DEN HAAG - Procureur-generaal Arthur Docters van Leeuwen moest het gisternacht van een kattenbelletje oplezen: “Het gezag van de minister van justitie staat voor ons voorop.” Zo maar uit z'n hoofd was die ontboezeming er kennelijk niet spontaan uitgekomen. Docters kon niet anders. De muiterij was neergeslagen.
Het moet nét iets te vaak worden bevestigd, de ministeriële macht van Sorgdrager. Donderdagavond dreigde één van Docters kompanen, procureur-generaal (PG) Dato Steenhuis zelfs met de kort-gedingrechter als de minister zou blijven bij haar weigering het rapport-Dolman (naar de mogelijke belangenverstrengeling van de PG uit het noordelijke ressort) nog twee dagen geheim te houden. De PG's wensten een leespauze.
Steenhuis' dreiging met juridische stappen had de steun van zijn collega's. Naast Docters van Leeuwen zijn dat de pas benoemde J. A. Blok (Den Bosch) en C. Ficq (Amsterdam). Arnhem heeft een vacature.
Het was klaarblijkelijk niet aan de minister om te bepalen wanneer zij de Kamer wenste te informeren. Dolman zou Steenhuis een uitstel van 48 uur hebben toegezegd. Toen duidelijk werd dat Sorgdrager andere plannen had, brak de rebellie uit in de top van het openbaar ministerie.
Het is het zoveelste wapenfeit in een reeks schermutselingen tussen Sorgdrager en de top van het OM. Eigenlijk is het hommeles sinds het kabinet eind 1994 de toenmalige chef van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, Docters van Leeuwen, benoemde tot procureur-generaal in het ressort Den Haag én voorzitter van het college van procureurs-generaal.
Sorgdrager haalde met hem een zwaargewicht in huis, door vriend en vijand omschreven als een begaafd denker en knap organisator. Maar óók als 'een spijkerharde provocateur' een autoritaire drammer, die eenmaal ingenomen standpunten moeilijk kon verlaten. Hij paste goed in Sorgdragers straatje, omdat zij immers streefde naar een hiërarchischer organisatie van het OM.
Sinds Docters' aantreden was het gedaan met de rust binnen de leiding van het openbaar ministerie. Tot dan hadden de bazen van het OM zich nogal pijnlijk afzijdig gehouden van politie en officieren van justitie, die met gewaagde opsporingsmethoden de criminaliteit te lijf gingen.
Het college kreeg als opdracht leiding te geven aan de parketten bij de 19 rechtbanken en de 5 gerechtshoven. Docters zou in Sorgdragers visie een beslissende stem krijgen in het college PG's. Daar was de Kamer niet blij mee. De coalitiepartijen vreesden dat de voorzitter te veel macht zou krijgen. Een jaar later gaf Sorgdrager de Kamer gelijk. Docters kreeg 'een geprofileerde functie' waar hij de absolute macht moest ontberen.
Zich profileren deed de 'super-PG'. Begin '96 deed hij van zich spreken door kritiek te leveren op de politie, die zwakke rechercheurs zou zetten op grote onderzoeken. De PG hekelde ook korpschefs en -beheerders, die de uitkomsten van de parlementaire enquête naar de opsporingsmethoden bagatelliseerden. Sorgdrager gaf hem net geen spreekverbod, maar vroeg hem dringend voortaan met haar te overleggen als hij zich publiekelijk wilde uitlaten over justitie- en politiezaken.
Toen kort daarna Sorgdrager met haar wetsontwerp kwam voor een reorganisatie van het OM, was de boot aan. Daarin stelde zij haar invloed op het openbaar ministerie veilig. Ze eiste de bevoegdheid om het OM aanwijzingen te geven over het opsporings- en vervolgingsbeleid.
Dat ging de PG's te ver. Volgens Docters zou het OM te afhankelijk worden van de politiek. Een opvatting die ook bij de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak leefde. Het conflict liep hoog op, zo hoog, dat Sorgdrager in november 1996 zich in de Kamer moest verweren tegen kritiek dat zij onvoldoende greep had op haar justitie-apparaat. De minister gaf Docters te verstaan dat hij in het openbaar geen kritiek meer mocht leveren op haar beleid. Toen zij als compromis voorstelde om bij een eventuele ministeriële aanwijzing eerst advies te vragen aan het college, ging Docters alsnog overstag.
Het wetsontwerp wordt binnenkort in de Kamer behandeld. Er zijn er nog steeds die hun hart vasthouden. Zoals kantonrechter J. R. Krol uit Utrecht, die 15 jaar officier van justitie was. Hij zei in mei '96 dat Docters als aanvoerder ongeschikt is, omdat hij het OM behandelt als een bataljon van generaal Van Heutz. De top van het OM is volgens hem verworden tot een Oost-Europees politbureau. De reorganisatie van het OM zal op een ramp uitlopen, verwacht Krol.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.