Op de Podiumpagina van 3 januari onderschrijft Martien Bouwmans, beleidsmedewerker van de FNV, het verbod van minister Borst tot een verdere ontwikkeling van bedrijvenpoli's. Zijn argumenten overtuigen de voorstanders niet. De auteurs zijn verbonden aan het instituut Beleid en management gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Bouwmans meent dat onze redenering op korte termijn weliswaar correct is maar dat wij geen oog hebben voor de ongunstige effecten op lange termijn van bedrijvenpoli's. Zijns inziens zal een structurele ontwikkeling van bedrijvenpoli's noodzakelijkerwijs leiden tot een onstuitbare “spiraal van marktwerking” waarbij de reguliere ziekenhuiszorg steeds verder wordt verdrongen door medische zorg in bedrijvenpoli's. Bedrijvenpoli's zouden voorts niet alleen in kwantitatieve maar ook in kwalitatieve zin leiden tot een aantasting van de reguliere zorg. Immers, zij zullen een toenemend beroep doen op het schaarse aanbod van verpleegkundigen en medisch specialisten. Uiteindelijk zal een verdere invoering van bedrijvenpoli's volgens Bouwmans dus negatief uitpakken voor niet-werkende patiënten.
Tot op zekere hoogte konnen wij ons in deze zorgen vinden. In ons artikel hebben wij dan ook aangegeven dat de overheid strikte voorwaarden moet stellen aan de ontwikkeling van bedrijvenpoli's. Zo hebben wij gesteld dat bedrijvenpoli's alleen zouden mogen worden toegestaan voor de benutting van bestaande overcapaciteit en niet ten koste zouden mogen gaan van een (reële groei van) de reguliere ziekenhuisbudgetten. Het is de taak van de overheid eenduidig te definiëren wanneer er sprake is van overcapaciteit en er op toe te zien dat bedrijvenpoli's zich uitsluitend binnen de aangegeven grenzen te ontwikkelen.
Duidelijke grenzen
Door het stellen van duidelijke grenzen aan de ontwikkeling van bedrijvenpoli's kan er van ongebreidelde marktwerking geen sprake zijn. Juist als de overheid verzuimt de nodige randvoorwaarden aan marktwerking op te leggen kunnen maatschappelijk ongewenste toestanden ontstaan, getuige de recente ervaringen in de thuiszorg. Het is dan ook merkwaardig dat Bouwmans pleit voor een gedoogbeleid voor bestaande bedrijvenpoli's omdat darmee de huidige schimmige situatie wordt bestendigd. Zo is door gebrek aan inzicht in de aard en omvang van alle reeds bestaande 'wachtlijstomzeilende initiatieven' niet eens duidelijk wat precies zou moeten worden gedoogd. Gegeven de enorme belangen voor werkgevers bij het terugdringen van ziekteverzuim zal het ontbreken van strikte randvoorwaarden leiden tot een steeds grotere zwarte markt van wachtlijstomzeilende initiatieven.
Een structurele invoering van bedrijvenpoli's hoeft ook in de personele sfeer niet tot aantasting van de reguliere capaciteit te leiden. Een structurele extra zorgvraag kan op termijn worden ondervangen door het scheppen van extra banen bij zowel verplegend en ondersteunend personeel, alsook bij specialisten. In tegenstelling tot wat Bouwmans beweert wordt het aanbod van specialisten en ziekenhuisbedden niet langer door de overheid bepaald. Sinds 1 januari 1996 hebben ziekenhuizen veel meer zeggenschap gekregen over de hoeveelheid ziekenhuisbedden en medisch specialisten. Daarnaast wordt het aanbod aan specialisten niet door de overheid maar door de specialisten zelf bepaald, aangezien de specialistische verenigingen autonoom mogen beslissen hoeveel basisartsen zij opleiden. Juist het door Bouwmans bepleite gedoogbeleid maakt investeringen in extra opleidingsplaatsen onzeker en kan dus leiden tot een verschuiving van personeel van de reguliere zorg naar bedrijvenpoli's.
Bouwmans' voorstel om de ontwikkeling van nieuwe bedrijvenpoli's te verbieden maar de bestaande wel te gedogen lijkt de door hem geschetste problemen eerder op te roepen dan op te lossen. Dat gedoogbeleid lijkt uitermate willekeurig en bevoordeelt de ziekenhuizen en werknemers die thans reeds van bedrijvenpoli's profiteren. Bovendien zal het leiden tot een groeiend zwart circuit van wachtlijstomzeilende initiatieven en een permanente druk op de politiek om de grijze gedoogzone steeds verder op te rekken. In plaats van een dergelijke onzekere en halfslachtige gedoogsituatie pleiten wij ervoor na te denken over de randvoorwaarden waarbinnen bedrijvenpoli's kunnen leiden tot een duurzaam voordeel voor iedere burger, werkend en niet-werkend. Bouwmans heeft ons inziens geen overtuigende argumenten aangedragen die een dergelijke invoering onwenselijk maken.
Zolang dergelijke argumenten ontbreken, is het zaak zorgvuldig te onderzoeken hoe de potentiële voordelen van de bedrijvenpoli het beste kunnen worden aangewend ten gunste van alle betrokken partijen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.