*

 
dossier

Archief

Groei EO onderstreept vitaliteit evangelischen

GERARD DEKKER − 05/01/96, 00:00

Dr. G. Dekker is hoogleraar godsdienstsociologie aan de VU.

Vorig jaar bleef het ledental van de NCRV ongeveer gelijk, maar groeide het ledental van de EO met meer dan 5 procent. Ik denk dat dit niet toevallig is, omdat we een vergelijkbare ontwikkeling zien op andere terreinen. Bijvoorbeeld in de dagbladwereld, waar in het afgelopen jaar de oplage van Trouw gelijk is gebleven, maar de oplage van het Reformatorisch Dagblad met bijna 2 en die van het Nederlands Dagblad zelfs met ruim 4 procent is gestegen.

Eenzelfde beeld zien we in de politiek. Als we geen rekening houden met het dramatische verlies van het CDA in 1994, maar de verkiezingen van 1994 (voor de Tweede Kamer) vergelijken met die van 1995 (voor de Provinciale Staten), dan zien we dat het aandeel van de stemmers op de drie andere confessionele partijen (SGP, GPV en RPF) met niet minder dan 40 procent steeg. Aan dit verschijnsel wordt in de media niet zoveel aandacht geschonken, maar ze is wel zeer belangrijk.

Als we letten op het gedrag van jongeren dan is het niet onwaarschijnlijk dat deze ontwikkeling zich zal doorzetten. Bijna de helft van de groei van de EO is immers te danken aan de groei van de jongerenclub van deze omroep, terwijl het aantal jongerenleden van de NCRV daalde. En is ook de jongerenorganisatie van de Staatkundig gereformeerde partij niet de grootste politieke jongerenorganisatie in Nederland?

Er wordt veel geschreven over de zwakker wordende positie van het christendom, maar dan gaat het meestal over de vanouds vertrouwde vormen van die godsdienst. De verzwakking daarvan is inderdaad onmiskenbaar. Dat is ook te zien aan de ontzuiling die zich aan het voltrekken is (bij de werkgeversorganisaties en de landbouworganisatie bijvoorbeeld). Maar daarmee is niet alles gezegd over de christelijke godsdienst. Want naast een ontzuiling zien we ook een zekere herzuiling: er zijn in het recente verleden nieuwe evangelische en reformatorische organisaties opgericht en uit alles blijkt dat zij bloeien en groeien. In dit verband is het ook vermeldenswaard dat het Christelijk nationaal vakverbond (CNV) relatief sterker is gegroeid dan de andere vakverenigingen.

Nogmaals, de kwantitatieve achteruitgang van de christelijke godsdienst in onze samenleving is moeilijk te ontkennen. Maar de veranderingen in de vormgeving van die godsdienst zijn minstens zo belangrijk. Want behalve op maatschappelijk terrein, doet de gesignaleerde verschuiving zich ook op strikt kerkelijk terrein voor. De grotere, meer 'oecumenische' kerken gaan in omvang sterk achteruit, maar de kleinere evangelische en orthodoxe kerken groeien nog steeds. Zoals ook binnen de Nederlandse hervormde kerk de positie van de Gereformeerde bond steeds sterker wordt.

Zou dan toch “in het evangelische christendom revitalisering, de groei en nieuwe vormgeving” van de christelijke godsdienst te vinden zijn, zoals Kranenborg oppert in een onlangs verschenen boekje van het Nederlands gesprekscentrum over godsdienst en levensbeschouwing? ('In stukken en brokken - Godsdienst en levensbeschouwing in een postmoderne tijd, red. H. M. Kuitert; Ten Have 1995)

Kranenborg beschrijft een negental revitaliseringspogingen van de bestaande kerken, maar moet constateren dat die weinig of niets uitwerken. Maar in de komst van een evangelische geloofshouding ziet hij “uiteindelijk de revitalisering van het christelijk geloof tot stand komen”.

De hiervoor gesignaleerde gegevens kunnen hem een steuntje in de rug geven. In ieder geval geven zij aan dat de rol van de christelijke godsdienst - zij het in een bepaalde gestalte - in onze samenleving nog niet is uitgespeeld.

mailIcon print |