*

 
dossier

Archief

ANNE THILY - Belgiës meest gehate magistraat

FRANK KOOLS − 09/05/98, 00:00

Het communiqué hangt waarschijnlijk uitvergroot in een vergulde lijst pal tegenover het bureau van Anne Thily in het Luikse paleis van justitie. Daarin spreken haar magistraten publiekelijk hun steun uit aan haar, hun hoogste baas. Madame de procureur-generaal moet beslist geen ontslag nemen, schrijven zij. Ze doet het goed.

Eind vorige maand werd het communiqué verspreid. Een opkikker die Thily kan gebruiken. Want als zij uit het raam naar het bordes voor het paleis kijkt, ziet zij een twintigtal mensen posten. Leden van witte comités, groepjes die spontaan door heel België ontstonden naar aanleiding van het onderling geruzie de blunders van justitie en politie bij de verdwijningen van kinderen. In het groepje de opa van Julie Lejeune, het meisje dat samen met haar vriendinnetje Melissa Ruso door Marc Dutroux werd ontvoerd en vermoord.

De betogers hebben een tent opgezet, want ze willen desnoods weken op de trappen blijven posten om hun doel te bereiken. De groep draagt de veelzeggende naam 'Steuncomité voor het ontslag van Anne Thily'.

Voor hen is de Luikse magistraat de verpersoonlijking van alles wat er mis is bij de Belgische justitie. Ze zou voor politieke vrienden de wet aan de kant zetten, zaken in de doofpot stoppen. In de zaak Dutroux zou ze zich enkel bezig houden met het bevechten van de populaire onderzoekers Connerotte en Bourlert. Op de koop toe is vijand nummer één ontsnapt uit het justitiepaleis van Neufchauteau, dat onder Thily valt.

Dat heeft intussen hulp gekregen van hogerhand. In het parlement klinkt de roep om het vertrek van madame. Achter de schermen zet de regering haar onder druk. Na het opstappen van twee ministers van justitie vanwege de ontsnapping en het heengaan van het opperhoofd van de rijkswacht, mist zij nog een grote scalp bij de magistratuur. Geen zo gewild als die van Thily.

Ze is de meeste gehate magistraat van België, voorwaar geen geringe prestatie. Want Anne Thily bekleedt amper twee jaar haar hoge functie. En dat terwijl haar eerste optreden zo veelbelovend was. Snel liet zij twee belangrijke collega's oppakken. De één zou jarenlang smeergeld hebben aangepakt. De ander zou een oude vrouw vermoord hebben om haar spaarcentjes. Eindelijk ruimt iemand die Luikse Augiasstallen eens op, zeiden velen. Het stonk er wel heel erg naar corruptie.

Maar al gauw ging het fout. Thily liet zich voor het karretje spannen van haar politieke patroons. Niet verwonderlijk, want de nu 59-jarige magistraat heeft, afgezien van enkele jaren bij de rechtenfaculteit van Luik in het begin van haar carrière, steeds op het paleis gewerkt. Dat houdt in geregeld je partijkaart van de almachtige Parti Socialiste trekken.

Op voordracht van Andre Cools, de absolute peetvader van de verlopen Waalse industriestad, kreeg Thily daar haar eerste baan. Ze maakte promotie dankzij hem. Politieke benoemingen waren in België zeker in die tijd de normaalste zaak van de wereld. Bijtijds - nog voor de moord op Cools in 1991 - wisselde Thily van peetvader. Haar nieuwe don heette José Happart, de beruchte Vlamingenvreter, ooit afgezet als de burgemeester van Voeren, omdat hij weigerde Nederlands te praten. Nu zit hij in het Europees Parlement.

Met deze in Luik zeer populaire Voerenaar ging Thily zeer vetrouwelijk om. De Happartisten vierden openlijk feest toen Thily werd benoemd: een van ons zit aan de top van justitie - wie doet ons nog wat.

Door alle opschudding rond Dutroux kwam na jaren van stilstand ook de zaak Cools aan het rollen. Een hele reeks verdachten werd gevat, met als prominenste de Luikse socialistische oud-minister Alain Van der Biest. Happart besloot 'zijn' Anne een dienst voor 'notre ami Alain' te vragen. Enkele maanden na de arrestatie belde Happart met haar. Die man is onschuldig, hij moet vrij, zei hij. “Anders pleegt hij zelfmoord.” Drie dagen later wandelde Van der Biest de gevangenis uit.

In de maanden daarna bleef Happart het onderzoek frustreren. Nota bene samen met Van der Biest zou hij andere verdachten bij de zaak hebben bezocht. Thily deed niets. Een paar collega's werd het te gortig. Ze beschuldigden haar klip en klaar van 'manoevres' in de zaak en van vriendespolitiek. Het onderzoek in Luik zit intussen weer helemaal vast.

Belangrijker in het oog van de Belgen nog was dat Thily ruzie maakte met de twee gedreven onderzoeksrechters in Neufchateau: Connerotte en Bourlet. Een ruzie die ontaardde in heuse oorlog. Waar maar kon probeerde Thily de twee de voet dwars te zetten.

In die dagen leerde televisie-kijkend België Thily kennen tijdens de verhoren van de commissie-Dutroux. Die kritiseerde haar fel voor alles wat er onder haar bewind en dat van voorganger fout ging in Luik. Ze reageerde stuurs, hoekig en uit de hoogte: ze was immers voor het leven benoemd, wie deed haar wat. Voor het oog van de camera's veegde ze de commissie de mantel uit. Geregeld wierp ze het hoofd in de nek en snoof minachtend. De verzamelde persmuskieten sloeg ze van zich af.

Ze zag haar kans tegen Connerotte schoon toen die op een feestje voor een meisje dat hij uit Dutroux' kelder had gered, een bordje spaghetti at en een vulpen accepteerde. Hij was daarmee partijdig. Zij haalde hem van de Dutroux-zaak af. De volkswoede daarover leidde tot de massale witte mars. Maar het zogeheten spaghetti-arrest bleef van kracht. Wel mocht Bourlet de zaak-Dutroux blijven doen.

Dat Thily niet vergeet en nog minder vergeeft, blijkt volgens het steuncomité uit het onderzoek naar Dutroux' ontsnapping. Wie krijgt de schuld? Connerotte. Wie stelde een van de twee rapporten op? Juist, Thily. Hoe kan dat, vragen de betogers zich vertwijfeld af. Madame is in deze zaak zowel rechter als partij.

De nieuwe minister van justitie, T. van Parijs, zei deze week in het parlement dat hij Thily om een nader onderzoek zou vragen. Maar Van Parijs moest toegeven dat Thily bij de spectaculiare ontsnapping persoonlijk niets viel aan te wrijven. “Maar niets belet haar intussen om een ethische verantwoordelijkheid op zich te nemen”, verklaarde hij hoopvol. Na die zin leek de minister even het hoofd op te tillen. Hoorde hij soms ergens minachtend snuiven? Voor het leven benoemd, pffff, wie doet me wat.

mailIcon print |