen. Van de aanhangers van de Arbeiderspartij vond 44 procent dat Netanjahoe medeverantwoordelijk was voor de opruiïng die vooraf ging aan de moord. 95 procent van Likoed-stemmers vond daarentegen dat hun leider geen enkele blaam treft.
Interessanter is dat wat de Israëliërs verleden jaar voor onmogelijk hielden, nu zeer wel mogelijk wordt gevonden: een meerderheid sluit niet uit dat in de toekomst weer iemand een moord op een Israëlische leider zal plegen. Dat laatste is ook het uitgangspunt van de Sjien Beet, de Israëlische veiligheidsdienst. “De volgende moordenaar loopt al rond”, luidt de werkhypothese van de dienst en dat verklaart ook de enorme veiligheidsmaatregelen rond Netanjahoe.
Feit is dat zeker in de marge van de samenleving Jigal Amir, de moordenaar van Rabin, slechts geprezen en aanbeden wordt. Hij, als ook zijn ouders ontvangen regelmatig fanmail. En dan zijn er natuurlijk de complottheorieën die Amir vrijpleiten. De televisie toonde dit weekeinde opnamen van lieden die lezingen geven waarin ze omstandig 'bewijzen' dat niet Jigal Amir maar de Israëlische veiligheidsdienst Rabin zou hebben doodgeschoten en zelfs dat Rabin zich zou hebben laten doodschieten.
In Jeruzalem kwam dit weekeinde al de grote stroom bezoekers op gang bij het graf van Rabin. Honderden Israëliërs, gezinnen met kinderen arriveerden van heinde en ver, legden er bloemen neer en eigengemaakte versjes. Het riep de beelden in herinnering van de rouwende jeugd die vlak na de moord bezit nam van het plein.
In datzelfde Jeruzalem werden dit weekeinde de aankondigingen van de herdenking voor Rabin openlijk overgeplakt door activisten van ultra-rechts die er hùn aankondigingen ophingen over de komende herdenking voor de fascistische rabbijn Kahane. Het was een vergissing om te denken dat de moord op Rabin Israël zou veranderen, concludeerde Tom Segev, historicus en columnist van de krant Ha'arets. “Het land is niet veranderd. Dezelfde samenleving, nog even verdeeld, staat voor dezelfde problemen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.