“Niet de burger is dom, het beleid is te moeilijk”, zei Jan Erwin Brink (25) twee jaar geleden. Hij deed toen de opleiding HEAO-Communicatie in Groningen. Hij zag zichzelf in de toekomst als een soort sluiswachter van informatie tussen overheid en burger. Brink heeft de collegebanken nog steeds niet verlaten. Met de verkorte opleiding politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam bekwaamt hij zich verder in het vak van overheidsvoorlichter.
Twee keer in de week reist Jan Erwin vanuit zijn huidige woonplaats Scheveningen naar de VU in Amsterdam. Met twee vrienden van Overheidscommunicatie, die ook verder studeren, huurt hij een huisje vlakbij het strand.
De drie hebben naast hun studie een bedrijfje opgericht voor communicatie-onderzoek en advies. Ze testen personeelsbladen. “Een uit de hand gegroeide hobby”, zegt Jan Erwin bescheiden. “Eigenlijk verpesten we de markt want we zitten zwaar onder de prijs maar leveren wel een goed produkt.”
Ervaring met onderzoek had hij opgedaan tijdens zijn stage. “Voorlichters hebben een broertje dood aan onderzoek, dat laten ze stagiairs doen”. Na zijn HEAO-studie besloot hij dat hij zich nog verder wilde specialiseren. Hij koos voor politicologie. Het zou zijn kansen op de arbeidsmarkt vergroten, dacht hij. Bij studiegenoten zag hij dat een baan vinden inderdaad moeilijk was. “Een aantal van hen werkt nu als intercedent van het uitzendbureau. Niet echt relevant.”
De overgang van HBO naar de universiteit vond Jan Erwin tamelijk groot. “Op het HBO wordt je geleerd hoe het is. Op de universiteit hoe het kan zijn. Je mag hier zelf een waarheid bedenken, als je hem maar kunt uitleggen. Dat bevalt me. Wel had ik nogal moeite met het vak methoden en technieken. Ik ben geslaagd op de mavo met een vijfenhalf voor wiskunde. Dat heb ik stevig moeten bijspijkeren. Het is gelukt met hard werken en wilskracht.”
Aanvankelijk had Jan Erwin niet zulke grote ambities, vertelde hij twee jaar geleden. Hij is een klimmer. Na de mavo volgde vier jaar middelbaar middenstandsonderwijs. Pas daarna dacht hij na over zijn toekomstige beroep. Hij zag zichzelf nog niet direct als “werkende klasse”. Door een advertentie kwam hij terecht bij zijn vorige opleiding Overheidscommunicatie.
Met zijn nieuwe studierichting politicologie is er weer een nieuwe droom bijgekomen. Jan Erwin: “Fractiemedewerker in de Tweede Kamer lijkt me ook wel wat. Een kijkje in de keuken van de landelijke besluitvorming. Dat wereldje trekt me.”
Jan Erwin liep tijdens zijn studie overheidscommunicatie stage bij het ministerie van defensie. “Spannend”, vond hij dat. “Het was voor mij echt een openbaring dat achter het beleid in Den Haag mènsen zitten. Ik ben maar een plattelandsjongen uit het Hoge Noorden.”
Het stokpaardje van Jan Erwin is het toegankelijk maken van overheidsbeleid. Daarover spreekt hij vol vuur. Daarover heeft hij heftige discussies met vrienden en studiegenoten. “Iemand zei laatst dat burgers niets met beleid te maken hebben. Dat vind ik onzin. Ik geloof in controle en toetsing van de burger. Het beleid dient problemen op te lossen. Als beleid niet herkenbaar is kan het heel moeilijk problemen oplossen.”
Over de taak van de voorlichter: “Je hebt de bestuurders van het land en de bestuurden, daar zit een kloof tussen. Die kloof moet gedicht worden. Daar kan de voorlichter aan bijdragen. Een goede voorlichter probeert een beeld te geven van hoe het werkelijk is. Hij regelt dat je de juiste mensen uit een bedrijf krijgt. Van Pietje drop-out die tot zijn zestigste op zijn plek blijft zitten zul je een ander verhaal krijgen dan van zijn baas.”
Jan Erwin: “Een voorlichter staat als het goed is met zijn ene been in de organisatie en met z'n andere been in de wereld daarbuiten. Een voorlichter mag niet liegen. Hij heeft de verantwoordelijkheid voor een samenleving die gerund word door de overheid. Maar hij mag wel zeggen dat hij niks mag zeggen.”
Jan Erwin: “Ja, ook als er bijvoorbeeld chemisch afval gestort wordt in een natuurgebied. Je zwijgt. Je zegt dat je het niet zegt. Maar als de poort om vijf uur dicht gaat kan ik wel een spandoek schilderen en in mijn eigen tuin ophangen”. Hij fronst even. “Veel politici schrijven na hun loopbaan ook hun memoires. Dat is een soort openbare boetedoening”.
De student politicologie verdiept zich op dit moment in de politiewereld. Die interesseert hem omdat zijn vader bij de politie is. “De overheid is begonnen als waarborg voor de veiligheid van de burgers. Wat zie je nu? De overheid kan die veiligheid niet geven. Dat is in feite een failliet van de staat. Dat houdt me bezig.”
Is Jan Erwin idealistisch? Hij zegt: “Stiekem heb ik wel idealen. Maar het is alsof dat tegenwoordig niet mag. Dan krijg je meteen te horen: zo werkt het in de praktijk niet. Je moet de werkelijkheid nemen zoals die is. Maar als het goed is kun je de werkelijkheid naar je hand zetten.”
Hij relativeert meteen: “Maar ja, het hoort ook bij student-zijn om te praten over hoe de wereld zou moeten zijn. En het is nu ook weer niet zo dat ik om het half uur opsta en zeg hoe de wereld eruit moet zien.”
Eenmaal op de werkvloer zul je voor idealisme nog maar weinig ruimte hebben, verwacht hij. “Laatst kwam ik een huisgenoot uit Groningen tegen. Hij zei na twee maanden werken: 'Dat is ook wat Brink, als ik met een ideetje kom word ik keihard uitgelachen. Zo van: Ha, ha, dit is de echte wereld'. Ik denk dat idealisme een bedreiging is voor de gevestigde orde. Maar ik ga er wel vanuit dat ik wat van mijn idealisme mee kan nemen naar een bedrijf. Anders verlies je een stukje van jezelf en dat gun ik niemand.”
Hoe Jan Erwin straks de arbeidsmarkt gaat bestormen weet hij nog niet. “Ik ga eerst afstuderen. Als alles goed gaat ben ik klaar in augustus. Tja, misschien neemt ons bedrijfje wel zo'n vlucht dat we er van kunnen leven. Als je er zestig uur per week mee bezig bent moet je een heel eind kunnen komen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.