*

 
dossier

Archief

Opticiëns blij met vergrijzing van bevolking

PETER VAN LAKERVELD − 13/05/95, 00:00

AMSTERDAM - Goed beschouwd komt het op een wat ongelukkig tijdstip. Het Vendex-concern neemt een belang van een derde in de opticiënketen van Hans Anders met een optie van nog eens een derde van de aandelen. Maar de optiekbranche in haar geheel beleeft een duidelijke inzinking.

In de eerste drie maanden van dit jaar liggen de omzetten een procent of tien onder die van het eerste kwartaal van 1994 en dat komt niet door lagere prijzen. Er zijn gewoon minder brillen en contactlenzen verkocht, zegt adjunct-secretaris W. H. de Boer van de Nederlandse unie van optiekbedrijven (Nuvo). Hij ziet de aarzeling van de kopers in het verlengde van wat er elders in de detailhandel gebeurt: de food-sector doet het heel behoorlijk, maar de bestedingen aan duurzame consumptiegoederen staan al een klein jaar onder druk.

Toch zijn De Boer en Nuvo-secretaris A. J. van Hoof niet pessimistisch. De omzet zal wel weer aantrekken en de meeste optiekbedrijven vallen bepaald niet om als het eens een jaar minder goed gaat. Daar komt nog bij dat de demografische ontwikkelingen op de lange termijn gunstig zijn voor de bedrijfstak. Nederland vergrijst wat betekent dat meer mensen 'gezichtshulpmiddelen' nodig hebben.

Gebruikten in 1990 nog 7,3 miljoen mensen al dan niet permanent een bril of lenzen, volgens schattingen van het Economisch instituut voor het midden- en kleinbedrijf (EIM) zijn dat er in het jaar 2000 8,2 miljoen en in 2010 zelfs 8,9 miljoen.

Zonder perspectief lijkt de investering van Vendex in Hans Anders dus niet. Voor het winkel- en dienstenconcern is het trouwens een weerzien met het optiekbedrijf want ooit maakte Rinck Opticiens deel uit van Vendex. De Rinck-keten is inmiddels onderdeel van Hans Anders en maakt via die weg zijn rentree in het oude moederbedrijf.

Hans Anders is met 154 vestigingen plus de 36 Rinck-zaken en de 18 filialen van Webro het grootste optiekbedrijf. De omzet - 115 miljoen - is goed voor ongeveer tien procent van de hele Nederlandse optiekbranche. Nummer twee in de rij is Pearl, dat vroeger aan de weg timmerde als 'Brilmij', maar dat zich enige jaren geleden conformeerde aan de naam die ook in andere landen - ondermeer België en Engeland - gebruikt werd. Pearl is eigendom van de gelijknamige Amerikaanse onderneming en telt in Nederland over de honderd winkels. Ruwweg de helft daarvan zijn eigendom van Pearl, de andere filialen worden geëxploiteerd voor rekening van franchisenemers. Het derde bedrijf in de bedrijfstak is Groeneveld opticiëns met meer dan vijftig zaken.

Volgens De Boer neemt het aandeel van de grote filiaalketens toe, handhaven de regionale ketens (met vaak vijf à tien vestigingen) zich en loopt het aantal geheel zelfstandigen met één winkel wat terug.

Echt spectaculair zijn de verschuivingen echter niet. Want anders dan in bijvoorbeeld de kleine zelfstandige in de levensmiddelenbranche, doet de gemiddelde onafhankelijke opticiën het redelijk goed en kan hij zich handhaven.

Toch is de hemel niet onbewolkt. Nog deze maand behandelt de Tweede Kamer de veel besproken vestigingswetgeving, die als het aan minister Wijers van economische zaken ligt, drastisch moet worden versimpeld. De voorstellen zijn overigens grotendeels nog afkomstig van zijn voorganger Andriessen. Vakdiploma's zijn in vrijwel geen enkele bedrijfstak meer vereist om een winkel te beginnen, ook niet in de optiekbranche. Hoewel de hoogste diploma's voor optometrist (oogmeter) in Nederland een HBO-niveau hebben, kan iedereen met een algemeen vestigingsdiploma een brillenwinkel beginnen, als de voorstellen worden aangenomen.

Nuvo-secretaris Van Hoof vraagt zich af of dit niet strijdig is met de belangen van de volksgezondheid. Vooral het aanmeten van contactlenzen is een bezigheid die niet aan ondeskundigen kan worden overgelaten. Opmerkingen dat filiaalbedrijven in de toekomst gebruik kunnen maken van de mogelijkheid ongediplomeerden in winkels te plaatsen, neemt Van Hoof niet voor zijn rekening, maar hij spreekt die bewering ook niet tegen.

De gewenste deskundigheid bij het aanmeten van contactlenzen is voor Van Hoof des te meer gewenst, omdat Nederland een echt lenzenland is. Misschien omdat de lenzen hier eerder zijn ingeburgerd dan in andere landen, zeker weet van Hoof het niet. Maar volgens EIM-marktverkenningen van enige jaren geleden droeg zeventien procent van de mensen die een oogcorrectie gebruiken, lenzen. Dat percentage wordt in geen enkel Europees land geëvenaard en alleen in de Verenigde Staten overschreden.

Deskundige oogmeting is volgens de Nuvo ook belangrijk, omdat deze activiteit in toenemende mate door opticiëns/optometristen wordt verricht. Werd de bril- of lenssterkte twintig jaar geleden nog in zeventig procent van de gevallen door de oogarts bepaald, vandaag nemen de opticiëns zeventig procent voor hun rekening. Een van de redenen is, dat een afspraak bij een oogarts maanden tevoren moet worden gemaakt. Van Hoof vindt trouwens, dat bij de huidige tarieven de oogarts eigenlijk geen tijd heeft voor gewone oogmetingen.

Dat doen de opticiëns/optometristen dus. Doorgaans zonder de klant daarvoor extra kosten te berekenen; hun winstmarge halen ze uit de glazen en de monturen. Die allemaal uit het buitenland worden geïmporteerd, uit Duitsland, Italië of het Verre Oosten. Want een eigen brillenfabriek heeft Nederland al jaren niet meer.

mailIcon print |